Vermoeide kijkers

‘De strijd tegen hapklare, nietszeggende programma’s is verloren’, verzucht de huidige lichting tv-critici. Daarom houden ze het liever vandaag dan morgen voor gezien. Sluipt er dan nergens nog een grommende tv-criticus rond?
‘TELEVISIE IS EEN indringend medium. Het vraagt om een nieuwe, compromisloze kritiek. De haast lijfelijke opdringerigheid van de tv dient met een niet minder persoonlijke, onverbloemde agressie te worden beantwoord.’

Dit schreef Gerrit Komrij in het voorwoord van zijn veelgeprezen en nog altijd als standaardwerk geldende bundel tv-kritieken Horen, zien en zwijgen. Het medium televisie dient zijns inziens door goedgebekte ijskonijnen gevolgd te worden die - ongevoelig voor welke lobby, populariteitspeiling of confettiregen ook - melding maken van de wonderbaarlijke gebeurtenissen op de door miljoenen aanbeden ‘treurbuis’. Dit dient bovendien met ijzeren discipline en de inzet van hart en ziel te gebeuren.
Komrij zelf gaf in 1976 een jaar lang het goede voorbeeld. Met heel zijn hebben en houwen ging hij destijds de strijd aan. Avond na avond verbande hij de gedachte dat een eenzame scribent machteloos staat tegenover een miljoenenindustrie wier afnemers voorgoed verslaafd zijn. Avond na avond legde hij met een scherp oog de gemakzucht, de arrogantie en de humoristische humorloosheid van de tv-makers bloot. En avond na avond bleef hij, ongedeerd door de kromme logica van het verzuilde Hilversum, zoeken naar de verbeeldingskracht en vindingrijkheid van het medium. 'Er bestaan geen Vara-programma’s, geen Tros-programma’s, geen NCRV-programma’s, maar alleen goede en slechte programma’s.’
Hoewel de schrijver en satiricus in hem zich natuurlijk verkneukelden over de enorme hoeveelheid onbenul die hij met één of twee rake zinnen tot overgave kon dwingen, was Komrij’s innerlijke drijfveer voor deze krachttoer er een van hartverscheurend idealisme: 'Hier vormde de tv een concreet gegeven om door te formuleren een bijdrage te leveren tot het inzicht in de macht die de één uitoefent over de ander, het enige inzicht dat de moeite waard is.’
NU, TWINTIG JAAR later, is de tv nog een heel stuk opdringeriger dan toen. Niet alleen in omvang en in het voortdurend en op agressieve wijze aanprijzen van de eigen zender, maar ook in de genadeloze jacht op scorende programma’s, waarbij de macht van de camera op een steeds bottere manier in stelling wordt gebracht. Wat bijvoorbeeld te denken van het SBS6-programma Over de rooie, waarin een cameraploeg als een stelletje bloedhonden nietsvermoedende mensen in de kraag grijpt en voor een duizendje uitdaagt zichzelf onherstelbaar voor schut te zetten? Daarbij vergeleken zijn de lichtgewichtkwisjes van Ted de Braak, de inhaak-tribunes van Tros’ Op losse groeven en Henk van der Meydens potsierlijke gehinnik in TV-Privé slechts nostalgische vormkwesties, punaiseprikjes in het luchtkussen van de Goede Smaak. Met Over de rooie en de hele stroom reality-programma’s die daaraan vastzit, ligt het heel wat simpeler: dat is regelrecht tv-terrorisme! Met de camera als volautomatische uzi in de hoofdrol!
Een schone taak, zou je denken, voor de kranten en zeker voor de zogenaamde 'kwaliteitskranten’, om de strijdbijl van Komrij op te nemen en de boeven achter zulke programma’s in ieder geval bij hun naam te noemen. Maar wie heeft de afgelopen jaren een tv-kritiek gelezen waar ook maar één druppeltje verontwaardiging in te proeven valt? Wie heeft iemand aan het woord gezien die een schuimbekkende woede van zich af schreef? Wie heeft iets anders geconsumeerd dan plichtmatige kanttekeningen en mislukte pogingen tot flauwe grapjes? In een eindeloze hoeveelheid kolommen hebben de kranten bericht over de gebeurtenissen achter het tv-scherm saneringen, fusies, allianties), maar verder zijn ze klakkeloos meegegaan in het negeren van wat de tv-bonzen gaandeweg als een impertinente en irrelevante kwestie beschouwen: de inhoud van tv-programma’s.
