Alles doet me eraan denken, alle wegen leiden naar hetzelfde stralende punt, het voelt nog het meest als verliefdheid, alleen is het object van begeerte deze keer een boek. The Disappearance of Rituals heet het, van Byung-Chul Han, en nee, die titel is niet saai, maar gewoon heel precies.

Het komt door Hans manier van schrijven, de vurigheid ervan. Ik ken geen schrijver die zo kort van stof is als hij. Daarom zijn zijn boeken ook zo moeilijk samen te vatten. Han schrijft associatief, op gevoel, zijn teksten zijn het tegenovergestelde van de keurige opstellen die ChatGPT produceert (hoe ongelooflijk indrukwekkend deze vorm van AI ook is) of waar de auteursinstructie om vroeg die ik kreeg toegemaild voor een eventuele bijdrage aan een boek: ‘Schrijf in begrijpelijke taal (…). Eerder de stijl van De Correspondent dan van De Groene Amsterdammer.’ (Ik weigerde beleefd.)

In The Disappearance of Rituals is het onderwerp tijd. Han beschrijft hoe die geen thuis meer biedt, als los zand door onze vingers glipt, omdat niets ooit nog wordt afgerond. We golven mee op een eeuwige stroom van beter, groter en meer. Het leven, schrijft Han, is ‘een puur additief proces’ geworden. Er vindt een continue opeenhoping plaats van verwachtingen, behoeften en verlangens. Net zo lang totdat het ego bezwijkt onder de last.

En dat was dus precies wat ik opeens overal terugzag. Alleen blijkt het lastiger dan gedacht om Hans theorie hier te herhalen… Hij heeft het over het zelf dat een performance is geworden, over de hedendaagse opdracht om je authentieke zelf zo krachtig mogelijk te laten stralen, over hoe daarmee het ego-libido wordt gevoed, de lust voor jezelf, hij schrijft: ‘Het narcistische subject van de performance valt uit elkaar door fatale accumulatie van ego-libido’, wat een onmogelijke zin is, maar dat ‘narcistische subject van de performance’ zijn wij dus zelf en dat zelf ‘buit zichzelf vrijwillig en hartstochtelijk uit totdat het breekt. It optimizes itself to death.’

De buitensporige agressie vermengd met zelfmedelijden van mannen als Elon Musk, Donald Trump of Jordan Peterson (die te pas en te onpas in huilen uitbarst). Kanye Wests lofzang op Hitler. Thierry Baudets waarschuwing voor reptielen. Matthijs van Nieuwkerk die werknemers uitscheldt omdat hij zogenaamd Champions League speelt. Je kunt het gekte noemen, of een god-complex, maar na het lezen van Han lijkt de enige juiste conclusie dat wat we hier aanschouwen een fatale accumulatie van ego-libido is. De boel is ingestort.

Is verliefdheid een manier om nog wél te ontsnappen?

Als de grote verhalen zijn verdwenen, als het politiek-economische systeem niet meer voldoet (zie alle crises, van Schiphol tot Jeugdzorg), als er geen rituelen meer zijn om ons te verbinden aan het verleden of het hogere, als de samenleving almaar verder atomiseert en automatiseert en je zodoende een hele dag druk bezig kunt zijn met werken, ontspannen en shoppen zonder ook maar iemand te zien, terwijl je ondertussen voortdurend overspoeld wordt door een oneindige informatiestroom, dan heb je alleen nog jezelf als houvast.

Het zijn niet alleen beroemdheden die bezwijken, of alleen mannen. Ik zag het bewijs voor Hans theorie ook in de cijfers die het Trimbos een week geleden presenteerde. Een kwart van de Nederlanders heeft tegenwoordig een psychische stoornis. Bij jongeren is dat 44 procent. Nu kun je je afvragen: wat is een stoornis? En: hoe hebben ze dit gemeten, want die cijfers lijken me wel heel erg hoog – voelen we ons niet allemaal weleens ongelukkig? Maar ondertussen hoor ik voortdurend verhalen in mijn omgeving over een kind dat in zichzelf snijdt, dat woedeaanvallen heeft, dat depressief is, verslaafd, angstig. In een eerdere column haalde ik al eens de Amerikaanse universitair docent Barrett Swanson aan die een prachtig essay in Harper’s schreef waarin hij opmerkte: ‘Of het nu gewone studenten zijn of beroemdheden op sociale media, ze komen me allemaal voor als ondraaglijk verdrietig, en het is een verdriet dat meer dan terloops gerelateerd lijkt aan de manier waarop we hebben gedefinieerd wat het betekent om een persoon te zijn.’

Alleen zou Han zeggen dat die definitie van het neoliberale kapitalisme komt. Er is niets meer om je aan op te trekken, niets dat het zelf ontstijgt. Depressie, schrijft Han, ‘is gebaseerd op een excessieve relatie tot het zelf’. Het is de onmogelijkheid om op te gaan in iets groters. ‘What results is a poverty in world, with the self simply circling around itself.’ Het enige wat we nog horen is de echo van ons eigen ego.

Wat beroemdheden onderscheidt is dat ze dit ego lange tijd kunnen voeden met volgers en likes en succes, waardoor het wordt opgeblazen, en groeit en groeit, totdat het knapt. Maar uiteindelijk, stelt Han, lijdt de moderne mens aan eenzelfde kwaal: de toenemende onmogelijkheid om te ontsnappen aan jezelf.

Is verliefdheid een manier om nog wél te ontsnappen? Het is een vorm van overgave, je verliest jezelf, of het nu in een persoon is of een boek. Tegenwoordig sjouw ik The Disappearance of Rituals in ieder geval overal met me mee, duw het vrienden en wildvreemden onder hun neus en blijf er maar over praten, wat er zo mooi, zo bijzonder, zo slim en warm en liefdevol aan is. Zelfs al is de kans natuurlijk levensgroot dat de ander slechts onsamenhangend gezwets en gezwijmel hoort.