Twintig jaar Duitse eenheid Interview met Martin Gutzeit, oprichter van de Oost-Duitse SPD

‘Verloren? We hebben gewonnen!’

De Oost-Duitse theoloog Martin Gutzeit richtte, voordat de Muur viel, de sociaal-democratische SPD in de DDR op. Dat was een openlijke oorlogsverklaring aan de Socialistische Eenheidspartij. Hoe een gedreven dominee de weg wees naar de Duitse hereniging - dwarsgezeten door de ‘Stasi’.

‘NA DE VRIJE verkiezingen in de DDR van 1990 kwam ik voor de SPD in het parlement. De staat bezorgde me een flat in het centrum van Berlijn. De Telecom vond geen gewone telefoonbekabeling, maar een systeem van luchtdrukkabels dat tot in de kelder liep, en zette daar de boor in. Tien minuten later stond er een regeringsambtenaar voor de deur. Die had een alarmmelding ontvangen - toen nog! Ik bleek een leegstaande “conspiratieve woning” te hebben, zo een waar Stasi-officieren hun informele medewerkers ontmoetten. Daarvóór had spionnenchef Markus Wolf er gewoond, hoorde ik later van een buurman.’
Theoloog en oud-parlementariër Martin Gutzeit schatert het uit. Absurditeiten waren er te over in het jaar 1990. Hij vertelt over de weg naar de Duitse eenwording alsof het een spannend jongensboek betreft. Voor emoties was de tijd te krap, zegt hij. 'Toen de Muur viel? Ik zat met een paar West-Berlijnse SPD'ers in een cafeetje in de Friedrichstrasse. Een bekende kwam langs en vertelde het. Ik ga naar huis, zei ik de anderen. Morgen wacht vast veel partijwerk.’
Gutzeits onderkoelde reactie op het grote nieuws kwam niet uit wrok voort. De Muur was voor hem gewoon al gevallen. Dat was een proces van maanden geweest, waarin de tegenstander steeds tandelozer werd. 'Die middag voordat de Muur openging had ik zelfs een delegatie van de Socialistische Internationale uit West-Europa ontvangen in de cafetaria van het Palast der Republik. Dat was reine provocatie: in het Palast vergaderde immers de Volkskammer, het parlement van de DDR. Maar er werd niet ingegrepen.’
Martin Gutzeit bevindt zich ten kantore van zijn werkgever, de Berlijnse onderzoeksdienst voor de dossiers van de DDR-Staatssicherheitsdienst. De 'Stasi’ is een rode draad in zijn leven en werk. Dominee is Gutzeit al lang niet meer, al melden zich bij de onderzoeksinstelling wel Stasi-slachtoffers om zielezorg. 'Al in 1990 predikte ik hooguit nog met Kerstmis, in de toenmalige parochie van mijn vrouw.’
Dominee Gutzeit belandde twintig jaar geleden in de politiek. Hij is onbetwist de geestelijke vader van de Oost-Duitse sociaal-democratische partij. Maar hij begon als elektromonteur. 'Ik wilde wiskunde studeren, maar als domineeskind in de DDR had je geen toegang tot hoger staatsonderwijs.’ In 1972 kon Gutzeit theologie gaan studeren op het evangelische Sprachenkonvikt in Berlijn. Dat was een broedplaats van kritisch intellect, zegt hij, die zot genoeg door de staat werd gedoogd. 'We bediscussieerden de filosofen’, zegt hij en plukt Aristoteles’ principes tegen de tirannie uit de kast. 'Ook Marx natuurlijk, maar het belangrijkst was onze Hegel-club. Hegel heeft de betekenis van de civil society, zoals je nu zou zeggen, ingezien. Waar begint de moderne tijd? Bij een maatschappij van verantwoordelijke burgers.’
Gutzeit werd dorpsdominee en was actief in burgerrechten- en vredesgroepen, speelde nog ontwapeningsrollenspellen met Nederlandse vredesactivisten. 'Dat activisme was een vrijblijvende discussie met de dictatuur. Ik gooide wel eens de vraag op in zo'n vredesgroep of ze bereid waren burgemeester of minister te worden. Dan keken ze me raar aan! Ik leed niet aan machtsgeilheid, maar zonder enige verantwoordelijkheid kwamen we niet verder. Zo kreeg ik het idee een politieke partij op te richten.’
