OPERA

Vernedering van een bezetting

Les vêpres siciliennes

De opera was in 120 jaar maar één keer in Nederland gespeeld. Toch dateert hij uit 1855, de bloeiperiode van de geliefde Italiaanse componist Giuseppe Verdi (1810-1901). Maar Les vêpres siciliennes gold als mislukt, hybride, te ingewikkeld en gedateerd, beledigend voor de Fransen en voor de Italianen. Nu wordt hij bij De Nederlandse Opera door de Duitse regisseur Christof Loy getoond als een eenvoudig, tijdloos verhaal over een buitenlands leger dat een land bezet en het volk onderdrukt, de vrouwen verkracht en de mannen vernedert, en over hoe moeilijk het is daar op een effectieve manier tegen in opstand te komen.
Alle personages zijn innerlijk verscheurd en in ingewikkelde relaties aan elkaar gebonden. Een wrede tiran gruwt van zichzelf en verlangt naar zijn zoon. Die zoon is een opstandeling en redt toch zijn vader op het laatste moment. Zijn geliefde voelt zich daardoor verraden door de man van wie zij houdt. De prachtige muziek van Verdi kan, gespeeld door het Nederlands Philarmonisch Orkest onder de Italiaanse dirigent Paolo Carignani, voluit en warmbloedig stromen en de prachtig zingende Nederlandse sopraan Barbara Haveman is een ongelooflijke ontdekking als de sterke, opstandige, rouwende, woedende en toch ook liefhebbende hertogin Hélène.
dno koos voor de oorspronkelijke versie van het werk, dat Verdi met tegenzin componeerde op een libretto van de beroemde Franse veelschrijver Eugène Scribe. Het thema was pikant voor een Parijse première: de opstand van onderdrukte Sicilianen tegen een gehate Franse overheersing. Ook al speelde het in 1282, de napoleontische overheersing was in 1855 nog pas veertig jaar voorbij en de Italianen worstelden in die tijd nog altijd voor hun onafhankelijkheid en eenheid. Een Italiaanse versie had wat meer succes.
In Amsterdam wordt eigenzinnig gekozen voor de uitvoering in de vorm van een Franse grand opéra, inclusief een lang ballet, waar echter geen ranke danseressen aan te pas komen. Er is een soortgelijke oplossing gevonden als bij Don Carlos vorig seizoen in Antwerpen: we zien de droom van hoofdpersoon Henri, die om even te ontsnappen uit het conflict tussen zijn vader en zijn geliefde fantaseert over een brave kindertijd zonder de ellende die volwassenen ondervinden. De ouverture is verplaatst naar het einde van het eerste bedrijf en we zien foto’s van de opstandelingen die weer kinderen worden.
De opera wordt gespeeld in een eenvoudige rechthoekige ruimte waar de Franse soldaten tegenover de Siciliaanse menigte staan, en door het goede spel, de intense zang en de machtige muziek is er ook niets meer nodig om de spanning op te roepen van een volk dat lijdt onder een vreemde bezetting, niet anders dan de Nederlanders onder de Duitse bezetting of de Palestijnen onder de Israëlische. Maar er is geen enkele verwijzing naar een concrete hedendaagse situatie. De aankleding is vaag eigentijds en verwijst in haar verbijsterende gewoonheid nergens speciaal naar. Het stelt een vraag: wat zou jij doen als je land wordt bezet? Wat kun je doen als je door een machtig leger wordt onderdrukt? Je laf onderwerpen en zien hoe je vrouw wordt verkracht, of in blinde woede in opstand komen en voor terrorist worden uitgemaakt? Wat je ook kiest, het is nooit goed. Het bijzondere is dat in deze spannende uitvoering de opera, misschien juist door zijn bizarre ontstaansgeschiedenis, al deze tegenstellingen in zich blijkt te dragen.

Les vêpres siciliennes, t/m 3 oktober bij De Nederlandse Opera. www.dno.nl