Vermakelijk journaal

Omdat ik voor VU-studenten met Maria Henneman en Maarten van Rossum mocht praten over het NOS-journaal raadpleegde ik het voortreffelijke Omroep in Nederland waaraan Henri Beunders ‘Nieuws, actualiteiten en informatie op televisie’ bijdroeg. Zijn geschiedenis van dat Journaal bood veel vermaak, zoals het bekende ‘wegens mist geen buitenlands nieuws’. En zoals de zuilen, die met lede ogen toezagen hoe de succesvolle nieuwsuitzending ‘het volk dreigde te verenigen’, en die ongeveer alles tot strijdig met NTS/NOS-taken verklaarden wat zo'n programma nodig heeft om goed te worden. Desondanks kreeg het in 1961 de televisieprijs van het Prins Bernhard Fonds, bij welke gelegenheid Carel Enkelaar zei dat zijn programma niet meer was dan ‘de voorpagina van een krant’ en dat het geheim van het succes was: ‘Het Journaal vindt nergens iets van en het Journaal wil nergens iets mee. Het Journaal registreert.’

Over dat eerste zei Henneman, redacteur en presentator, dat de ambitie tegenwoordig is naast de voorpagina ook centrale artikelen van andere belangrijke pagina’s te brengen, en daarmee de diepgang te vergroten. Wat te zien is. Bovendien schroomt men er niet meer voor een opening beduidend langer te laten duren dan de twee à drie minuten die voorheen gebruikelijk waren.
Dat had ik de avond tevoren nog ervaren dank zij de varkenspest. Een onderdeel dat zowel de mogelijkheden van als de problemen rond nieuws-in-beeld duidelijk maakte. Je hoeft een vegetariër niet uit te leggen hoe onaangenaam massa-elektrocuties zijn (al beseft die dat het verschil met slacht ter bevoorrading van de slager gradueel is), maar een hap bungelende lijken in de grijper hakt er net iets meer in dan de radiostem die aantallen ‘vernietigde’ dieren noemt.
Het probleem is dat beeld juist ook kan afleiden van de 'boodschap’. Zo verscheen een hooggeleerde in de varkenspest die haarfijn uitlegde wie het van wie en waarom krijgt. Althans, dat neem ik aan op gezag van zijn professoraat en vanwege het feit dat hij er meer tijd voor kreeg dan wie ook voor een analyse van 'ondervoeding in Azië’. Zijn eerste woorden hoorde ik nog als oppassende leerling, maar al gauw begon ik onrustig te schuiven. Zag ik het goed? Die das? Waren dat…? Onmogelijk, zo smakeloos kan een hoogleraar in de beestenboel niet zijn. Maar de camera zoomde in en de gruwelijke waarheid bleek niet te omzeilen: een das vol rose biggetjes. Van de epidemologische kant van de pest ben ik dus niets te weten gekomen. Houden we het erop dat het beeld toch informatie verschafte: over veterinair Utrechts cynisme aan het eind van de twintigste eeuw.
De discussie was geanimeerd. Van Rossum bepleitte het in voorraad nemen van drie banden voor respectievelijk orkanen, overstromingen en aardbevingen. Die kunnen dan standaard worden ingezet bij zulke natuurverschijnselen, waar ook ter wereld, omdat ze met de regelmaat van de klimatologische klok terugkeren, qua effect nauwelijks van elkaar verschillen en dus eigenlijk geen nieuws zijn. Ook verlangde hij naar een voetbalwedstrijd waarbij de camera inzoomt op de bal die bij de aftrap explodeert, spelers, publiek en stadion in zijn teloorgang meesleurend: einde van de weerzinwekkende hoeveelheid aandacht voor sport. De aanwezigen waren dolenthousiast. Ik was weer es de enige voetballiefhebber.