Verloren liefde

Robbert Welagen brengt het verdriet ongefilterd in beeld © Gamma Rapho / HH

In The Grand Budapest Hotel van regisseur Wes Anderson raakt een schrijver aan de praat met een man op leeftijd, Zero Moustafa, die de eigenaar van het illustere hotel blijkt te zijn. Ze ontmoeten elkaar voor het eerst in de oude thermen. De baden zijn roestig, de muren en tegels brokkelen af – toch komt Zero er nog graag, vooral wanneer hij wordt overmand door ‘eenzaamheid’. In het bad kan hij zich in het verleden wanen, de tijden herleven waarin het hotel ‘een instituut’ was en zijn naasten nog in leven waren.

Geheel in die sfeer schreef Robbert Welagen zijn achtste roman, Antoinette. Het boek speelt zich af in een vermoedelijk negentiende-eeuws thermaalbad in Boedapest dat zijn hoogtijdagen achter zich heeft: ‘Het staat er wat verwaarloosd, maar mooi bij. Zoals de hoge lampen, direct langs de badrand, ieder op een klassieke voet. Bovenaan gaat elke paal uiteen in twee boogvormen, als een M, met aan ieder steeltje een druppelvormige lamp. De slanke palen suggereren een hoogte, een hoogte van een ruimte, een even hoge ruimte als het binnenbad.’ De hoofdpersoon is 42, alleenstaand en een melancholicus. Vandaar dat hij, ‘halverwege zijn leven’, vooral terugblikt: hoe is hij hier terechtgekomen, wat had hij graag anders willen doen? Ook is hij een mijmeraar die via zijn gedachtewereld probeert te ontsnappen aan de complexiteiten van de werkelijkheid: ‘Dagdromen en wensdenken vereenvoudigen de realiteit. Wat eraan ontbreekt is de wispelturigheid van het dagelijks leven: wegversperringen, uitgelopen afspraken.’ In het thermaalbad wordt die hectische alledaagse realiteit zo veel mogelijk op afstand gehouden: terwijl zijn lichaam rust, drijft of door het personeel verzorgd wordt, kan de verteller zijn geest de vrije loop laten.

Welagen vat de overpeinzingen van zijn verteller in heldere, precieze zinnen. De ingetogen schrijfstijl ondersteunt de meditatieve sfeer van het verhaal en benadrukt de afstandelijkheid van de hoofdpersoon: hij is iemand die de wereld aandachtig gadeslaat, maar zich er niet direct onderdeel van voelt. Deze roman bestaat dan ook uit veelal impressionistische beschrijvingen: ‘Tijdens het wachten legde ik soms mijn hoofd in mijn nek, om naar de zon te staren die door het katoen van de parasol scheen. Het licht veranderde geleidelijk: de helderblauwe lucht maakte plaats voor een verzadigde tint.’ Maar daartussen vind je af en toe een welluidende en ritmisch uitmuntende zin, die ook dieper inzicht biedt in het karakter van de zo gereserveerde verteller: ‘Ik ben een man met vouwen in de lengte van zijn truimouwen.’

Alles komt in het licht te staan van de pogingen om het noodlot te omzeilen

De schrijver wijst meermaals op de terughoudendheid en het zelfbewustzijn van zijn hoofdpersonage, wat aanvankelijk suggereert dat deze eigenschappen de oorzaak van zijn isolatie vormen. Het zit anders: de verteller had vijf jaar lang een verhouding met Antoinette, de vrouw met wie hij de rest van zijn leven wilde delen. Beiden werkten in Nederland, hij als jurist, zij bij een distributeur van koffiebonen, maar ze ontmoetten elkaar bij toeval in een warenhuis in Boedapest. Hun eerste afspraak vond plaats in het thermaalbad waar de verteller nu weer ronddwaalt. Zeven jaar na dato bezoekt hij de plek waar het begon, niet alleen om de verloren liefde te herdenken, maar ook omdat hij Antoinette hier weer hoopt te treffen: ze heeft namelijk toegezegd om op deze beladen locatie de dag met hem door te brengen.

Via de herinneringen van de wachtende hoofdpersoon reconstrueert Welagen het verloop van hun relatie. Op sublieme wijze doet hij de introspectieve vertelling omslaan in een dramatische liefdesgeschiedenis. Hij voert je van de eerste kus langs de ontluikende verliefdheid, de groeiende intimiteit en het huwelijk, waarna de schrijver onverbiddelijk afkoerst op het reeds aangekondigde einde.

De kern van deze tragedie is even simpel als vreselijk: de een wil koste wat het kost een kind, maar om onduidelijke reden is het niet mogelijk om er met de ander een te krijgen. Hierop volgt een reeks onderzoeken, artsengesprekken en noodoplossingen, maar resultaat blijft uit. Alles komt in het licht te staan van de verwoede pogingen om het noodlot te omzeilen, waardoor schuldgevoel en frustratie de liefde van weleer verdringen. Aan het einde van het traject is er van de oorspronkelijke genegenheid praktisch geen sprake meer. Welagen beschrijft deze ontwikkeling zeer minutieus en zonder genade. En juist omdat hij de frictie tussen de geliefden zelfs in de kleinste interacties zichtbaar weet te maken, het verdriet ongefilterd in beeld brengt, kan deze roman met recht hartverscheurend worden genoemd.

Antoinette is een pijnlijk emotioneel boek over verlies. Niet alleen moet de verteller afscheid nemen van zijn grote liefde, ook moet hij het verlangen naar een kind en het vaderschap zien los te laten: ‘Ieder mens raakt in zijn leven iets kwijt, vroeg of laat, dat wist ik wel. Maar ik wist niet dat je ook iets kon verliezen wat je nog niet had.’ Voor iemand die zijn toekomst heeft moeten opgeven is het verleden het enige toevluchtsoord.