Burn-out, de nieuwe modeziekte

Vermoeide helden

Met een burn-out kun je aankomen. De ziekte wordt geassocieerd met dynamische en vastberaden mensen. Vandaar dat de diagnose vaak te lichtzinnig wordt gesteld. ‘Als je het echt hebt, zit je in een lange donkere tunnel.’

Medium burnout

Wat doe je als mondige, zelfredzame burger als je niet goed in je vel zit? Je tikt je klachten in op Google: vermoeid, prikkelbaar en ook lusteloos. De zoekmachine biedt onmiddellijk raad. Na een paar clicks struikel ik al over het begrip dat al mijn klachten verklaart: burn-out.

Er zijn talloze zelfhulpsites voor stress, overspanning en burn-out met ervaringsberichten, tips en behandelmogelijkheden. Met een burn-outtest neem ik de proef op de som en na vijf minuten blijkt: ‘Pas op, je zit in de gevarenzone. Er hoeft niet veel te gebeuren of je raakt burn-out.’ Ook een iets uitgebreidere screening (vijftien minuten) waarin ook leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en soort werk zijn meegenomen waarschuwt: ‘Er zijn enkele kenmerken aanwezig die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een burn-out.’

Blijkbaar zit ik op de rand van de afgrond. En ik ben niet de enige. Steeds meer mensen gaan zelf op zoek naar een verklaring voor hun vermoeidheidsverschijnselen. Sinds 2009 zijn burn-outsymptomen en -tests een ‘sterke stijger’ op Google Trends. Bij het Fonds Psychische Gezondheid zochten dit jaar dubbel zo veel mensen op de website informatie over overspannenheid, het aantal bezoekers van de pagina over burn-out is zelfs verviervoudigd ten opzichte van vorig jaar. Ook de ‘stresstest’ werd dit jaar al twee keer zo vaak ingevuld als in heel 2012.

Wie zich uitgeput voelt, het even moeilijk heeft op het werk of anderszins in de put zit, grijpt dus gemakkelijk naar zo’n test. Na een alarmerende uitslag is de volgende stap, een bezoek aan huisarts of psycholoog met de voorlopige diagnose op zak, snel gezet.

Dat is ook de ervaring van psycholoog Arno van Dam, die voor zijn promotieonderzoek op zoek was naar burn-outpatiënten: ‘Op mijn advertentie reageerden veel mensen die echt geen burn-out hadden. Mensen diagnosticeren zich heel snel zelf.’

Burn-out lijkt de enige psychische aandoening die mensen min of meer graag willen hebben. De term leeft. Iedereen kent wel iemand in zijn omgeving die burn-out is. ‘Het is een metafoor die meteen tot de verbeelding spreekt’, meent Van Dam. ‘Je bent opgebrand, dat is een populaire diagnose die geassocieerd wordt met harde werkers. Daar kun je mee voor de dag komen.’ Al vanaf de introductie van het begrip eind jaren zestig is de aandoening in verband gebracht met ‘dynamische, charismatische, doelgerichte mensen’ of met ‘vastberaden idealisten’. Wie wil niet geassocieerd worden met het beeld van ‘vermoeide helden’?

‘Burn-outpatiënten stellen niet alleen hoge eisen aan zichzelf, maar ook aan hun omgeving’

In de hulpverlening heerst ondertussen onduidelijkheid over de definitie van burn-out als psychische aandoening. Psychiaters en psychologen verwijten huisartsen dat ze door onkunde de diagnose te vaak stellen. Van Dam: ‘Een huisarts heeft maar tien minuten per patiënt, dat maakt een uitgebreid onderzoek onmogelijk. Soms zijn ze dan blij als ze patiënten deze diagnose kunnen meegeven. Ook niet-gespecialiseerde psychologen maken regelmatig de verkeerde keuze. Dat geeft niet, je kunt niet alles weten, maar dan moeten behandelaars wel doorverwijzen naar mensen die er wél in gespecialiseerd zijn.’

Om de samenwerking en een meer gestandaardiseerde aanpak te bevorderen is er de richtlijn Overspanning en Burn-out van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (nvab), waarin in 2011 een apart hoofdstuk over burn-out is opgenomen. Voor het snelle gebruik is er bovendien de Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Overspanning en burn-out. Bedrijfsarts Marjolein Bastiaanssen was betrokken bij het ontwikkelen van deze richtlijn: ‘Er moest een referentiekader komen om tegenstrijdige adviezen te voorkomen. Nu hebben huisartsen, bedrijfsartsen en psychologen niet alleen allemaal dezelfde definitie, maar weten zij ook wanneer ze elkaar nodig hebben en wanneer ze naar elkaar kunnen verwijzen.’

In de richtlijn wordt nu een scherp onderscheid gemaakt tussen stress, overspanning en burn-out. Een burn-out is uitputting als gevolg van langdurige (verkeerde) stress. De duur van de klachten is dan ook een zeer belangrijk kenmerk. Psycholoog Baer Jonkers van het Fonds Psychische Gezondheid: ‘Aan een burn-out gaat altijd een lange periode van te veel stress en een verkeerde omgang ermee vooraf. Je krijgt het niet vanuit het niets.’ Hij kan zich wel voorstellen dat een burn-out aantrekkelijk klinkt. ‘Maar mensen vergeten dat het heel moeilijk is om eruit te komen. Bovendien stellen deze patiënten niet alleen hoge eisen aan zichzelf, maar ook aan hun omgeving. Ze zijn thuis gestrest, ontspannen weinig. Dat gaat ten koste van het gezin. Dat is niet bepaald iets om trots op te zijn.’