Bestaan ze nog wel, de tv-critici? Ja, ze bestaan. Dat wil zeggen, ze ademen, ze kijken tv en ze tikken om de zoveel tijd hun piepkleine stukje op de computer. Maar geloven ze nog in een oorlog al was het maar een piepkleintje) tegen de tv-bazen, in iets meer dan de zesentwintig letters van het alfabet die hen naar het eindpunt van hun artikeltje voert?
FRITS ABRAHAMS, tv-criticus van NRC Handelsblad, gelooft in niet meer dan het 'in de gaten houden’ van wat er op tv gebeurt: 'Ik zie tv-kritiek als een onderdeel van je verslaggevingstaak. Het zou van de gekke zijn als elke balletvoorstelling in Nederland, ook al zijn er vijf mensen, uitgebreid wordt gerecenseerd en dat een bijzonder tv-programma waar miljoenen naar kijken onbesproken blijft. Ik vind dan ook dat je het tv-aanbod serieus moet begeleiden.’
De reden dat zijn begeleiding zelden een barse of vertwijfelde indruk maakt, is opmerkelijk. Abrahams zegt nogal wat 'positieve ontwikkelingen’ in het huidige tv-aanbod te signaleren. Niet voor niets begon hij afgelopen zomer in het televisienummer van Hollands Maandblad onder de kop Het goede van televisie zijn bijdrage met de woorden: 'Ik ga nu een stuk schrijven waartoe ik mezelf tien jaar geleden niet in staat zou hebben geacht: een soort apologie van de televisie.’
Hij is een groot fan van Paul Witteman, die zijns inziens hèt symbool is van de hoop dat kwaliteitstelevisie niet veroordeeld is tot een elitair getto maar grote groepen kijkers kan trekken, waaronder veel zogeheten 'lager opgeleiden’. Verder ziet hij steeds vaker 'boeiende uitzendingen’ van zenders die hem vroeger niet konden bekoren: de Avro met een documentaire over het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang, de NCRV met een docu over een gevangenis in Limburg, en KRO’s Brandpunt met de onthulling over Brinkman en het controversiële profiel van Bolkestein. Abrahams: 'Zelfs wanneer ik nu in de vakantieperiode in de tv-gids de interessante dingen aankruis, kom ik gemiddeld tot twee á drie uur per dag. Dat is heel wat!’
Maar wordt dat moois niet overschaduwd door de steeds ranziger troep die diezelfde omroepen - met de concurrentiestrijd tegen de commerciëlen als alibi - over ons uitstorten? Zijn Avro, KRO en NCRV niet van betrouwbare huismerken veranderd in hoerenkasten, die zich verlagen tot dezelfde verborgen-camerapraktijken als RTL en Veronica? 'Ik zie ook wel dat de publieke omroepen een heilloze weg zijn ingeslagen’, verdedigt Abrahams zich. 'En waar ethische normen worden overschreden, zal ik fel blijven reageren.’ Maar anders dan Komrij is hij zich er terdege van bewust dat hij een factor is in een krachtenspel. En door de goede dingen te signaleren poogt hij de kwaliteitslobby binnen de publieke omroepen te steunen.
Een andere reden dat Abrahams zelden chagrijnig wordt, is dat hij nadrukkelijk referentiepunt wil zijn voor zijn doelgroep, de NRC-lezers, die doorgaans alleen naar de betere programma’s kijken. Abrahams: 'Een van de aardige dingen van tv-kritiek is nu juist dat de lezer zijn mening over een programma achteraf kan toetsen aan die van jou.’ Om die reden kijkt Abrahams vooral naar uitzendingen die in zijn eigen kring wel eens 'spraakmakend’ zouden kunnen zijn en negeert hij de bergen 'tinnef’ waar Komrij zich wel doorheen worstelde. Abrahams:’ Zo'n Playbackshow van Henny Huisman, wat moet je daar nu over zeggen? Het bestaat, dat is alles.’