In 1986 nam hij een baan aan op het Konvikt in Berlijn. 'Een speciaal stempeltje gaf me toegang tot politiek-wetenschappelijke literatuur uit het Westen. Ik ben me in de grondslagen van de parlementaire democratie gaan verdiepen. En kwam toen uit bij de sociaal-democraten. In 1946 was de Duitse SPD bij ons onder dwang opgegaan in de communistische eenheidspartij, de SED.’ De christen-democratische CDU, die wel was blijven bestaan, was voor de dominee geen optie: 'De blokfluit van de staat, zoals wij zeiden. Bovendien hadden mijn filosofen me geleerd dat je staat en kerk moest scheiden.’
Om het aanzwellende protest te breken, hamerde de evangelische kerk op de 'dialoog met de staat’. 'Een knuffelkoers. Samen met een rits dominees en ander kritisch kerkvolk heb ik in 1987 een openbare verklaring uitgegeven dat de kerk niet namens ons oppositionelen sprak. Kerkvorst Manfred Stolpe ging prompt klagen bij het Centraal Comité, vernam ik later, dat “zijn armen te kort werden”.’
In juli 1989 hadden Martin Gutzeit en Markus Meckel, eveneens dominee en een oude vriend uit de Hegel-club, de SPD-oprichting op papier. 'Een week later lag dat papier bij het ministerie van Staatsveiligheid.’

GUTZEIT buldert van de lach en tovert het betreffende document met het opschrift 'Streng geheim!’ te voorschijn. In de kopie wordt van 'een aanval op de grondslagen van de staat’ gesproken. 'De heroprichting van de SPD haalde de mythe van verenigde arbeidersklasse onderuit, de zuil waarop de SED leunde.’ Het geheime Stasi-rapport eindigt met de strafmaat voor het vergrijp. 'Tien jaar stond erop.’ Hij grijnst.
De verklikker bleek de derde man van de SPD in spe, de charmante causeur Manfred 'Ibrahim’ Böhme. 'Slechts vier mensen kenden het oprichtingspapier. Ibrahim Böhme was al in 1984 door de Stasi als IM op me gezet, weet ik nu. Maar we hadden een partij opgericht om daarmee naar buiten te treden, dus de Stasi mocht het best weten. Als ze Meckel en mij zouden oppakken, bleef ons partijprogramma nog overeind.’
Ze werden niet opgepakt. 'We konden de plannen op een gedenkmanifestatie voor de Franse Revolutie openbaar maken.’ Op 7 oktober 1989 werd de SPD-Ost - toen nog even SDP geheten - officieel opgericht, door 39 mensen in de dorpsparochie van Schwante bij Berlijn. Er gebeurde weer niets. Het was de dag dat de DDR zijn veertigjarig bestaan vierde, terwijl het volk massaal morde en op de vlucht sloeg.
'Om toch wat rugdekking te krijgen, heb ik onmiddellijk Willy Brandt een brief geschreven. Hij was als grote sociaal-democraat voorzitter van de Socialistische Internationale en heeft de SPD-Ost daar prompt voorgedragen.’
En zo zat Gutzeit op de middag van 9 november met een delegatie Europese socialisten in het Palast der Republik. Al op 5 november, de dag na de massale demonstratie op Alexanderplatz, had Gutzeit met zijn SPD opgeroepen tot de formatie van een Centrale 'Runder Tisch’. Dat moest een schaduwregering worden met vertegenwoordigers van de belangrijkste politieke en maatschappelijke organisaties. 'Ons doel was toen al vrije verkiezingen. Toen de Muur viel, waren die verkiezingen opeens haalbaar geworden.’
