Verliezen

Het feit dat de interne PvdA-partijcommissie uitkomst moet bieden in de zaak-Moorlag biedt geen soelaas. Niet voor Moorlag, voorzitter Vedelaar, Asscher, noch voor de partij.

Omdat voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen veel voorkeurstemmen kreeg, kwam William Moorlag afgelopen voorjaar nog niet als negende en laatste pvda-Kamerlid in het nieuwe parlement. Menigeen zal dit zijn ontgaan. Inmiddels is Moorlag echter bekend. Omdat de pvda met hem in haar maag zit. Althans, dat denkt de partij. Maar Moorlag staat vooral symbool voor problemen binnen de partij zelf.

Moorlag moest op zijn beëdiging wachten tot 25 oktober, nog geen drie maanden geleden, de dag nadat Jeroen Dijsselbloem alsnog afscheid nam van het parlement. Dijsselbloem was kort daarvoor tot de conclusie gekomen dat hij na zijn ministerschap en daarvoor een jarenlang Kamerlidmaatschap de energie niet meer kon opbrengen om er vol tegenaan te gaan.

Dijsselbloems afscheid had iets treurigs, vond ik. Hij snelde met zijn familie in zijn kielzog naar de vergaderzaal en snelde even zo snel weer weg nadat de voorzitter het vertrekkende Kamerlid had toegesproken. Weg was vijftien jaar prominente aanwezigheid in de Nederlandse politiek en daarbuiten. Bovendien was zijn vertrek met veel kritiek overladen. Omdat hij alsnog was opgestapt en een zwaar gehavende partij verliet. Ja, het was beter geweest als hij vooraf had kunnen bedenken dat hem de energie zou ontbreken om weer gewoon Kamerlid te zijn van een mogelijk kleine oppositiepartij. Maar wie heeft nooit meegemaakt dat je je vooraf verkijkt, ook op jezelf?

De volgende dag ging het er vrolijker aan toe. Moorlag werd direct na zijn beëdiging door fractiegenoot Attje Kuiken enthousiast naar de interruptiemicrofoon gedirigeerd om namens de pvda mee te doen aan de regeling van werkzaamheden. Dat is niet gebruikelijk. U bent net geïnstalleerd, merkte de Kamervoorzitter dan ook op. Moorlag hield het kort: ‘Wij steunen dit.’

Aan dat moment denkt Moorlag de afgelopen weken mogelijk vaak terug. Want juist de steun van dat ‘wij’ ontbreekt hem nu. Terwijl zijn fractiegenoten toch al vanaf kort voor de verkiezingen wisten van de rechtszaak tegen de sociale werkplaats Alescon in Assen, waar hij vanaf 2015 directeur was totdat hij dit najaar Kamerlid werd.

Ook het waarom van de rechtszaak was bij hen bekend. Alescon had een paar jaar voor de komst van Moorlag een uitzendbureau opgezet voor nieuwe werknemers. Die werknemers krijgen minder goed betaald dan hun collega’s die voordien al bij de sociale werkplaats in dienst waren. De gemeente en de lokale politici wisten ervan. De fnv wist ervan. En had pvda-staatssecretaris Sociale Zaken Jetta Klijnsma een paar jaar daarvoor niet al eens gezegd dat de bestaande cao voor sociale werkplaatsen er een is met een gouden randje? Niemand klaagde dan ook over de constructie, want die diende een doel: zo veel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking aan het werk helpen en houden. Hetgeen lukte.

Hoeveel verder kun je als partij in het moeras zakken?

Maar toen spande de fnv afgelopen jaar toch een rechtszaak aan. Opmerkelijk. Of misschien toch niet? Gezien de strijd binnen de fnv tussen de pvda en de SP om invloed en macht roept de rechtszaak de vraag op of dit een onderdeel is van die interne machtsstrijd.

Vlak voor het kerstreces besloot de kantonrechter dat de constructie met het uitzendbureau niet mag. Gelijke monniken, gelijke kappen, oordeelde hij. Maar heeft de kantonrechter meegewogen dat de uitzendkrachten anders mogelijk thuis zouden zitten en een uitkering moeten aanvragen? Weet hij dat de mede door de pvda ingevoerde Participatiewet en gesteunde bezuinigingen op de sociale werkplaatsen elders in het land leiden tot bankzitten in plaats van participeren?

Na de gerechtelijke uitspraak begint het in de pvda te rommelen. De Jonge Socialisten roeren zich en de nieuwe partijvoorzitter steunt hen. Ze valt Moorlag af en daarmee ook haar partijleider Lodewijk Asscher die zijn fractiegenoot tot dan toe steunde. Moorlag weigert echter op te stappen. Asscher is op vakantie en houdt zich stil. De partijvoorzitter besluit vervolgens op verzoek van Moorlag dat een partijcommissie uitkomst moet bieden. Moorlag is het echter niet eens met de samenstelling van die commissie. Hij weet hoe de samenstelling het eindoordeel kan sturen.

Hoeveel verder kun je als partij in het moeras zakken? Want wat ook het oordeel is van de interne partijcommissie onder voorzitterschap van Saskia Noorman-Den Uyl, het leed is inmiddels al geschied. Uit deze affaire komt de pvda alleen maar als verliezer te voorschijn. Is het oordeel dat Moorlag mag blijven, dan is het gezag van de nieuwe partijvoorzitter Nelleke Vedelaar aangetast. Mag Moorlag niet blijven, dan moet Asscher zich achter zijn oren krabben.

Als minister van Sociale Zaken heeft Asscher de constructie bij Alescon niet veroordeeld. Als partijleider heeft hij niet aan Moorlag gevraagd zijn Kamerlidmaatschap op te schorten totdat de rechter heeft gesproken. Omdat Asscher het eerste wel heeft gedaan en het laatste niet had hij het Kamerlid Moorlag moeten blijven verdedigen. Tegenover de Jonge Socialisten door hen uit te leggen dat de werkelijkheid ingewikkelder is dan een makkelijk goed of fout. En ook tegenover de partijvoorzitter, tegenover de fnv, tegenover de werknemers bij Alescon-uitzendbedrijf, tegenover de media.

Nu laadt Asscher de verdenking op zich de boel te hebben laten etteren om dan te kunnen zeggen: die zaak ettert en daarom is het beter dat Moorlag vertrekt. Moorlag zelf zegt geen sorry. Terecht. Hoe ongeloofwaardig zou dat zijn. Hij geloofde in wat hij deed. Mensen gelukkiger maken, met werk. Wel tegen een lager loon. Maar dat wilde de pvda toch ook?