Timothée Chalamet (L) als Lee en Taylor Russell ® als Maren in Bones and All geregisseerd door Luca Guadagnino © Yannis Drakoulidis / MGM Pictures

Een serie amateurschilderijtjes in de gang van een Amerikaanse highschool: daarmee opent Bones and All. In zoete tinten zien we landschappen die we sinds de western met geen ander land associëren dan de Verenigde Staten: de verre horizonten, de dromerige luchten, de ondergaande zon. En tegen al dat zachte en uitgestrekte zien we de concrete vormen van elektriciteitsmasten afgetekend, het donkere tegen het lichte. Wat vertellen die landschappen ons? Waarom opent Luca Guadagnino, regisseur van onder andere Call Me by Your Name (2017) en Suspiria (2018), zijn nieuwste film met deze beelden? En: waar neemt hij ons mee naartoe?

Vooralsnog blijven we op deze middelbare school, ergens in de jaren tachtig. We ontmoeten Maren, een nieuwe leerling, en zien hoe ze wordt uitgenodigd voor een slaapfeestje. Dat soort dingen mag ze niet van haar vader, werpt ze nog tegen, maar die avond sluipt ze het huis uit en klopt ze op het slaapkamerraam van haar nieuwe vriendin. Terwijl twee anderen giechelend elkaars nagels lakken, liggen Maren en zij op hun rug met elkaar te praten. In real time zien we hun vriendschap ontluiken – of misschien zelfs een romance. Wat vind je hiervan, vraagt Marens nieuwe vriendin haar over de nagellak op haar wijsvinger. Het is een geladen moment, zoals de seconden die voorafgaan aan een kus. Maar wat er vervolgens gebeurt is niet romantisch of seksueel – het is gewelddadig.

De film waar we naar hebben zitten kijken blijkt geen highschoolfilm over meisjesvriendschap maar een monsterfilm over buitenbeentjes. Terwijl Maren en haar vader op de vlucht slaan, naar weer een nieuwe stad, weer een nieuwe school, weer nieuwe vriendinnen, trekt Guadagnino je zijn verhaal in, steeds iets verder, om langzamerhand de achtergrond ervan te onthullen. Maren blijkt een ‘eater’ te zijn, een soort kruising tussen een kannibaal en een vampier. Haar aandoening is niet aangeleerd maar aangeboren, geen keuze maar een noodzaak. Ze moet mensenvlees eten, zo vers mogelijk – ze kan niet anders. Na het incident op het slaapfeestje, en de vlucht die erop volgde, wordt Maren wakker in een leeg huis. Haar vader vindt dat ze volwassen genoeg is om het zelf uit te zoeken. Hij heeft wat geld voor haar achtergelaten, samen met haar geboorteakte en een cassettebandje. Gedurende de film zal Maren dat bandje stukje bij beetje afspelen op haar walkman, zodat ook wij dat verhaal in flarden krijgen opgediend. Op dat bandje vertelt Marens vader haar over haar vroegste jeugd en eerste slachtoffers, en over het offer dat hij zelf voor haar dochter maakte. Maren zelf weet er niets meer van – het is nu pas dat ze zich realiseert wat haar lot eigenlijk is.

De films van Luca Guadagnino zijn zowel duister als lief. Zachtaardige thema’s, zoals hoe het is om op te groeien of de relaties tussen mensen, combineert hij met thema’s als haat, moord en kwaadaardigheid. Maar in plaats van dat hij die thema’s hard op elkaar laat botsen, legt hij ze naast elkaar. Want Guadagnino is een filmmaker met een zachte hand: met een elegante manier van vertellen – zie het cassettebandje dat in de plaats komt van letterlijke flashbacks – en een fijn gevoel voor esthetiek. Ook Bones and All is een feest van patronen, kleuren en zacht licht; van onderbelichte jaren-tachtiginterieurs waarin een make-uploze Taylor Russell, in de rol van Maren, prachtig past, badend in warme tinten grijs en geel. Het zijn beelden die niet zouden misstaan in een modetijdschrift, en toch zijn ze niet glamorous, zoals ook de mooie fotografie van Arseni Khachaturan nooit opzichtig is. Het maakt het ook zo jammer dat Bones and All uiteindelijk zwicht voor het nadrukkelijke. Zo intrigerend als de film begint, zo elegant en subtiel, zo sentimenteel wordt hij uiteindelijk.