Op 10 november gaf de Ronde Tafel zichzelf groen licht. Diezelfde avond toerde er een auto door Oost-Berlijn, op zoek naar de nieuwe SPD. 'Daaruit stapten Brandt, Vogel en Stobbe - drie SPD-oud-burgemeesters van West-Berlijn! Willy Brandt was Oost-Berlijn bijna niet in gekomen, hij was zijn paspoort vergeten. Die liep al op de feiten vooruit.’ SPD-erevoorzitter Brandt en -partijvoorzitter Hans-Jochen Vogel, zo verzekert Gutzeit, droomden, net als hijzelf, van een Duitse hereniging op onbestemde termijn. 'Zij gaven al begin 1990 signalen af dat zij, als kopstukken, de partij mee zouden krijgen op onze koers: een geleidelijke, goed doordachte weg naar de eenheid - als die gezien het internationale krachtenveld mogelijk zou worden. Maar ja, het Momper-citaat van die middag had ons ook bereikt.’
De actuele SPD-burgemeester van West-Berlijn, Walter Momper, had de toegestroomde Ossi’s voor zijn stadhuis verwelkomd met de woorden: 'Dit is een wederzien, geen weder-vereniging!’ Gutzeit: 'De West-Duitse SPD zwoer nog bij de dialoog met Honecker cum suis. Wij wilden een ander regime en waren een soort springlading onder die koers.’
De brede linkerpartijvleugel van de West-Duitse SPD zag niets in een Duitse hereniging, die al snel na de 'revolutie’ (Gutzeit) in de DDR werd gescandeerd: Wir sind EIN Volk. Topauteur en SPD-lobbyist Günter Grass vertolkte met zijn 'Auschwitz’-waarschuwingen de principiëlere zijde: angst voor een nieuw Groot-Duits rijk. Voor menige SPD'er van de generatie '68 was de 'antifascistische’ DDR zelfs de betere staat. Een meer pragmatisch verzet was te horen uit de mond van kopstukken als Gerhard Schröder en Oskar Lafontaine. Zij voerden in 1990 in hun deelstaten campagne met de waarschuwing dat de West-Duitse arbeiders in een herenigd Duitsland slechter af zouden zijn.
Voor de SPD-Ost, voegt Gutzeit toe, was nog een toezegging van Brandt essentieel: dat de door diens eigen Ost-Politik gecreëerde topcontacten met de SED verbroken zouden worden. 'Die waren onverdraaglijk voor ons.’ En dat beleid werkt tot op heden door, constateert hij tevreden: 'De samenwerking van de SPD met de SED, die zich in PDS omdoopte en nu de Linkspartei heet, is nog steeds taboe.’
Tegen de achtergrond van de stormachtige internationale politieke ontwikkelingen in 1990 verschijnen deze SPD-haarkloverijen als voetnoten - Gutzeit is de eerste om dat in te zien. Niet de SPD, maar Helmut Kohls christen-democratische CDU was in de Bondsrepubliek aan de macht. Bondskanselier Kohl gokte voor de zo begeerde Duitse hereniging op vijf jaar. Immers, niet alleen de Nederlandse premier Ruud Lubbers was fel tegen, maar ook een zwaargewicht als de Britse Margaret Thatcher. De Amerikaanse president Bush sr. was erg vóór. Maar alles draaide om Gorbatsjov en zijn wankele sovjetimperium. Kohl had niet durven dromen dat hij 'zijn vriend’, met vele miljarden in de hand, zo snel kon overtuigen van de historische juistheid van een herenigd Duitsland.
Ondertussen bepaalden de Oost-Duitse burgers wat zij met hun DDR wilden - zonder hun wil kon de wereldpolitiek wel inpakken. En zo kwam ook Martin Gutzeit weer als speler op het toneel. Bij de eerste, en tevens laatste, vrije verkiezingen in de DDR stemde het volk overtuigend op de grote partijen. Zij het anders dan in de prognoses. Gutzeits SPD was een klinkende overwinning voorspeld. De partij eindigde met amper twintig procent van de stemmen.
'Ik denk dat de dialoogpolitiek van de West-Duitse SPD, die de DDR-dissidenten jarenlang als steek onder de gordel hadden ervaren, mede debet was aan onze slechte resultaten.’ Het ergste vond hij niet eens het feit dat de CDU, met geallieerde partijtjes, bijna de helft van de stemmen kreeg. Het Kanzler Kohl-effect speelde natuurlijk mee. 'Het ergste was dat men stond te juichen terwijl, goedbeschouwd, de gevestigde partijen onder het communisme, de CDU en de SED/PDS, die zestien procent van de stemmen kreeg, de overwinnaars waren. Zijn verklaring daarvoor is simpel: 'Zij hadden de leden, de kranten, de infrastructuur om een echte verkiezingscampagne op te zetten - de burgerrechtbewegingen en wij niet.’
