Spielbergs Minority Report

Verloren onschuld

De angst voor het totalitarisme neemt toe. Dat valt af te lezen aan Steven Spielbergs politiestaatfilm ‹Minority Report›. Dat het verhaal niet vergezocht of paranoïde is, wordt bewezen door de nerveuze strijd tegen het terrorisme en de plannen van de regering-Bush voor een oppermachtig veiligheidsministerie.

30 juli 2002, Punta Gorda, Florida. In de openbare bibliotheek schuift Nigel B. Gates (45) achter de computer. Hij surft naar websites over Bagdad, president George W. Bush, de terroristische aanslagen van 11/9 en technieken voor het verstoppen van metalen voorwerpen. Dertig minuten later. Door de ingang van de bibliotheek stormen agenten van de Southwest Florida Bomb Squad, het Punta Gorda Fire Department, de Charlotte County Sheriff’s Office en een horde andere rechercheurs en geüniformeerd personeel van gemeentelijke hulpdiensten. Agenten ondervragen Gates, die een Britse burger blijkt te zijn. Als ze in zijn rugzak flessen vinden met daarin een onbekende vloeistof ontruimen ze de bibliotheek. Ze arresteren Gates.

8 mei 2002, O’Hare International Airport, Chicago. Jose Padilla, alias Abdullah al Muhajir, keert terug uit Zürich. In de aankomsthal springt een team FBI-agenten boven op hem en slaat hem in de boeien. Ze brengen hem met spoed over naar een gevangenis ergens in South Carolina. Hij krijgt geen toegang tot een advocaat, noch wordt er officieel een klacht tegen hem ingediend. Wel geeft procureur-generaal John Ashcroft een persconferentie. Hij voert aan dat Padilla op een onbekend tijdstip in de toekomst een terreurdaad zal uitvoeren.

2054, een voorstad van Washington. In de slaapkamer van een huis betrapt een man zijn vrouw in bed met een andere man. Overmand door woede en verdriet pakt hij een schaar. Op dat moment valt een arrestatieteam van het ministerie van Justitie de kamer binnen. Rechercheur John Anderton, hoofd van de pre-crime-eenheid, trekt zijn pistool. Gillen. Glasscherven. Hysterisch gillende overspeligen. Harde klappen vallen. Anderton arresteert de bedrogen man — op beschuldiging van de moorden die hij op het punt stond te plegen, volgens de informatie van pre-crime.

Het begrip pre-crime, ofwel «geanticipeerde misdaad», is een vondst van de Amerikaanse schrijver Philip K. Dick, tijdgenoot van William Burroughs. Dick wordt ook wel beledigend omschreven als een tweederangs Thomas Pynchon. Dat komt doordat hij tussen de jaren vijftig en tachtig ongegeneerd sciencefiction schreef toen het in de mode was om vanuit de culturele elite neer te kijken op dat genre. Pynchons Gravity’s Rainbow is evengoed te omschrijven als «sciencefiction», maar zijn meesterwerk werd meteen opgenomen in de literaire canon. In Amerika is Dick inmiddels gerehabiliteerd; klassiek zijn zijn romans The Man in the High Castle (1962), The Three Stigmata of Palmer Eldritch (1965) en Flow My Tears, The Policeman Said (1974).

In 1982 overleed Dick aan een hersenbloeding. Ironisch is dat zijn werk meer actueel is dan ooit tevoren. Belangrijkste thema’s: wat is de werkelijkheid? Wat betekent het een mens te zijn? Deze vragen vormen de bouwstenen van een dystopische visie waarin Dick de mens uitbeeldt als een psychologisch ontredderd wezen. Personages in zijn boeken zijn slachtoffers van totalitaire, door consumentisme gedreven regimes. Het korte verhaal The Minority Report (1956) is hier een voorbeeld van. Halverwege de 21ste eeuw ontwerpt de mens drie helderziende wezens die de gave bezitten te voorspellen wanneer, waar en door wie een moord zal worden gepleegd. Deze «pre-cogs» stellen de politie in staat moordenaars in spe te arresteren, berechten en achter tralies te zetten voordat ze daadwerkelijk een misdaad hebben gepleegd. Het systeem werkt ogenschijnlijk effectief. Moord in Washington is een vrijwel onbekend verschijnsel.

Dat «geanticipeerde misdaad» geen vergezocht idee is, blijkt uit de complexe relatie tussen feit en fictie die is ontstaan na de terreuraanslagen van 11/9. In Amerika is dat eens te meer gebleken tijdens de release van Steven Spielbergs filmversie van Dicks verhaal. Luttele weken voordat Minority Report zou draaien, werd Jose Padilla in Chicago gearresteerd, niet op beschuldiging van het plegen van een misdaad, maar wegens datgene wat de FBI meende te «anticiperen», namelijk dat Padilla een radioactieve bom zou maken en in Amerika tot ontploffing zou brengen. Padilla werd een slachtoffer van pre-crime, het fenomeen dat Philip K. Dick in de jaren vijftig verzon voor een kort verhaal dat verscheen in een pulptijdschrift met de titel Fantastic Universe. Maar het universum van Dick is nu nauwelijks meer «fantastisch» te noemen. Internetjournalist Matt Drudge bericht dat een producent van Minority Report onthutst reageerde op de Padilla-arrestatie met: «Gebeurt dit echt? Dit is onze film!»

