Verlossers

Hoe zal Nederland er op 10 juni uitzien? Kunnen we nog naar ons werk? Zullen de straten niet versperd zijn door een dichte menigte hossende PVV'ers of socialisten? Zullen sommige buurten levensgevaarlijk zijn geworden omdat de verliezers de uitslag niet pikken? Moeten we rekening houden met de eerste stadscommando’s? Eind vorige week leek in Nederland plotseling alles mogelijk. Gevestigde politieke leiders melden zonder waarschuwing dat ze zich bij hun vrouw en kinderen voegen. De burgemeester van de hoofdstad wil het land gaan leiden en wordt meteen door de meest gevreesde volksmenner een theedrinkende knuffelaar van allochtonen genoemd. Een geliefde politieke leider uit een afgesloten rumoerig tijdperk sterft. De media peperen ons al deze sensatie nog eens extra in. Dat gaat nog bijna drie maanden duren. De natie is weer radeloos, redeloos, reddeloos. Is het zo erg? Afwachten. Het is in ieder geval de reprise van de toestand waarin we ons al acht jaar bevinden.
Paars was uitgeregeerd, het poldermodel versleten, de taal van wat toen de Haagse kaasstolp is gaan heten, werd door het volk niet meer verstaan. Daar verscheen de redder die er geen doekjes om wond. Hij werd vermoord, zijn erfgenamen waren een armzalig gezelschap dat in ruzies ten onder is gegaan. In plaats van de Fortuyn-revolutie hebben we vier kabinetten-Balkenende gekregen die het zeurende tekort van de Haagse politiek niet hebben kunnen oplossen. Het gevolg daarvan is dat het fundamentele vraagstuk waardoor de Nederlandse samenleving dagelijks wordt ontwricht onverminderd is blijven bestaan. En daardoor is ‘Fortuyn’ geworden tot een permanent verschijnsel, dat zich telkens onder een andere naam heeft aangediend.
Voor de wet zijn in de westerse democratieën alle mensen gelijk; ze mogen allemaal periodiek meebeslissen over de politieke toekomst. In theorie hebben ze in dit opzicht allemaal recht op alles. De ontwikkeling van onze mediacultuur heeft de afgelopen halve eeuw sterk tot deze overtuiging van gelijkheid bijgedragen. Vaak kijken hoog en laag met honderdduizenden, zelfs miljoenen naar dezelfde tv-programma’s. De reclame schakelt de begeerten van arm en rijk gelijk. Met internet hebben degenen wier stem vroeger niet werd gehoord, hun eigen gedemocratiseerde massamedium gekregen. Maar ondanks dit alles leven we in de praktijk steeds meer in een kastenmaatschappij. De meeste mensen moeten zich tevreden stellen met nederige, matig betaalde arbeid. Maar nu kunnen ze in ieder geval dagelijks via hun laptop laten weten hoe diep ze door alle onrecht en de wanprestaties van hun bestuurders gehinderd worden en hun protest met tien uitroeptekens bekrachtigen. Niemand luistert.
In plaats daarvan wordt in Den Haag gedebatteerd in de coalitietaal die daar nu eenmaal wordt gesproken omdat de politici het zich niet kunnen veroorloven, hun deelgenoten - of toekomstige deelgenoten - in een kabinet de onversneden waarheid te zeggen. Dan komen de media, de commentatoren, de columnisten om aan dat doolhof van omzichtigheden nog eens hun nadere uitleg te geven. Voor buitenstaanders is onze dagelijkse politiek een ondoorzichtig debat tussen een gezelschap schriftgeleerden, die in feite maar één doel hebben: hun zelfverdediging. Of zoals het nu wordt genoemd: op het pluche blijven zitten.
De burger die in de tijd van Louis Davids de kleine man werd genoemd, snapt er niets van. Of sterker, hij is ervan overtuigd dat hij het slachtoffer is. Raadpleeg de bloggers op internet. De kleine man is er permanent van overtuigd dat hij het beter weet, maar dat er niet naar hem wordt geluisterd. Hij begint zijn bestuurders te haten. Hij wil wraak en hij verlangt naar de verlosser. Twee kanten van dezelfde zaak. De verlosser heeft altijd twee kenmerken: hij is nooit medeplichtig aan een Haagse congsi geweest en hij drukt zich kort en krachtig uit. Je weet wat je aan hem hebt. Je hoeft niemand uit te leggen wat kopvodden zijn. Geniale vondst: één woord als een politiek programma. En vergis je niet: tegelijkertijd is het een oproep tot mobilisatie. De leider van de PVV heeft voor dit genre een natuurtalent, en zoals uit de enquêtes blijkt, de kleine man is er ontvankelijk voor.
Nu, op het voorlopige dieptepunt van de verwarring, heeft Job Cohen zich kandidaat gesteld. Na de moord op Theo van Gogh heeft hij zich geniaal gedragen, de stad misschien voor een opstand behoed. Onder de nu heersende omstandigheden is hij misschien de verlosser van de redelijkheid. Zijn campagneteam staat klaar om hem in die hoedanigheid aan de kiezers te verkopen. Cohenmania. Yes We Cohen. Een campagnelied. 'Er moet een hype komen’, zegt een van zijn helpers in de Volkskrant. Dat gebeurt.
Zoals het er nu uitziet gaan we drie woeste maanden tegemoet. Wint de PVV en houdt Wilders zich aan zijn woord, dan breekt daarna de periode van de grote zuivering aan. Wint Cohen, dan blijft de massa van Wilders met onverminderde wrok achter. Het genezen van die wrok blijft het grote probleem waarvoor we nog geen oplossing hebben.