De dissidentengroeperingen die zich, op de SPD na, in Bündnis 90 hadden verenigd, waren weggevaagd. Gutzeit wijt het aan hun oude probleem met macht: 'Bärbel Bohley, de oprichtster van Neues Forum, die met Bündnis 90 meedeed, heeft altijd geroepen dat ze een hekel had aan macht. Zij zag meer in buitenparlementaire, basisdemocratische structuren. Bündnis 90 had gewoon geen helder programma.’ Gutzeit vindt het absurd dat Bohley, die onlangs is overleden, uitgerekend door de CDU van bondskanselier Angela Merkel tot heldin is uitgeroepen. Zijn SPD zat ideologisch met de kritische burgerplatforms zoals Neues Forum veel meer op één lijn, zegt hij, dan de christen-democratische 'blokfluiten’. Daarin speelde de omgang met de erfenis van de 'Stasi’ een wezenlijke rol. Gutzeit: 'Neues Forum en de andere platforms demonstreerden voor de doelen die wij via de Volkskammer probeerden te bereiken: dat de beslissingsbevoegdheid over de Stasi-dossiers niet aan Bonn toekwam, dat Stasi-medewerkers niet langer zelf de afwikkeling van deze dienst plus zijn archief ter hand konden nemen, dat er inzagerecht kwam, et cetera. We wilden immers een nieuwe, schone maatschappij.’
De meerderheid in het parlement werkte tegen, Gutzeit werd zelfs bedreigd. En er waren problemen van een andere orde. 'Je moet het je zo voorstellen: de Volkskammer was een ruimte, een zaal. Maar wat je daar moest doen? Het was nog lang geen institutie waar parlementaire democratie werd bedreven. Fracties formeren, procedures opstellen, deskundigheid verwerven - alles moest vanuit het nulpunt worden opgebouwd. Wij als SPD hadden, denk ik, nog de meeste kennis over democratie en rechtsstaat in huis. Maar wij waren met slechts twee, toen vier, en vervolgens 39 mensen, toen het harde werk begon.’
In het Oost-Duitse parlement moesten, legt hij uit, onder enorme tijdsdruk en met onzekere internationale factoren, grote besluiten worden genomen, veelal op het niveau van de grondwet. 'We moesten immers, naar onze voorstelling, een Duitse eenheid smeden uit twee ideologisch en economisch volkomen tegengestelde systemen.’
Inmiddels was bekend geworden dat het ministerie van Staatsveiligheid 85.000 mensen in dienst had en daarnaast over 109.500 informele medewerkers (IM’s) kon beschikken, en mogelijk nog meer. Dat was een shock - waar zaten al die mensen nu? 'Direct na de val van de Muur’, zegt Gutzeit, 'hadden demonstranten buiten en de SPD aan de Ronde Tafel al geëist dat de biografieën van de politici zouden worden onderzocht op verstrikkingen in het Stasi-netwerk. Er gebeurde weinig. Vanaf maart 1990 zat de SPD als coalitiepartner in de regering van christen-democraat Lothar de Maizière. Maar ja, ook premier De Maizière was Stasi-informant, zo bleek later.’
Gutzeit lacht bitter. 'En wijzelf hadden dus Böhme.’ In februari was Gutzeits 'derde man’ zelfs SPD-voorzitter geworden, en in maart lijsttrekker. 'Hij zat naast me in de fractie. Ik stond maar zo vaak mogelijk bij hem voor de deur, om hem op mijn beurt in de gaten te houden.’

HET WEEKBLAD Der Spiegel ontmaskerde Ibrahim Böhme eind maart 1990 als Stasi-Spitzel, evenwel zonder waterdichte bewijzen. Böhme ontkende. 'Om aan te geven hoe de sfeer was’, zegt Gutzeit, ’- en ik merk dat ik weer op mijn woorden ga letten - moet ik maar vertellen dat de bewijzen tegen Ibrahim Böhme door onze eigen SPD-mensen zijn verdonkeremaand. Er speelden allerlei belangen. Markus Meckel, die minister was geworden, en ik stonden met onze aantijgingen tegen hem voor aap. In de pers werden we afgeschilderd als zwarte dominees op heksenjacht.’