Als kind werd Maren al door een ouder in de steek gelaten: haar moeder. Over haar weet Maren helemaal niets – niet hoe ze eruitziet of waarom ze vertrok. Als Maren op haar geboorteakte de woonplaats van haar moeder ziet staan, en ze besluit om haar te gaan zoeken, verandert Bones and All in weer iets anders: een roadmovie, dat klassieke genre vol gewichtige thema’s als vluchten, zoeken en de zucht naar vrijheid. Maar je zou Bones and All ook kunnen plaatsen in een ander genre, namelijk dat van de vampierfilm.

Die kent weer zijn eigen thema’s, maar in Bones and All spreken de roadmovie en de vampierfilm elkaar niet tegen; ze sluiten juist op elkaar aan. Het zwervende bestaan dat in de roadmovie wordt gevierd, het soort vrijheid waarbij je losgezongen bent van alles, is tenslotte ook beperkend; het is net zo onbegrensd als geïsoleerd, net zo autonoom als eenzaam.

Regisseur Guadagnino moet gevoeld hebben dat het hart van zijn film niet wilde kloppen

En daarmee komen we op het terrein van de vampierfilm, die in de beste gevallen gaat over buitenbeentjes die aansluiting zoeken, bij een geliefde of een groep. Net als hedendaagse vampierklassiekers als Near Dark (Kathryn Bigelow, 1987), Interview with the Vampire (Neil Jordan, 1994), Bram Stoker’s Dracula (Francis Ford Copppola, 1992), Only Lovers Left Alive (Jim Jarmusch, 2013) en ja, zelfs Twilight (Catherine Hardwicke, 2008) gaat Bones and All over de eenzaamheid van het monster, en het paar dat het probeert te vormen. Als je zo naar Bones and All kijkt, als een film over het vinden van soortgenoten, begrijp je ineens ook de openingsbeelden. De elektriciteitsmasten in het weidse landschap staan voor alle onzichtbare verbanden die door onze levens lopen – en precies dat is waar Maren naar op zoek is.

Timothée Chalamet ® als Lee en Taylor Russell (L) als Maren in Bones and All geregisseerd door Luca Guadagnino © Yannis Drakoulidis / MGM Pictures

Tijdens de zoektocht naar haar moeder vormt ook Maren een paar. Eaters, zo blijkt, hebben een uitstekend reukorgaan, waarmee ze niet alleen hun maaltijd kunnen opsporen, maar ook elkaar. Zo ontmoet ze Lee (Timothée Chalamet), bij wie ze steun en vriendschap vindt, en al gauw ook liefde. Samen met Lee trekt Maren door het Amerikaanse landschap, vluchtend en jagend, onbevreesd en bang. Overdag zien ze alleen de weg voor zich, de nachten brengen ze binnen door, in de huizen van vreemden. Mooi is het contrast tussen dat buiten en binnen, met veel nadruk op de prachtig vormgegeven en liefdevol in beeld gebrachte interieurs. Dit zijn de huizen van mensen die eenzaam of anders gewoon alleen zijn; die Dubliners lezen aan de keukentafel of de muren volhangen met blote vrouwen. Dat contrast, tussen binnen en buiten, tussen insiders en outsiders, benadrukt nog eens wat Guadagnino met zijn vampier-roadmovie wil zeggen: dat eenzaamheid en autonomie twee kanten van dezelfde medaille zijn.

