Verloren

De PvdA hield de schijn op alsof ze had gewonnen. Na een analyse van de uitslag moet de partij zich nu gaan herbezinnen.

TOT IN DE KLEINE uurtjes was er op de verkiezingsnacht door de PVDA gefeest in het Amsterdamse Paradiso. Muziek, dans en drank. Alsof er wat te vieren was. De juichbeelden gingen het hele land door. De volgende ochtend, in Den Haag waar de nieuwe PVDA-fractie bijeenkwam, was de stemming echter een andere. Katterig. Hoe spannend de eindstrijd ook was geweest, uiteindelijk was die wel verloren. Dat besef was donderdagochtend tot de PVDA-Kamerleden doorgedrongen.
De sociaal-democraten moffelen electoraal verlies voor de buitenwereld graag weg met een feestje. Ook het forse verlies bij de gemeenteraadsverkiezingen vierden ze met de woorden van toenmalig partijleider Wouter Bos dat de PVDA weer helemaal terug was. Niet alleen verkiezingscampagnes worden geframed, ook de uitkomsten worden in een zo gunstig mogelijk raamwerk gezet, om de aandacht van de werkelijkheid af te leiden.
De halvering van het CDA, dat vorige week wegzakte naar het historisch lage zetelaantal van 21, werkt daarbij in het voordeel van de PVDA. Zoals ook de ingewikkeldheid van de coalitievorming veel aandacht wegzuigt. Het gaat in de media en in gesprekken over het vertrek van premier Jan Peter Balkenende, die direct opstapte als politiek leider en straks na acht jaar ook weg is uit het Torentje, over het kiesgedrag in de zuidelijke provincies die zich massaal van het CDA afkeerden, over een mogelijke regering van VVD, PVV en CDA, en over wat de oudgedienden van de liberalen en de christen-democraten denken van samenwerking met de anti-islampartij die groepen Nederlanders wegzet.
Daardoor gaat het niet over de PVDA, de partij die niet alleen de strijd om het premierschap van grote rivaal VVD verloor, maar ook voor de tweede keer op rij haar Kamerfractie ziet krimpen. Weer drie zetels minder, terwijl de fractie vier jaar terug ook al met negen Kamerleden kromp. Met gevoel voor optimisme kun je zeggen dat het verlies deze keer in ieder geval minder groot is. Maar het is veelzeggender om naar een langere termijn te kijken.
De afgelopen veertig jaar bestond de PVDA-fractie gemiddeld uit ruim 41 Kamerleden. Vanaf deze week - als de nieuwe Kamer officieel is geïnstalleerd - telt de fractie er dertig. Dat die teruggang zich langzaam maar zeker voltrekt, wordt zichtbaar voor wie zich realiseert dat de PVDA tussen 1971 en 1989 een gemiddeld zetelaantal behaalde van bijna 47. Bij de laatste vier verkiezingen ligt dat gemiddelde inmiddels op 32 zetels.
Toen Job Cohen in maart het politiek leiderschap van Wouter Bos overnam, waren de verwachtingen bij de PVDA hoog gespannen. Aanvankelijk leek er in de peilingen ook sprake van een Cohen-effect en het zou inderdaad kunnen zijn dat de persoon van Cohen de PVDA een nog groter verlies heeft bespaard. De conclusie moet dan echter zijn dat de sociaal-democraten des te meer reden hebben om eens goed bij zichzelf te rade te gaan over wat er met hun partij en gedachtegoed aan de hand is. Dat is dan overigens voor de zoveelste keer, want er liggen al rapporten met titels als De kaasstolp aan diggelen, na het verlies in 2002, en De scherven opgeveegd, na het verlies in 2006. Een suggestie voor de titel voor de nieuwste verliesanalyse lijkt zich al aan te dienen: De boel weer gelijmd. Het vegen alleen heeft immers niet geholpen.
De boel bij elkaar houden, het kenmerk waar de nieuwe partijleider om is geprezen en gehoond, heeft overigens ook niet het gewenste effect gehad. Ook dat wordt in al het mediageweld rondom de bijzondere en ingewikkelde verkiezingsuitslag makkelijk over het hoofd gezien. Cohen heeft geen dam weten op te werpen tegen de opkomst van de PVV van Geert Wilders en de segregatie in de samenleving die daarmee gepaard gaat, terwijl dat wel was beoogd met de keuze voor Cohen als partijleider. Dat de verkiezingsstrijd er een leek tussen VVD-leider Rutte en PVDA-leider Cohen, tussen rechts en links op sociaal-economische thema’s, heeft doen vergeten dat Cohen wel degelijk was aangetrokken door Bos voor de strijd tegen Wilders. De groei van de PVV heeft zich echter toch doorgezet.
Dat is ditmaal vooral ten koste gegaan van CDA en SP. Maar dat is geen reden voor de sociaal-democraten om te denken dat de groei van de PVV hen niet raakt. De tien zetels die de SP verloor, hebben de sociaal-democraten niet weten terug te winnen, daarnaast zijn ze zetels kwijtgeraakt aan GroenLinks en D66.
Het is de PVDA niet gelukt bij grote groepen Nederlanders in de lagere en middeninkomensklasse hun bezorgdheid over de toekomst weg te nemen. De sociaal-democraten blijven worstelen met het verbinden van klassieke thema’s als eerlijk delen en verheffing aan overtuigend eigentijds denken én praten over werk, verzorgingsstaat, klimaat en groen.
De discussies over de eigen ideeën en de richtingenstrijd tussen de diehard sociaal-democraten en de sociaal liberalere vleugel in de partij kunnen net als vier en acht jaar geleden weer van stal, evenals de oproepen tot fusies met andere partijen. Bij het CDA is de discussie over het ‘herbronnen’ al begonnen, getuige de introspectieve artikelen van menig christen-democraat op opiniepagina’s van kranten. Ook voor de sociaal-democraten zou dit geen overbodige luxe zijn, al is hun verlies dan kleiner.
Vier jaar geleden constateerde de commissie-Vreeman die toen het verlies analyseerde dat de partij haar machtsbasis in de samenleving moet verbreden. Twintig jaar daarvoor had een commissie onder leiding van Wim Kok precies hetzelfde gedaan. De kans is groot dat dit weer wordt herhaald. Maar hoe breed kan een partij zijn in een gefragmenteerde samenleving? Is er een ideaal dat rijk en arm, autochtoon en allochtoon, stad en platteland, noord en zuid, jong en oud, hoog- en laagopgeleid met elkaar verbindt?