Economie

Vermogen zonder geld

50PLUS staat nog steeds op grote winst in de peilingen, ook als die niet door handlanger Maurice de Hond zijn uitgevoerd. Henk Krol en Jan Nagel weten handig het ongenoegen onder ouderen om te zetten in (virtuele) stemmen op de partij. Graag roepen zij het beeld op van arme en achtergestelde ouderen die hun AOW en pensioen niet zeker weten en in Den Haag geen gehoor vinden.

Ongenoegen leeft onder bredere delen van de bevolking. Dat is niet specifiek iets voor ouderen, hoewel 50PLUS dat wel is. Politiek en maatschappij kunnen niet om dat ongenoegen van ouderen heen. Diederik Samsom heeft dat kunnen onder­vinden, na zijn (vermeende) bewering dat ouderen de rijkste groep van Nederland vormen. Het is hem op een storm van reacties te komen staan, waarbij Geert Wilders uiteraard het hardst heeft geblazen door Samsom een ‘bejaardenbasher’ te noemen. Samsom heeft kunnen ondervinden dat gelijk hebben niet hetzelfde is als gelijk krijgen. Dat Samsom gelijk heeft, is door de fact checkers van nrc.­next bevestigd. Zij hebben statistieken gevonden waaruit blijkt dat naarmate de leeftijd stijgt het vermogen toeneemt. In 2011 is het gemiddelde vermogen onder 35- tot 45-jarigen 94.000 en onder 65- tot 75-jarigen 278.000 euro. Kortom, de ouderen zijn de rijkste groep. Toch?

Maar feiten vertellen zelden een heel verhaal. Het merendeel van het vermogen is belegd in stenen: het huis. De overwaarde bedraagt meer dan vijfhonderd miljard euro en is voor zo’n 38 procent in handen van de 65-plussers. De ouderen onder de huiseigenaren hebben van prijsstijgingen in de jaren negentig en nul geprofiteerd, maar hebben ook gestaag de hypotheek afgelost. Onder 65- tot 75-jarige huiseigenaren heeft meer dan eenderde geen hypotheek meer: die is volledig afgelost. Zij hebben het voordeel dat ze geen rente en aflossing meer hoeven op te brengen. Dat voordeel maakt ze rijker, maar maakt ze nog niet rijk. Het merendeel van het versteende vermogen is lastig te verzilveren en zeker niet vrij te besteden.

Veel van de ouderen verkeren in een bijna typisch Nederlandse ­situatie: veel vermogen maar weinig geld. Daarom sparen veel ouderen tot op hoge leeftijd door. Zij leggen maandelijks wat opzij om spaargeld achter de hand te hebben voor het geval de wasmachine stuk gaat, de auto aan vervanging toe is of de woning aan leeftijd en gezondheid moet worden aangepast.

Gemiddelden vertellen zeker niet het hele verhaal. Zo is er een belangrijk verschil tussen huurders en huiseigenaren. De huurders hebben geen overwaarde, hebben een lager dan gemiddeld inkomen en minder dan gemiddeld spaargeld. Dat is te meer relevant omdat een meerderheid van de huidige 65-plussers een woning huurt en niet een eigen huis heeft. Verder is er een belangrijk verschil tussen huiseigenaren. Een gemiddelde verhult dat een klein deel beschikt over veel geld en een groot deel over weinig geld. Dat grote deel heeft moeite om grote uitgaven te betalen, ook al zijn ze volgens de fact checkers rijk.

In de dagen van Drees was oud synoniem aan arm. Nederland kende nog geen AOW, spaarde nog niet voor pensioen en huurde een woning. Dat is veranderd. Maar in de dagen van Krol en Samsom is oud niet gelijk aan arm of aan rijk. Het verschil tussen arm en rijk loopt door generaties heen.

Het verhaal is eigenlijk dat de Nederlander vermogend is maar geen geld heeft. Het vermogen is vast­gezet in een pensioenfonds en/of in het eigen huis. Enige vrijheid in (het moment van) besteding zou welkom zijn. Zo zou de economische positie van veel huishoudens verbeteren als ze een deel van de overwaarde te gelde zouden kunnen maken. Dat is in het voordeel van de huidige gepensioneerden, zeker als ze nauwelijks kunnen rondkomen. Maar het zal ook in het voordeel zijn van toekomstige gepensioneerden, de huidige werkenden. Het bezit van een eigen huis is steeds breder verbreid, nog niet zo onder de huidige gepensioneerden maar wel onder de huidige werkenden. Voor hen, en zeker voor het groeiende aantal zzp’ers onder hen, kan de overwaarde in het eigen huis in de toekomst een welkome bron van (pensioen)geld zijn. Bovendien is aflossing de fiscale norm geworden. Dat betekent dat meer geld wordt vastgezet. Het zou een logisch vervolg zijn om dat geld niet alleen vast te zetten maar ook vrij te maken, zeker rondom en na pensionering. Sparen is geen doel op zich.

Het Wetenschappelijk Bureau van 50PLUS zal het verhaal van versteend vermogen zijn ontgaan; die heeft geld besteed aan peilingen van Maurice de Hond. Maar vooral nu de pensioenen bedreigd worden en de eigen bijdragen in de zorg omhoog gaan, is toch te hopen dat het verhaal van veel vermogen en weinig geld gehoord wordt. Want oud is niet hetzelfde als arm, maar ook niet hetzelfde als rijk.