Voor Maren en Lee is vrijheid een abstract begrip. Ze kunnen gaan en staan waar ze willen maar zijn voor altijd opgesloten in hun drang. Want zo wordt hun kannibalisme getypeerd: als een verslaving. Ze kunnen er niets aan doen, ze zijn als monsters geboren – maar dat betekent niet dat ze er niet onder lijden. ‘Do you think I’m a bad person?’ vraagt Lee aan Maren, en haar antwoord is veelzeggend: ‘All I think is that I love you.’ Guadagnino zoekt aan de randen van de samenleving, op de duistere plekken waar monsters zich ophouden. Maar hij vindt er het menselijke. Het zachte, het mooie, het lieve.

Monsters, zo noemen Maren en Lee zichzelf ook. Verliefde monsters, maar toch: monsters. In de gewelddadige climax waar Guadagnino naartoe werkt, stelt Lee opnieuw zijn vraag aan Maren, opnieuw en opnieuw: ‘Am I bad?’ Het is een vraag die geladen is met schuldgevoel en schaamte, met de tegenstelling van moreel besef en een misdadig verlangen. Op dat moment weet je welke vraag Guadagnino met Bones and All wilde stellen, namelijk wat het betekent om een monster te zijn. Het antwoord dat hij voor ogen had, weet je ook, namelijk dat mensen en monsters helemaal niet zo veel van elkaar verschillen. Schaamte voelen we allemaal, schuldbewust zijn we allemaal. Verlangen doen we allemaal, vaak genoeg tegen beter weten in. Maar het probleem is dit: het blijft bij theorie. Hoe expliciet Guadagnino het geweld van Maren en Lee ook maakt, ze worden nooit écht monsters. Hoe vaak Lee ook vraagt of hij slecht is, er is nooit écht twijfel over het antwoord: nee, hij is niet slecht. Guadagnino vermengt het duistere zozeer met het liefdevolle dat ze volledig samenvallen, hij zocht zo hard naar het menselijke in de monsters dat er van monsters helemaal geen sprake meer is. De vrijheid en de eenzaamheid, de daders en de slachtoffers: het loopt allemaal in elkaar over. Het is een moeras zonder houvast. Zo mooi als Guadagnino het buiten laat contrasteren met het binnen, de elektriciteitsmasten met het landschap, zo vaag is het onderscheid tussen de eaters en hun omgeving. Maren en Lee zijn buitenstaanders, zo wordt keer op keer benadrukt – maar waar staan ze dan precies buiten?

Guadagnino moet dat ook gevoeld hebben, dat het hart van zijn film niet wilde kloppen, en dus zette hij grover geschut in. Terwijl de motor van het verhaal meermaals uitvalt en opnieuw moet worden opgestart, wordt de toon van Bones and All allengs sentimenteler. Alle subtiliteit verzandt in nadrukkelijkheid, alle elegantie in oppervlakkigheid. Het wordt steeds lastiger om mee te leven met Maren en Lee, om niet in lachen uit te barsten in plaats van in snikken. Zonde, want er zit ook zoveel moois in Bones and All: Lee die door het huis van een van hun slachtoffers danst op Lick It Up van Kiss (‘Life’s such a treat and it’s time you taste it/ There isn’t a reason on earth to waste it/ It isn’t a crime to be good to yourself’); de strakke shots vanuit Marens point of view als ze probeert te bepalen of Lee te vertrouwen is; een ambigue scène in een nachtelijk maisveld waarin seksuele bevrediging samengaat met de voldoening van geweld; de spannende scène waarin Maren voor het eerst een andere eater ontmoet, de vreemde Sully, die iets te eten voor haar regelt. En dan is er nog het laatste shot, flashback en droombeeld ineen, waarmee Guadagnino lijkt terug te verwijzen naar zijn eigen Io sono l’amore uit 2009: twee geliefden op de vlucht, geïsoleerd maar verliefd, vrij maar afhankelijk. Een eilandje op zich.

Bones and All draait vanaf 1 december in de filmtheaters