Vernieling

  1. In de kroeg kwam een jongen die ik vaag kende van een feest in zijn ouderlijk huis, een villa in Zuid. Of ik er een van hem dronk. Nee. En ik bestelde mijn tweede en laatste bier. Hij gepikeerd. Dus ik uitleggen dat het niet als belediging was bedoeld maar dat ik hem er geen terug kon geven. Hij begreep niets van die trots van de arme. Klef verhaal omdat er niks op het spel stond en ik het wel mooi vond van mezelf. Toch was die houding niet ingegeven door een toevallig tekort aan centen maar door klassegevoel ik haatte zijn studentencorps.

En ik kende het verhaal over, bij wijze van spreken, zijn grootvader die gloeiende centen uit het raam van de societeit gooide waar door kindertjes uit De Pijp, bij wijze van spreken mijn grootvader, om gevochten werd. Zoals ik uit Rudolf de Jongs De Spaanse Burgeroorlog vooral dat verhaal onthield over die Andalusische landarbeider die bij de verkiezingen van 1936 tegen de stemmenkopende knecht van de grootgrondbezitter zei: ‘Ik ben de baas van mijn eigen honger.’
Misschien typeren we onszelf het best door die paar verhalen die we onthouden van de ontelbare die we horen. Ze zeggen minder over wie we zijn dan over wie we zouden willen zijn. Dus keek ik naar De andere kant, de documentaire over de Zweedse fotograaf Mikael Wistrom die na zeventien jaar zijn Peruviaanse vrienden opzoekt (Ikon). 'Daniel is niet aldoor even gelukkig met de aanwezigheid van zijn rijke westerse vriend. Een riante gift slaat hij af, want dat vindt hij een aantasting van zijn waardigheid.’ Is die rijkdom van Mikael voor ons relatief de aangeboden vierduizend dollar behoren tot het produktiebudget en zijn leefstijl lijkt die van de westerse middenklasser ze is absoluut tegenover de armoe van Daniel en de zijnen. Toen ze elkaar destijds ontmoetten, was Mikael een low budget traveller, leefden Daniel, zijn vrouw en de baby op een vuilnisbelt in Lima en werd die baby, nu een meisje van achttien dat onderwijzeres wil worden, maar net van varkens en honden gered. Mikael toont foto’s van toen en de dochter huilt: met die vernederende ellende was ze liever niet geconfronteerd. Het Zweedse bezoek werkt ontwrichtend. Desondanks zijn vrouw en kinderen er dolblij mee en gek op blonde Mikael en zijn waarschijnlijk hartelijke cameraploeg. Aanvankelijk is ook Daniel blij, maar het loopt mis. In een hartverscheurende monoloog verwijt hij de Zweden dat ze hem zijn vrouw, kinderen en waardigheid ontnemen.
Want hij is een arme losse werkman, chagrijnig en onmogelijk trots, vanwege zijn mankheid door zijn ouders uitgekotst, broodnodig werk weigerend wanneer dat te slecht wordt betaald en zijn vrouw, die het gezin als werkster onderhoudt, verwijtend dat ze voor te weinig geld werkt, en zijn dochters verwijtend dat ze hun studie niet opgeven om hun moeder te helpen.
Net als ik kiest Mikael voor vrouw en dochters. Maar z'n documentaire deugt niet, alleen al omdat hij Daniel in het cruciale gesprek totaal laat zwemmen. Door die afstandelijkheid dwingt hij Daniel zichzelf en het dilemma genadeloos uit te spreken. Daarvan profiteren wij als kijker. En Mikael als maker van een in progressieve kring bewonderde documentaire. Die in Lima, of zijn dollars worden geaccepteerd of niet, een spoor van vernieling achterlaat.