Verlosser Cohen verloor

OUD-PVDA-partijvoorzitter Lilianne Ploumen had gelijk. Dat wist iedereen binnen de PVDA. Toch kreeg ze pek en veren over zich heen toen ze afgelopen najaar kritiek uitte op haar partijleider, Job Cohen. Niet sjiek om dat in een interview te doen, vonden ze binnen de partij, doe het dan recht in zijn gezicht. Het heeft de lijdensweg van Cohen juist verlengd, beweren sommigen, omdat de fractie toen niet anders kon dan zich achter haar leider scharen. Of was Ploumens uithaal juist noodzakelijk om de weg vrij te maken voor de kritiek van anderen?
Zelfs hierover bestaat binnen de PVDA onenigheid. Maar hoe het ook zij, Cohen besloot afgelopen weekeinde de eer aan zichzelf te houden en het partijleiderschap van de PVDA neer te leggen. Waar in het najaar de fractie nog zei als één man achter hem te staan, bleek die loyaliteit de afgelopen week voor een groot deel verdampt. Het laatste zetje om daar eerlijk over te zijn, gaf een e-mail van Kamerlid en voormalig staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans. Daarin uitte hij overigens kritiek op de koers van de partij, maar het was aanleiding voor de fractie om het ook over het leiderschap te hebben. In dat fractieberaad werd Cohen pas echt duidelijk dat voorzitter Ploumen niet alleen stond in haar kritiek, maar een breed gedeelde mening ventileerde.
Op 12 maart is het precies twee jaar geleden dat Job Cohen als verlosser van de PVDA werd binnengehaald. Onder zijn voorganger Wouter Bos was het even weer goed gegaan met de partij, die worstelt met over de langere termijn gezien slinkende zetelaantallen in de Tweede Kamer. Maar Bos wist die opleving niet vast te houden.
De hoge verwachtingen die Cohen bij zijn komst omringden, waren tekenend voor de wanhoop van de PVDA. Juist de partij die een lange traditie met zich meedraagt en opereerde vanuit een ideologie zette alle hoop op één man. Die ene man moest de PVDA verlossen van een groot en inhoudelijk probleem: hoe kiezers warm te maken voor het streven mensen met elkaar te verbinden en solidariteit te laten opbrengen in een samenleving die zich kenmerkt door tweedeling en onzekerheid.
Cohen afficheerde zichzelf altijd als de man die wil verbinden. In die zin leek de keuze van Bos voor Cohen een goede. Om als politicus mensen met elkaar te kunnen verbinden, is echter meer nodig dan een goede toespraak op een historische avond, zoals nadat columnist Theo van Gogh was vermoord door een man met Marokkaanse wortels. Als burgemeester van Amsterdam wist Cohen toen de gemoederen te bedaren.
Maar om in een maatschappij mensen die zijn ontslagen of moeten werken tegen slechte arbeidsvoorwaarden te verbinden met hen die het voor de wind gaat, is één toespraak niet voldoende. Eerlijk delen prediken is wat anders dan eerlijk delen doen in een gepolariseerde en angstige samenleving. Daarvoor moet er de moed zijn om pijnlijke keuzes te maken én de kennis van sociaal-economische zaken. Cohen ontbeerde beide. Het hakkelen, stotteren en stuntelen waar hij in de media flink op werd aangepakt, kwam mede daaruit voort. Dat was hard voor een man die eigenlijk door iedereen aardig wordt gevonden. De media hebben zeker een rol gespeeld in Cohens afbladdering, maar het beeld dat ze van hem gaven, staat niet los van de realiteit. Oneliners, zoals Cohen afgelopen maandag gaf in zijn toespraak waarin hij zijn terugtreden aankondigde, doen het in de media beter dan een genuanceerd verhaal. Dat klopt. Maar zonder dat genuanceerde verhaal duidelijk voor ogen te hebben, is het helemaal ingewikkeld om kort en bondig je boodschap over te brengen, en dat was wat er ook aan schortte.
De afgelopen twee jaar en ook nu weer bij zijn vertrek is vaak gezegd dat bij de verkiezingen van 2010 één zetel het verschil had kunnen maken tussen de oppositiebankjes of het premierschap. Dat is waar, maar ook als niet de VVD maar de PVDA in 2010 de grootste partij was geworden, is het de vraag of Cohen in de rol van premier wél de nodige kennis paraat had gehad om harde confrontaties in de Tweede Kamer soepel te pareren. Alle ambtelijke ondersteuning die hij dan had gehad ten spijt had Cohen ook dan de aanvallen van PVV-leider Geert Wilders moeten afslaan. Dat zou net zo tenenkrommend zijn geweest als nu vanuit de oppositiebankjes. Cohen is te fatsoenlijk en niet goed genoeg gebekt om dat te kunnen.
Bovendien legt die steeds terugkerende bezwering over die ene zetel nog pijnlijker bloot dat Cohen en Bos vóór de verkiezingen van 2010 de gevolgen van een mogelijk verlies niet of dan toch onvoldoende hebben doorgeëxerceerd. Dat is een omissie die beiden valt aan te rekenen.
De hoop was niet alleen gevestigd op één man, maar ook op slechts één post, het premierschap. Dan zou het met de PVDA vanzelf wel goed komen. Het getuigt van een leegte die nu bij het falen van Cohen des te duidelijker wordt.
Het idolate dwepen met Lodewijk Asscher, de Amsterdamse wethouder, die bij volgende verkiezingen de partij volgens menigeen moet gaan leiden, heeft hetzelfde gevaar in zich. Niks ten nadele van Asscher, hij spreekt een zaal soepel toe en maakt in Amsterdam scherpe keuzes. Daarin lijkt hij niet op Cohen. Maar als de PVDA het opnieuw moet hebben van één persoon is ze wederom uiterst kwetsbaar. De partij verloochent dan wederom de wezenlijke problemen waar ze mee kampt.