OP ZOEK NAAR een strijdvaardiger geluid komen we terecht bij Ruud Verdonck, de vaste tv-criticus van het christelijke dagblad Trouw. Is er bij dit volksdeel nog wel een voedingsbodem voor het aan de kaak stellen van de steeds plattere commerciëlen? 'Ach’, zucht Verdonck, 'de strijd tegen de snelle, hapklare, nietszeggende programma’s is gewoon verloren. Kijk een avond tv en je weet genoeg. In de tijd van Komrij was er nog een soort gevecht gaande tussen de ouderwetse omroepen aan de ene kant en Tros en Veronica aan de andere kant. Waarbij laatstgenoemden stonden voor trivialisering en vervlakking.’ Nuchter constateert hij dat het christelijke omroepen thans voor een groot deel mee zijn afgegleden. En wat is er leuk aan om de achterban met die nederlaag te confronteren?
'Begrijp me goed’, zegt Verdonck, die onder vakgenoten als 'de grote verdediger van de publieke omroep’ bekend staat, 'ik vind het effectbejag van Lief en leed van RTL4 duidelijk een stuk harder dan dat van KRO’s Lieve Martine, waar nog altijd een bodem in zit van: tot hier en niet verder. Wat mij betreft is er dus nog wel een herkenbaar verschil tussen commerciële en publieke emotie-tv. Maar ik zie geen reden meer om je over dat genre programma’s op te winden.’ Verdonck, die al sinds 1981 over televisie schrijft, geeft ook toe dat de jaren gaan meespelen: 'Het wordt voor mij steeds moeilijker om nog onbevangen naar bijvoorbeeld een kwis te kijken. Ik heb er al zo veel gezien.’
Net als Abrahams stopt de Trouw-criticus zijn resterende energie het liefst in het schoonvegen van het straatje dat hem het meest dierbaar is - dat van de publieke omroep. 'Programma’s als Brandpunt en Nova moeten goed op orde blijven. Want het is belangrijk dat de publieke zenders hun informatievoorziening op niveau houden. En dat ze niet tè ver gaan in het almaar kijken naar wat de commerciëlen doen. Ga uit van eigen kracht!’ Iets schrijven over RTL4 of 5, Veronica of SBS6 valt hem steeds zwaarder: 'Ik heb de neiging helemaal niet meer naar die zenders te kijken. Als ik zo'n programma als Over de rooie zie, denk ik alleen maar: tja, dat is precies wat je van SBS6 kunt verwachten. Die maken er gebruik van dat één op de vijf Nederlanders alles doet voor een duizendje.’ Gebruik of misbruik? 'Natuurlijk is dat misbruik!’ roept Verdonck, maar het idee om er nog afkeurend over te schrijven staat hem tegen.
'Tv-kritiek is sowieso niet meer zo relevant’, zegt Verdonck. 'Het kan niet meer zoals tien jaar geleden de weerslag van de vorige avond zijn. Vroeger miste ik één zender als ik naar Nederland 1 keek, nu mis ik er zes of zeven. De kans om werkelijk in gesprek te komen met je lezers is veel kleiner geworden.’ Dank zij de schaalvergroting neemt ook het belang van een individueel programma af, aldus Verdonck. 'Vandaar dat ik steeds meer ga schrijven over de grote verbanden: tussen zenders en tussen programma’s. Een recensie van één enkel programma zinkt weg.’
ABRAHAMS ZOEKT de flutterigheid van veel tv-kritieken in een ander hoek. 'Ik denk dat de angst om voor moralist te worden versleten gegroeid is’, zegt hij. 'Dat was ook wat Fons van Westerloo directeur SBS6 - hvw) mij verweet tijdens een discussie in Medialand: dat ik wil bepalen wat goed of slecht is voor de mensen. Terwijl ik denk: mensen moeten vooral doen waar ze zin in hebben, maar mag er nog één iemand zijn die een onderscheid maakt tussen wat deugt en niet deugt? Volgens zo'n Van Westerloo mag dat niet. Logisch, die wil met rust gelaten worden.’
