Vermoeid Europa

Europa en Turkije hebben een verkeerd beeld van elkaar. Gevaarlijk, in deze tijd van crisis.

WIE CORNELIS HAGA was, zal menige Nederlander niet weten. Zelf had ik de naam van de eerste Nederlandse ambassadeur in het toenmalige Constantinopel, nu Istanbul, ook niet kunnen noemen. Des te groter de verrassing om tijdens een werkbezoek aan deze Turkse miljoenenstad Bülent Ari te ontmoeten. Hij is directeur van het Dolmabahçe Paleis, het paleis van de laatste sultans, en gepromoveerd op de eerste diplomatieke banden tussen het toenmalige Ottomaanse hof en de Republiek der Nederlanden, volgend jaar 30 april precies vierhonderd jaar geleden.
Bülent Ari noemt de toegenomen rivaliteit tussen Europa en Turkije keurig een misverstand. Maar je voelt dat hij het in het licht van de geschiedenis wrang vindt. Destijds steunden de Ottomanen ons in onze strijd om vrijheid - tegen de Spanjaarden - door als eersten de Republiek der Nederlanden te erkennen. Maar nu de Turken Europa nodig hebben om vrijheden te veroveren, zoals die van onderwijs of van meningsuiting, groeit onder invloed van het populisme de weerstand tegen het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie.
Omgekeerd voelen overigens ook veel gewone Turken inmiddels niet veel meer voor het EU-lidmaatschap. Maar volgens Bülent is dat uit praktische overwegingen en niet omdat ze de veranderingen waartoe Europa Turkije dwingt afwijzen. In het verleden stond Europa voor hen echter vooral voor werk en banen. Het EU-lidmaatschap kon de toegang daartoe vergemakkelijken. Maar nu de Turkse economie al jaren achtereen groeit en bloeit, terwijl Europa het economisch moeilijk heeft, hebben de Turken ‘ons’ niet meer nodig voor een baan en inkomen. Ze blijven liever in eigen land. Toch denkt in Europa menigeen nog steeds dat ze 'ons’ zullen overspoelen als Turkije eenmaal lid van de EU zou zijn.
De ironie zal straks zijn dat wij gezien de vergrijzing in Europa de Turkse jeugd harder nodig hebben om onze economie draaiende te houden dan zij ons. Jongeren zijn er ook genoeg in Turkije en steeds meer zijn ze ook hoog opgeleid. Maar wat hebben wij ze te bieden, behalve een naar binnen gekeerd en vijandig klimaat?
Dat ervaren ze ook zo. Een Turkse studente, een moslima zonder hoofddoekje, vertelde dat ze in Frankrijk was geweest voor een internationale wedstrijd met een team van haar technische universiteit. Europa, daar had ze altijd van gedroomd, maar ze is teleurgesteld teruggekeerd. De Fransen vond ze onaardig, ongeïnteresseerd, arrogant en ze spraken geen Engels. Wat zij, wonend in een jong en bruisend Istanbul, op haar Franse reis had gezien, was een oud en vermoeid Europa. Het verwijt deed pijn, want hoeveel opener dan de Fransen zijn wij, Nederlanders? Wij hebben een CDA-minister van Economische Zaken, Maxime Verhagen, die begrip heeft voor de angst voor buitenlanders, en een gedoogpartner, de PVV, die moskeeën haatpaleizen noemt, een kopvoddentaks voor hoofddoekjes bepleit en ook recent weer fulmineerde tegen Turkije.
Het kersverse parlementslid van de regerende AKP van premier Erdogan, professor Mustafa Sentop, verwoordde wat de studente had ervaren diplomatieker. Hij vindt Europa in cultureel opzicht monistisch. Volgens hem kan Europa van Turkije leren wat cultureel pluralisme is. Tijdens het Ottomaanse Rijk liet het land dat al zien en het moderne Turkije keert daarnaar terug. Andersom kan Turkije leren van het politiek pluralisme in Europa. Want net als andere gesprekspartners erkende ook hij dat Turkije op dat terrein nog een weg te gaan heeft.
Wat dan steekt, zo bleek ook tijdens andere ontmoetingen, zijn twee dingen. In de eerste plaats dat in Europa niet genoeg wordt gezien waar Turkije vandaan komt: veelvuldige staatsgrepen in het recente verleden en ook nu nog de worsteling met de invloed van wat zij de diepe regering noemen, waarmee ze het netwerk van militairen en bourgeoisie bedoelen die geen belang hebben bij echte democratie. Daarnaast steekt het dat in Europa onvoldoende wordt onderkend dat het huidige Turkije aan landen in de regio inmiddels wel kan laten zien dat democratie en islam samen kunnen gaan. In plaats van Turkije als rolmodel te koesteren nu veel Arabisch landen in opstand zijn gekomen tegen zijn dictator, kijkt Europa argwanend naar de regerende AKP van Erdogan. De reden voor die argwaan is dat die partij zich voor haar gedachtegoed laat inspireren door de islam.
Dat de AKP in de afgelopen jaren het democratiseringsproces in Turkije daadwerkelijk op gang heeft weten te brengen, bewijst volgens Sentop dat zijn partij geen islamitische staat wil stichten. In een overwegend islamitisch land is het volgens hem niet meer dan normaal dat er ook een partij als de AKP is. Hij zei nog net niet dat wij het in Nederland toch ook normaal vinden dat er een CDA is. Maar dat hij Europa verweet met twee maten te meten, was duidelijk.
Hoe divers onze ontmoetingen ook waren, eigenlijk zei iedereen tegen ons: we, Europa en Turkije, weten niet genoeg van elkaar. Het Europese beeld van Turkije is te veel vertroebeld door de gastarbeiders, die komend van het destijds zeer arme platteland niet representatief zijn voor Turkije. Omgekeerd is het Turkse beeld van Europa te rooskleurig.
Die verkeerde beelden vindt Bülent Ari gevaarlijk in deze tijd van economische crisis. Rivaliteit tussen Europa en Turkije kan volgens hem leiden tot een totale ineenstorting van beide. Het is vaker voorgekomen in de geschiedenis. Zonder te pretenderen dat hij kon voorspellen hoe de toekomst eruit zal zien, verwees hij naar de strijd tussen de Ottomanen en de Habsburgers. Wie had destijds kunnen weten dat de relatief kleine en arme landen Engeland en Nederland als nieuwe grootmachten uit die strijd naar voren zouden komen? In booming Instanbul krijg je het gevoel dat dat laatste zich in ieder geval niet zal herhalen.