De historische nachtelijke parlementszitting van 23 augustus 1990 heeft Gutzeit nog bijna gemist: 'Het was een ingelaste vergadering. Ik hoorde ervan op de autoradio, toen ik mijn vrouw op de trein naar Davos zette.’ De Volkskammer besloot die nacht om per 3 oktober toe te treden tot de Duitse Bondsrepubliek. En had daarmee 'niet meer en niet minder dan de ondergang van de DDR vastgelegd’, zoals PDS-voorman Gregor Gysi droog in zijn aansluitende Kammer-toespraak constateerde. Gutzeit: 'Bij de CDU brak gejubel uit. Bij ons in de SPD was de stemming wat halfslachtig.’
Hij vertelt over de compromissen op allerlei terrein, die de SPD-Ost ten gunste van het Herenigingsverdrag heeft moeten sluiten. 'De Wet op de Stasi-dossiers, om bij dat thema te blijven, was al een vrij slap geheel. Later in Bonn zou de wet nog worden afgezwakt.’
Een zeldzame kongsi van Oost-Duitse CDU-politici, de Bundesnachrichtendienst inclusief overgenomen Stasi-generaals, en West-Duitse regeringsadviseurs had, vertelt hij, in de zomer van 1990 al besloten dat de dossiers beschermd moesten worden tegen een te grote openbaarheid. 'Daarbij ging het natuurlijk ook om de DDR-spionage. Kohl en de zijnen hadden er, gezien de corruptie in de CDU, geen belang bij dat de succesvolle resultaten van Markus Wolfs afluisterpraktijken voor onderzoeksdoelen beschikbaar kwamen.’
Een positief uitvloeisel van de Wet op de Stasi-dossiers is de onderzoeksinstelling waarvoor Gutzeit nu werkt. Deze organisatie heeft echter zojuist een pijnlijke berekening gemaakt: tussen eind 1989 en nu is vermoedelijk de helft van alle Stasi-dossiers vernietigd. Zulke 'Landesbehörde’ voor de Stasi-dossiers als deze in Berlijn bestaan in alle Oost-Duitse deelstaten, op Brandenburg na. Op staatsniveau opereert dan nog de 'Birthler-Behörde’, genoemd naar de cheffin. 'Brandenburg kreeg na de Duitse hereniging kerkvorst Manfred Stolpe als premier’, schampert Gutzeit. 'En daarmee een politiek van zwijgen.’ Gutzeits organisatie had Stolpe al snel ontmaskerd als 'IM Sekretär’. 'De man werd daarna ook nog minister - voor de SPD!’
Zijn zo gulle lach krijgt een cynische ondertoon. Hij werd door zijn SPD-Ost niet voorgedragen als kandidaat voor het bestuur van de verenigde sociaal-democraten. 'Ibrahim Böhme wel, en die kwam inderdaad op 3 oktober in het nieuwe SPD-bestuur. Toen de schrijver Reiner Kunze in december 1990 met zijn Stasi-dossiers op de proppen kwam, waarin Böhme als informant voorkwam, was het eindelijk Schluss.’
Gutzeit zelf kwam in de herenigde Bundestag, maar hield de politiek na de verkiezingen van december 1990 voor gezien. 'Ik had de zorg voor twee kinderen, mijn vrouw zat langdurig in Davos in het sanatorium… Dat ik het allemaal heb overleefd en nu al bijna twintig jaar tussen de Stasi-documenten mag zitten, is toch een klein wonder.’ Aan gezeur over al het goede van de DDR dat verloren ging, de gelijke kansen voor vrouwen en zo, heeft hij geen boodschap. 'Verloren? We hebben gewonnen! En deze zaken kunnen nu democratisch worden bevochten. Kijk, op 3 oktober 1990 is Duitsland weer een soevereine staat geworden. De Bondsrepubliek heeft deze soevereiniteit niet aan zichzelf, maar aan ons in de DDR te danken. Vooruit, en een beetje aan Hegel en Aristoteles.’