Verlichtings-tv televisie

Toen Herman Wigbold in 1970 de Vara verliet zei hij: ‘Het leukste is toch al voorbij.’ Had hij gelijk? Een beetje. Chronologische indelingen zijn willekeurig en hoed u voor denkers die de mentaliteitsgeschiedenis in decaden indelen: het ‘nieuwe’ heeft verre voorlopers en er is veel meer continuïteit dan gesuggereerd. Maar het is waar: Achter het Nieuws, Zo is het, Brandpunt en de VPRO hadden de plek die kleinburgerlijk was en zich gedroeg als ‘visite’, met alle beleefd- en schijnheiligheid die daarbij hoorden, getransformeerd tot een enigszins volwassen, onderzoekend, kritisch, creatief medium.

Zoals de drukpers dat kan zijn. En met groter maatschappelijk effect vanwege het massale bereik. Massaler dan vandaag, relatief, omdat zappen niet bestond: tot 1964 één, daarna twee netten. Het was de tijd dat Dennis Potter droomde van een klassendoorbrekende common culture van hoog niveau. Die is nooit echt ontstaan, en de nationale BBC kwam veel verder dan ons versnipperde bestel dat beheerd werd door lieden die meer voortreffelijk in de leer van hun zuil dan in televisie waren.
Maar in Wigbolds tijd trad een omslag op. De televisie werd spiegel van een veranderende maatschappij en beïnvloedde die op haar beurt weer. Wigbold en vele anderen joegen zuurstof door bedompte huiskamers. Autoriteiten werden zelfbewuster benaderd, het collectief zelfbeeld liep deuken op door openbaring van oorlogsmisdaden in Indonesië en revisionisme ten aanzien van ‘een dapper volk in oorlogstijd’; Fred Haché kwam langs en deed wat visite nooit deed.
Dat is voorbij. Jammer en maar goed ook. 'Jammer’ omdat televisie er meer toe deed en omdat die periode iets opwindends en optimistisch’ had - iets van Verlichting. 'Maar goed ook’ omdat voor Verlichting duisternis nodig is en die heerste toen in veel opzichten sterker dan nu. Ach, televisie is 'gewoon’ geworden. Je kunt er veel troep op zien, soms iets prachtigs en van alles daar tussenin.
Zoals Buitengewoon gezelschap van Inge Diepman, over gesloten gemeenschappen. Ik zag de eerste, vanaf Urk. Verlichtingstelevisie in zekere zin. De productie had haar best gedaan: de oude vrouw in klederdracht; de gewezen visser - het soort échte man zoals ze ze in steden niet meer maken; en de vissersweduwe. Die drie als een Urker levenslied met lach en traan maar vooral harmonie en vree. Dan dissonanten door de botsing tussen traditie en moderniteit: jongeren die op zondag illegale barretjes organiseren ('gewoon een garage en wat gezelligheid’, suste de weduwe); het restaurant dat op zondag open ging (schokkender dan die jongeren, want openlijk); het meisje loos dat ging varen, maar ermee stopte vanwege de praatjes; en de jongen die als baby geadopteerd werd uit Iran ('Perzië’ noemde hij het) en zich in Amsterdam toch gelukkiger voelt dan op Urk.
Diepman bezit niet-gespeeld enthousiasme en het vermogen mensen op hun gemak te stellen. Die mogen duidelijk maken wat prettig is aan de beslotenheid. En dan gaat ze lachend, niet hard, wel duidelijk, de confrontatie aan. Uit naam van zelfontplooiing, individualisme, verdraagzaamheid.
Het was keurig, verantwoord, onderhoudend. En uiteraard oppervlakkig. De vrouw van het restaurant wilde niet praten over de bedreigingen vanwege ontheiliging van de zondag: te veel pijn, maar ook het besef dat de daders keken (voor wie de Vara op Urk al een provocatie moet zijn).
De vrouw die de visserij eraan gaf door (vooral vrouwelijke) sociale controle was een documentaire waard. En al te pijnlijks werd toegedekt door ouwe Jannetje en de mannetjesputter. Onze Pers bleek 'ook nog’ homo, wat volgens de visser gewoon moest kunnen. En dat akkefietje met die Turken? Nou, met de Vietnamees waren er nooit problemen.
Toen wilde Diepman het onmogelijke: als ze hier kwam wonen, zou ze ooit Urkse worden? 'Nee’, zei Jannetje kordaat. Inge kon dat maar niet begrijpen en even kreeg ik een zwarte gedachte: ga weg, laat ze met rust. Mensen hebben groepen en tradities nodig; individualisering maakt ook eenzaam; en wees blij dat Urk geen Amsterdam is, ook al wonen wij daar liever. Toen werd ik weer 'verlicht’, net als Inge.
Aardig programma.

  • Toonmeesters. Herhaling van een reeks over eigentijdse componisten. Reinbert de Leeuw en Cherry Duyns slechten menige barrière tussen de meesters (van beiderlei kunne) en de modale liefhebber die stopte bij Bartok. VPRO, woensdag, 22.53 uur, Nederland 3.
  • Memories. De KRO speurt uw jeugdliefde op. Die vindt dat vaak even pijnlijk als de kijker. Anita Witzier doet geroutineerd of alles gewoon, of zelfs leuk is. Zondag, 20.20 uur, Nederland 1.