Verloren gewaande vrienden

Van de alternatieve helden uit de jaren negentig bestaan er nog veel, maar vaak in verminkte en zeker niet in dezelfde glorieuze toestand als destijds. Wie nu kijkt naar de affiches van festivals als Pinkpop en Lowlands in de jaren negentig ziet namen van bands die nog steeds bestaan, maar vaak vooral op papier.

Medium muziek

De spannendste band in de metal was Tool, in de triphop was dat Portishead. Die laatste gaven afgelopen jaar nog een werkelijk verpletterend optreden op Lowlands, maar maakten inmiddels al zeven jaar geen album meer. Tool tourde vorig jaar nog door de Verenigde Staten en wat er daarvan op YouTube opdook, klonk en oogde nog steeds indrukwekkend, maar hun laatste album verscheen negen jaar geleden en was hun zwakste.

Er zijn ook bands die simpelweg gedateerd zijn gaan klinken. Het geldt voor eigenlijk alle vertegenwoordigers van de in de jaren negentig populaire kruisbestuiving tussen rock en hiphop, en het geldt in veel gevallen ook voor de rockbands die het afwisselen van dynamiek tot hun handelskenmerk maakten. De band Live, in de Verenigde Staten en in met name België en Nederland enorm groot in de jaren negentig: op hun meesterwerk Throwing Copper na is er inmiddels niet meer naar te luisteren zonder de bijsmaak van het verstrijken der jaren. De band heeft een nieuwe zanger, die klinkt als de oude. De oude heeft een nieuwe band die klinkt als Live.

Nog groter dan Live waren de Smashing Pumpkins, aangevoerd door de immer wat chagrijnige Billy Corgan, wiens snerpende, dreinerige stemgeluid door merg en been kon gaan, maar live ook volledig kon ontsporen in valsheid. Bij de Smashing Pumpkins op hun best, en dat waren ze eigenlijk de hele jaren negentig, was hard altijd op een wonderlijke manier zowel bombastisch als melodieus. Nummers als Zero waren pilaren van gitaargeweld, maar klonken nog steeds naar popmuziek. Hun afscheidsalbum Machine/The Machines of God maakte duidelijk wat er gebeurde wanneer die balans werd losgelaten ten gunste van het geweld en ten koste van de melodie: dan restte slechts lelijke bombast. Corgan deed het solo en met andere bands, maar richtte uiteindelijk de Smashing Pumpkins opnieuw op. Althans: de naam. Hij is inmiddels het enige originele lid van een band die tegenwoordig in Paradiso staat, in plaats van twee avonden in Ahoy’.

Hun derde album sinds de heroprichting heet Monuments to an Elegy en is het beste van de nieuwe Pumpkins. Een compact album: negen nummers van drie tot vier minuten, met refreinen die beklijven, Corgan die soepel en warm zingt boven gitaren die uithalen, maar nooit een muur worden. Voor dit constante niveau van de Smashing Pumpkins moeten we terug tot 1998, misschien wel tot 1995. Dat het toch niet leidt tot regelrechte euforie noch tot de verwachting van een massale heropleving komt door de keerzijde van ieder weerzien met een oude, verloren gewaande vriend: hij is niet veranderd, maar de tijden zijn dat wel. Monuments to an Elegy klinkt als een heel goed album uit de jaren negentig.


Beeld: Smasking Pumpkins (Paul Elledge / Alternative Press)