In tv-criticus Sietse van der Hoek had de Volkskrant tot een paar jaar terug nog een echte tijger in huis, een bijter die elke dag aan de broekspijpen van de tv-makers hing, met een serie als The Singing Detective van Dennis Potter als absolute standaard van 'hoe het moest’. Maar zoals wel meer ideologische ballast bij de Volkskrant overboord is gegooid, is ook hun tv-kritiek in het slop geraakt. 'Ik hou niet van tv kijken’, zegt Henk Strabbing, die het afgelopen half jaar driemaal wekelijks een tv-kritiek schreef. 'En volgens mij heeft tv-kritiek ook totaal geen zin. Je kunt dus wel zeggen dat ik als tv-criticus helemaal op de verkeerde plek zat.’
Dit zou het einde van het gesprek kunnen zijn, ware het niet dat hij, al brommend, toch nog wel wil uitleggen waarom het schrijven van een kritiek hem zo tegenstaat. 'Waarom zou ik zoveel keer per week zure stukjes gaan schrijven over collega’s? Moet ik tegen een Paul Witteman zeggen dat hij dit of dat niet goed doet? Ik zou dat buitengewoon g½nant vinden. Ik bedoel, in de krant staan per dag wel een stuk of twintig fouten. Stel dat Paul Witteman die ook allemaal ging opsommen.’ Er volgt een schampere lach.
De keren dat Strabbing voorzichtig een kritisch geluid liet horen, bijvoorbeeld over de KRO-dramaserie Een tijd van leven, kreeg hij onmiddellijk een boos telefoontje uit Hilversum. Dat toch wel. 'Eén of andere KRO-man was heel opgewonden en betoogde dat ik die serie niet mocht vergelijken met Heimat’, aldus Strabbing. Als die omroepen dolgraag een mooie recensie willen, heeft tv-kritiek dan niet toch een zekere invloed? Maar Strabbing wil geen moed ingeblazen krijgen: 'Die vent was gewoon boos. Maar denk je dat er door die boosheid daar iets verandert? Ik geloof er niks van.’
AL MET AL STEMT praten met tv-critici nogal droevig. Ze lijken een zwaar lot te dragen. Strabbing wil er liever vandaag nog mee ophouden dan morgen - hetgeen ook in de bedoeling ligt - en Verdonck zegt al verschillende keren rondgevraagd te hebben of iemand anders tv wil gaan doen. 'Als ik morgen opsta en ik ben tv-criticus af, dan zal ik het, denk ik, niet missen.’ Maar ja, in eigen kring is de tv-criticus een soort melaatse, een kneus die zich verlaagt tot een onbenullig tijdverdrijf waar de hogere cultuurmens geen boodschap aan heeft. Verdonck heeft derhalve nog geen opvolger gevonden: 'Men vindt die tv maar een vulgaire business.’
De enige die tv-kijken 'zeker geen corvee’ vindt, is Frits Abrahams. Maar hij tracteert zichzelf dan ook hoofdzakelijk op de crème de la crème - schrijversportretten, politieke discussieprogramma’s en documentaires. Anders zou hij het waarschijnlijk ook niet bolwerken.
Gemangeld tussen de moordende regelmaat van de dagkrant, het povere prestige van het onderwerp 'televisie’ en het almaar uitdijende aanbod, is tv-kritiek steeds verder naar de marge gedreven. Bij de Volkskrant krijgt het in het nieuwe seizoen niet eens meer dat lullige, kleine hoekje in de krant toebedeeld. De totale verdwijning gaat zelfs Strabbing te ver: 'Niet omdat die rubriek iets uithaalt. Maar wat iedere tv-criticus zal merken, is dat tv enorm leeft bij de mensen en dus krijg je grote stapels post. Vanuit dat motief geredeneerd is het stom om ermee te kappen.’
En vanuit hetzelfde motief lijkt het geen gek idee om de huidige lichting critici, allen 40-plussers, door een jongere garde te vervangen. Want waarom zou een generatie die tenslotte de eerste echte tv-generatie is en een groot tv-komiek als Paul de Leeuw heeft voortgebracht, geen schrijvend equivalent van deze Vara-coryfee kunnen leveren? Iemand die met evenveel gevoel voor tv-wetten, evenveel gebrek aan bescheidenheid en evenveel vilein de krantenkolommen doet trillen. Opdat de tv-bonzen zullen huiveren en de lezers kunnen smullen!
Wie, o, wie?