‘Ik leg aan patiënten aan de hand van de Eerstelijns Afspraak duidelijk het verschil uit tussen overspanning en een burn-out’, vertelt de Zwolse huisarts Klaas Kuperus. ‘Meestal zien de mensen dan ook snel dat ze gelukkig nog niet zo ver zijn. Ik vertel dat ze daar vooral heel blij mee moeten zijn. Burn-out is niet zomaar een diagnose, het heeft een zware, negatieve en onoplosbare klank. Als iemand overspannen is, lijkt er veel sneller licht aan het einde van de tunnel. Je kunt er veel sneller weer mee uit de voeten. Ik stuur deze mensen sowieso door naar de Praktijkondersteuner Geestelijke Gezondheid. Die heeft meer tijd en kan met de mensen aan de slag.’

Ondanks de verbeterde afstemming lijkt een massale burn-outepidemie nog niet afgewend. Of het nu gaat om laagopgeleiden, twintigers, stedelingen of, meest recentelijk, studenten geneeskunde, steeds weer wordt dezelfde zorgelijke trend ontdekt: het aantal burn-outs neemt toe.

Vaak is hierbij de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (nea) 2012 de bron. In deze enquête worden werknemers uitvoerig naar hun werk en werkomgeving gevraagd. Arbo-onderwerpen komen aan bod, en ook het contact met collega’s en de psychische gesteldheid. Vijf van deze vragen brengen burn-outverschijnselen in kaart. Wie zich meer dan één keer per maand uitgeput voelt door het werk, het vermoeiend vindt om de hele dag met mensen te werken en zich aan het eind van de dag leeg voelt, heeft volgens deze lijst burn-outklachten.

‘Mensen hebben het gevoel dat ze weinig mogelijkheden hebben om iets aan de werkdruk te veranderen’

Dat deze methode redelijk onbetrouwbaar is, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek uit 2012 van de Nijmeegse hoogleraren Hoogduin (psychopathologie, inmiddels emeritus) en Van der Staak (klinische psychologie). De onderzoekers lieten een vergelijkbare vragenlijst van zorgverzekeraar Achmea invullen door gezonde mensen, patiënten met andere psychische stoornissen en een groep die wél gediagnosticeerd was met burn-out. Wat bleek? Zowel sommige gezonden als anders psychisch gestoorden voldeden aan de kenmerken van een burn-out en sommige burn-outpatiënten waren volgens de test juist gezond. Zelfs bij een van de betere, wetenschappelijke vragenlijsten, de Utrechtse Burn-Out Schaal (ubos) kreeg 36 procent van de depressie- en angststoornispatiënten per abuis de diagnose burn-out.

Het begrip burn-outklachten is hierbij extra verwarrend. Het impliceert dat een burn-out al gedeeltelijk aanwezig of in ieder geval op handen is, terwijl de klachten ook een andere oorzaak kunnen hebben. Het is al langer bekend dat klachten die gerelateerd zijn aan een burn-out ook kunnen voorkomen bij andere psychische problemen als een depressie, angststoornissen of overspanning. Niet iedereen die voldoet aan de kenmerken van dit soort tests heeft dus een burn-out. Psycholoog Arno van Dam zet juist daarom vraagtekens bij de betrouwbaarheid van dergelijke tests: ‘Vooral dat soort korte vragenlijstjes geeft heel veel ruis. Dat is een slechte manier om te meten.’ Ook psycholoog Baer Jonkers, betrokken bij de stresstest van het Fonds Psychische Gezondheid, ziet de beperkingen van soortgelijke vragenlijsten: ‘Het klopt dat sommige klachten allerlei oorzaken kunnen hebben. Vermoeidheid of somberheid komt bij allerlei psychische aandoeningen, maar zelfs bij lichamelijke problemen voor. Het is belangrijk om hier nuance in aan te brengen.’

Is er dan eigenlijk niets aan de hand? Is de toename van het aantal diagnoses te wijten aan lichtzinnige testjes? Nee, dat ook weer niet. De klachten die uiteindelijk kunnen leiden tot deze aandoening nemen wel toe. Uit recent onderzoek van FNV Bondgenoten blijkt bijvoorbeeld dat de helft van de werknemers regelmatig kampt met te hoge werkdruk en dat veertig procent vreest voor de toekomst van zijn of haar aanstelling. Volgens de onderzoekers wordt dit veroorzaakt door de toename van flexcontracten. En ook de economische crisis leidt tot onzekerheid, druk en stress die weer kunnen leiden tot, jawel, een burn-out.

Marjolein Bastiaanssen van de nvab herkent dit in de praktijk: ‘Mensen hebben het gevoel dat ze weinig mogelijkheden hebben om iets aan de werkdruk te veranderen. Dan krijg je dat beeld van de lopende band: het loopt door, je kunt het niet stopzetten.’

‘In moeilijke tijden hebben mensen behoefte hun stress te duiden’, weet ook psycholoog Van Dam. ‘Ze moeten steeds efficiënter werken. Daardoor zijn de mogelijkheden voor herstel veel minder. Dan is een stempel soms wel prettig.’

Toegenomen stress en spanning zijn op zichzelf nog geen burn-out. Het is juist zaak deze laatste stap te voorkomen. Hierbij zouden juist die te makkelijke zelftestjes een rol kunnen spelen, mits ze voldoende betrouwbare informatie bieden. Baer Jonkers: ‘Zo’n testje is laagdrempelig, dus mensen doen het misschien sneller dan meteen naar de huisarts te gaan. Zo kunnen ze de klachten herkennen en een burn-out proberen te voorkomen.’


Beeld: Stijn Rademaker / HH