De postume aanwezigheid van Philip K. Dick in de actuele culturele arena heeft maar één reden: de angst voor de totalitaire staat neemt toe. Susan Sontag opperde deze mogelijkheid al in de aanloop naar de oorlog in Afghanistan. Nervositeit kenmerkt van meet af aan de reactie van de westerse wereld op de terreurdaden van Osama bin Laden en de al-Qaeda-organisatie. Eensgezindheid brokkelt steeds meer af. Dat valt af te lezen aan de negatieve reacties op de arrestatie van Jose Padilla en incidenten zoals die in de bibliotheek in Punta Gorda, waar de Brit Nigel Gates geen enkele misdaad bleek te hebben gepleegd behalve dat zijn visum was verlopen. En wat te denken van de plannen van de regering-Bush voor een machtig antiterreurministerie, het Department of Homeland Security geheten? De Democraten in de Senaat morren over de concentratie van tientallen federale veiligheidsdiensten in een soort leviathan; vakbonden klagen over burgerrechten die hun leden zouden moeten afstaan als Bush zijn zin krijgt.

In dit klimaat past een subversieve film als Minority Report, gemaakt nog wel door een cineast in wiens oeuvre de angst voor het fascisme een rode draad is.

Het totalitarisme, schrijft George Orwell in een essay, kan overal triomferen als het niet wordt bestreden. De geschiedenis leert dat vooral economische en politieke tegenwind bevorderlijk zijn voor machtsmisbruik en repressie. Of zijn deze neigingen gewoon deel van de menselijke natuur? In de zeventiende eeuw concludeerde Thomas Hobbes dat gebrek aan een goede regering de mens leidt tot zijn natuurlijke gesteldheid, namelijk een constante staat van oorlog waarin geen plaats is voor moraliteit. Complexer is de formulering van Hannah Arendt, die het terroriseren en misleiden van de bevolking ziet als de basis van totalitaire ideologieën. Arendt stelt dat het totalitarisme een houvast kan bieden in tijden van grote onrust — zoals bijvoorbeeld na de Eerste Wereldoorlog — zodat mensen een visie kunnen hebben volgens welke ze zowel het trieste verloop van de geschiedenis kunnen verklaren als hoop voor de toekomst kunnen vinden.

Bij de totalitaire staat gaat het om de kracht van de leugen. Orwell toont aan dat schoonheid in de vorm van kunst en literatuur verdwijnt, of door de machthebbers wordt vervormd tot propaganda. Gepast is dat de meest natuurlijke fabrikanten van leugens — film regisseurs — hierop reageren. In de jaren tachtig identificeerde de theoreticus Robin Wood als eerste het fear of fascism-syndroom bij een groep bijzonder getalenteerde cineasten die in de jaren zeventig, onder invloed van Vietnam, Watergate en Nixon, zochten naar een creatieve identiteit. Het waren Steven Spielberg, George Lucas en Francis Ford Coppola. Bij de laatste twee regisseurs ligt de angst voor het fascisme er dik bovenop: Lucas met eerst het orwelliaanse THX 1138 en daarna de Star Wars-serie, en Coppola met de afluisterfilm The Conversation en de Vietnamfilm Apocalypse Now. Bij Spielberg is de angst ook tot op zekere hoogte duidelijk zichtbaar, gezien de oorlogsfilms Schindler’s List en Saving Private Ryan, maar bij hem is het interessante dat het fascisme zich meer geraffineerd nestelt in het karakter van oer-Amerikaanse helden. Neem Chief Brodie (Roy Schneider) die in Jaws samen met een hippie (Richard Dreyfuss) en een Tweede-Wereldoorlogveteraan (Robert Shaw) ten strijde trekt tegen het zeemonster. Voor de Spielberg van de jaren zeventig moet Brodie de belichaming van de vijand zijn geweest: iemand die goede sier maakt met zijn bruine uniform en graag verklaart: «Ik ben de politie; ik kan doen wat ik wil.» Meesterlijk is de wijze waarop Spielberg aantoont dat Brodies motivatie bestaat uit angst om zijn greep op het leven kwijt te raken — de klassieke drijfveer van machthebbers van totalitaire staten.

Hetzelfde proces is gaande bij agent Anderton (Tom Cruise) in Minority Report. Hij is de archetypische Spielberg-fascist/held: een man in uniform die gelooft in het systeem — totdat de helderziende pre-cogs een nieuwe moordenaar voorspellen: Anderton zelf. Hij moet rennen voor zijn leven. In een cruciale scène laat hij nieuwe ogen implanteren, teneinde te ontsnappen aan de oogscan, een techniek die het belangrijkste identificatiemiddel vormt in de samenleving van 2054. Maar het gaat dieper: wegens de operatie is Anderton tijdelijk blind en krijgt hij een bandage om zijn ogen. Dit is een krachtige metafoor, een referentie aan Vrouwe Justitia, het symbool van de rechtvaardige rechtspraak. Dat is immers wat het systeem van pre-crime niet is. De scène, weergaloos gefotografeerd in grijze kleuren en schitterend geacteerd door Cruise, is een keerpunt. Anderton beseft hoe monsterlijk het systeem werkelijk is. Van nu af zal hij vechten om het regime te ontmantelen.

Minority Report handelt zoals alle films van Steven Spielberg over verloren onschuld. De regisseur betreurt niet alleen de teloorgang van zijn eigen jeugd — het vermoorde zoontje van Anderton doolt als een geest door de film — maar ook de gevallen mens voor wie de democratische rechtsstaat een vage herinnering is. De werkelijkheid van de futuristische mens is de totalitaire staat zoals Arendt die beschrijft: door de ideologie van pre-crime kunnen de burgers van Washington hoop koesteren op een geweldloze toekomst. Dat dit een leugen is, ziet alleen de man met de nieuwe ogen.

Minority Report is over een paar weken in Nederland