Verlos ons van de JSF

De parlementaire enquête is ‘het uiterste middel’ om een ingewikkeld probleem van landsbelang tot klaarheid te brengen. Een paar betrekkelijk recente voorbeelden: de RSV-enquête, 1983, die duidelijkheid heeft gebracht over de vergeefse subsidies die het RijnScheldeVerolme-concern van de overheid ontving; de IRT-affaire, 1994, waarin de Commissie-Van Traa onderzoek heeft gedaan naar de praktijken van het Internationaal Recherche Team en zodoende een beerput van corruptie heeft geopend. Dit zijn voorbeelden van succesvol onderzoek.

In het algemeen wordt in de Tweede Kamer om een parlementaire enquête gevraagd als in de loop der jaren een groot probleem is ontstaan van dusdanige ingewikkeldheid dat er geen touw meer aan valt vast te knopen. Dan wordt door partijen die de verantwoordelijkheid niet langer willen dragen om zo'n enquête gevraagd. En dan zijn er altijd andere partijen die dit ‘een te zwaar middel’ vinden.

In dit stadium zijn we nu aangeland met de Joint Strike Fighter, het miraculeuze gevechtsvliegtuig. Ongeveer tien jaar geleden heeft een kabinet-Balkenende besloten dat de JSF beter was dan alles wat de concurrentie aanbood. Het prototype was nog lang niet klaar, maar als contractant mocht Nederland meedoen met de verdere ontwikkeling. Dat zou goed zijn voor onze kenniseconomie, en bovendien werd de werkgelegenheid ermee bevorderd. En of de volgende overweging een rol heeft gespeeld weet ik niet, maar ik sluit niets uit. In het geheim werden in Den Haag voorbereidingen getroffen om mee te doen aan de oorlog tegen Irak. Het zou misschien handig zijn om dan een paar van die toestellen achter de hand te hebben.

Zoals dat met een ingewikkeld project gaat, zo is het ook met de JSF verlopen. Er ontstond vertraging na vertraging en intussen werd het toestel steeds duurder. Den Haag paste de bestelling aan. In plaats van de oorspronkelijke 85 toestellen wilden we er nog maar 35 hebben, nu naar verwachting voor 87 miljoen euro per stuk. Maar als (volgens de voorspellingen van nu) in 2019 de JSF operationeel is, zullen we ons weer als een even vervaarlijke als trouwe bondgenoot hebben bewezen en daarbij zou onze kenniseconomie en werkgelegenheid flink zijn bevorderd.

Natuurlijk is door deze gang van zaken het verzet verder toegenomen. Misschien zijn we nu tot het breekpunt genaderd. Vorige week heeft een Kamermeerderheid besloten dat het JSF-project definitief moet worden beëindigd. Deze uitslag heeft opnieuw tot gegoochel met cijfers geleid. Een geweldig verlies aan werkgelegenheid, bewijzen alle leden van de JSF-lobby. Maar het kan ook meevallen, meldt Het Financieele Dagblad van 9 juli. Als we andere gevechtsvliegtuigen kopen, bij het Franse Dassault bijvoorbeeld, kunnen we globaal op eenzelfde bedrag aan compensatieorders rekenen. Ook dat zou bewezen moeten worden. En ook in dat geval zouden we niet weten wanneer deze aanwinst gevechtsklaar is.

Nog voor deze laatste fase in het debat over de JSF was bereikt, had Arjan El Fassed, Kamerlid van GroenLinks, voorgesteld een parlementaire enquête te houden, niet alleen over de verdiensten en gebreken van het toestel zelf, maar over de hele voorgeschiedenis. Dit denkbeeld wordt steeds beter. De JSF heeft in zijn gecompliceerdheid de allure van de HSL of de Betuwelijn (zoals El Fassed zei) of de Noord-Zuidlijn of het fietstunneltje onder het Rijksmuseum. Noem nog eens een typisch vaderlands probleem.

Maar in dit geval speelt één wezenlijk aspect nauwelijks een rol. De JSF is in laatste aanleg een stuk gereedschap van onze buitenlandse politiek. De tijd dat Nederland zelfstandig zal proberen een oorlog te voeren is meer dan een halve eeuw voorbij. De laatste keer hebben we het geprobeerd omstreeks een halve eeuw geleden toen we ons vliegdekschip de Karel Doorman naar de andere kant van de wereld stuurden om de Papoea’s de democratie te brengen. Dat is een flagrante mislukking geworden. Sindsdien voegen we ons naar het collectieve inzicht van de westelijke bondgenootschappen. De laatste keer dat de Nederlandse luchtmacht een rol van betekenis speelde was in 1977, toen de treinkaping door Molukkers bij De Punt door het imponerend overvliegen van F16’s ongedaan werd gemaakt. En in de Joegoslavische burgeroorlogen heeft een Nederlandse piloot een Mig neergeschoten.

De manier waarop de oorlog wordt gevoerd, is sinds de jaren negentig (met als voorlopige climax de verwoesting van het WTC) principieel veranderd. Had het enig verschil gemaakt als we in Irak of Afghanistan de meest geavanceerde straaljagers hadden gehad? Zouden we met de JSF ons beter kunnen verweren tegen bermbommen, zelfmoordterroristen, vliegtuigkapingen? Kunnen we ons in deze tijd nog oorlogen tussen naties, bondgenootschappen voorstellen? Eskaders bommenwerpers die steden willen verwoesten en daarom moeten worden neergeschoten? Deze wereld is vol risico’s, maar ze zijn van een andere orde.

Nu een Kamermeerderheid zich tegen de JSF heeft uitgesproken en de minister aan het besluit vasthoudt, zal de aanschaf van het toestel ook een onderwerp in de verkiezingsstrijd worden. Ik hoop van harte dat hetzelfde zal gelden voor dit voorstel tot een parlementaire enquête. Het gaat niet alleen om het scheppen van helderheid in de chaos. Deze commissie zou zich ook moeten verdiepen in de waarschijnlijke aard van een volgende oorlog. Een aankoop die goed is voor de werkgelegenheid staat niet garant voor het voorkomen of winnen van die strijd.