Naomi Klein

Vermist: waar zijn de Irakezen in het Irak-schandaal?

Alle koplopers in de Democratische race lenen de taal van de populaire zelfhulptherapie om te debatteren over de oorlog en de tol die die heeft geëist — niet van Irak (een land dat zo afwezig is in hun campagnes dat het net zo goed op een andere planeet kon liggen) maar van Amerikanen. Als je John Kerry, John Edwards en Howard Dean hoort, was de invasie niet een agressie-oorlog tegen een soevereine natie, maar vooral een burgeroorlog binnen Amerika, een traumatische gebeurtenis die Amerikanen hun vertrouwen in politici ontnam, hun verdiende plek op aarde, en hun belastingdollars.

«De prijs van unilateralisme is te hoog en Amerikanen betalen die uit middelen die zouden kunnen worden gebruikt voor gezondheidszorg, onderwijs en onze veiligheid hier», zei Kerry op 16 december. «We betalen die prijs in het respect dat we in de hele wereld zijn kwijtgeraakt. En, het allerbelangrijkste, die prijs wordt betaald in levens van jonge Amerikanen die worden gedwongen de last van de missie te dragen.»

Verdacht afwezig in Kerry’s calculatie zijn de levens die Iraakse burgers verloren als een direct gevolg van de invasie. Zelfs Dean, de «antioorlogskandidaat», lijdt regelmatig aan dezelfde rekenkundige bijziendheid. «Er zijn nu bijna vierhonderd mensen dood die niet dood zouden zijn als we niet de oorlog waren begonnen», zei hij in november. Op 22 januari werd het aantal slachtoffers bijgesteld naar «vijfhonderd soldaten en 2200 gewonden».

Maar op 8 februari, toen Kerry campagne voerde in Virginia en Dean in Maine was, steeg het aantal Iraakse burgers die waren gedood sinds de invasie tot maar liefst tienduizend. Dat aantal is de meest betrouwbare schatting die voorhanden is, aangezien de bezettingsautoriteiten in Irak weigeren statistieken van burgerslachtoffers bij te houden. Hij komt van Iraq Body Count, een groep gerespecteerde Britse en Amerikaanse academici die zijn cijfers baseert op rapporten van journalisten en mensenrechtengroeperingen in het veld.

John Sloboda, medeoprichter van Iraq Body Count, vertelde me dat terwijl het passeren van het macabere punt van tienduizend de Britse kranten en de BBC haalde, het «schandalig weinig aandacht kreeg in de Verenigde Staten», ook niet van de belangrijkste Democratische kandidaten, die nota bene Bush aanpakken omdat hij slecht geïnformeerd is. «Als de oorlog werd gevoerd onder valse voorwendsels», zegt Sloboda, «betekent dat dat iedere dood ten gevolge van de oorlog een dood onder valse voorwendsels is.»

En als dat zo is, is de meest dringende vraag niet: «Wie wist wat wanneer?» maar: «Wie is wat aan wie verschuldigd?» In het internationaal recht moeten landen die agressie-oorlogen voeren compensatie betalen als straf voor hun misdaden.

Maar in Irak is die logica op z’n kop gezet. Niet alleen zijn er geen straffen voor een onrechtmatige oorlog, er zijn zelfs prijzen, en Amerika beloont zichzelf actief en openlijk met lucratieve contracten voor wederopbouw. «Onze mensen riskeerden hun leven. Coalitie-mensen riskeerden hun leven en dus zullen de contracten dat weerspiegelen», zei Bush op 11 december.

Als de wederopbouw kritisch werd bestudeerd, ging het niet over wat aan de Irakezen is verschuldigd voor hun reusachtige verliezen, maar over wat is verschuldigd aan de Amerikaanse belastingbetalers. «Dit profiteren van de oorlog is vergif voor Amerika, vergif voor het vertrouwen van Amerikanen in de regering en vergif voor de perceptie van onze bondgenoten van onze motieven in Irak», zei John Edwards in december. Dat is waar, maar op een of andere manier vergat hij te zeggen dat het ook Irakezen vergiftigt — niet hun vertrouwen, of hun perceptie, maar hun lichaam.

Elke dollar verspild aan een overvragende en onderpresterende Amerikaanse aannemer is een dinar niet besteed aan het wederopbouwen van Iraakse weggebombardeerde watervoorzieningen en elektriciteitscentrales. En het zijn Irakezen, en niet Amerikaanse belastingbetalers, die water moeten drinken dat is besmet met tyfus en cholera, en vervolgens behandeld moeten worden in ziekenhuizen die nog steeds overspoeld worden door ongezuiverd afvalwater, waar de medicijnenvoorraad zelfs nog kleiner is dan tijdens de sancties.

Er is momenteel geen plan om Iraakse burgers te compenseren voor sterfgevallen veroorzaakt door de opzettelijke vernietiging van hun fundamentele infrastructuur, of als gevolg van gevechten tijdens de invasie. De bezettingstroepen zullen slechts compensatie betalen voor «gevallen waar de militairen onzorgvuldig of onjuist hebben gehandeld». Volgens de laatste ramingen hebben Amerikaanse troepen ruwweg twee miljoen dollar uitgekeerd als compensatie voor sterfgevallen, verwondingen en bezitsschade. Dat is minder dan de prijs van twee van de achthonderd tomahawk-kruisraketten die tijdens de oorlog werden gelanceerd en een derde van wat, zoals Halliburton toegeeft, twee van zijn werknemers als smeergeld aannamen van een Koeweitse bouwer.

Over de prijs van de oorlog in Irak spreken strikt in termen van Amerikaanse slachtoffers en belastingdollars is obsceen. Ja, Amerikanen werden voorgelogen door hun politici. Ja, hebben recht op antwoorden. Maar de inwoners van Irak hebben recht op heel wat meer, en die enorme schuld hoort in het middelpunt van elk beschaafd debat over de oorlog te staan.

In Amerika zou het een goed begin zijn als de Democratische kandidaten enige collectieve verantwoordelijkheid zouden erkennen. Bush mag dan de initiator van de oorlog zijn geweest, maar, in zelfhulp-jargon, hij had meer dan genoeg mensen die het hem mogelijk maakten. Daaronder waren Kerry en Edwards, onder de 27 andere Democratische senatoren en 81 Democratische leden van het Huis van Afgevaardigden die stemden voor de resolutie die Bush machtigde de oorlog te beginnen. Daaronder was ook Howard Dean, die Bush’ beweringen dat Irak massavernietigingswapens bezat, geloofde en overnam. Ook een rol speelde een goedgelovige en cheerleading pers, die die beweringen verkocht aan een veel te goedgelovig Amerikaans publiek, waarvan 76 procent achter de oorlog stond, volgens een opiniepeiling van CBS die werd vrijgegeven twee dagen na het begin van de invasie.

Waarom is deze oude geschiedenis van belang? Omdat zolang de tegenstanders van Bush zichzelf blijven neerzetten als de primaire slachtoffers van zijn oorlog, de echte slachtoffers onzichtbaar zullen blijven, niet in staat hun recht te halen. De nadruk zal liggen op het aan het licht brengen van Bush’ leugens — een proces gericht op het absolveren van degenen die ze geloofden, niet op het compenseren van degenen die door die leugens stierven.

Als de oorlog verkeerd was, dan moet Amerika, als belangrijkste agressor, zich erop toeleggen dingen goed te maken.