FILM Skin

Vernietigende haat

Skin

Bloed en grond zijn de twee hoofdaderen in het lichaam van de Zuid-Afrikaanse historie, gemengd bloed of zuiver bloed, geboortegrond of gestolen grond, maar altijd met bloed doordrenkte grond. Dat is ook een beeld in Anthony Fabians Skin, een film over Sandra Laing, de vrouw die na haar geboorte in Piet Retief in 1955 wereldnieuws werd door haar gefragmenteerde identiteit: zijzelf is zwart, of ‘gemengd’, terwijl haar ouders twee onversneden Afrikaners zijn, hagelwit en godvrezend en hard werkend, maar met diepe haat in hun harten.
Haat gaat over in geweld in Zuid-Afrika, en zo krijgt het kernbeeld vorm: Abraham Laing, de vader, tuigt zijn dochter Sandra af nadat hij haar zwarte minnaar Petrus heeft betrapt terwijl die ’s nachts uit haar kamer sloop. Sandra, vervuld van schaamte en pijn, wast de wonden in haar gezicht. Met het teiltje water en bloed loopt ze naar buiten en giet de inhoud uit in een groentetuin waar ze vaak met haar moeder Sannie werkt. Het bloed sijpelt de grond in.
Dat zijn dochter seks heeft met een zwarte man is voor Abraham de druppel. Hij pakt zijn pistool. Sandra en Petrus vluchten naar de township. Daar houdt de ellende niet op. Sandra, verscheurd tussen twee werelden door haar dubbele identiteit, voelt zich wel thuis bij Petrus en diens familie, maar het verlangen naar haar ouders blijft. Bovendien moet ze alweer weg; de township, opeens tot wit grondgebied verklaard, moet wijken voor nieuwe huizen, ‘slegs vir blankes’.
Het waar gebeurde verhaal van Skin is pijnlijk om naar te kijken. Het echtpaar Laing, vooral Abraham Laing, haat de zwarte huid van hun dochter zo erg dat de liefde voor haar doodbloedt. ‘Je huid is een vloek’, zegt Petrus tegen Sandra, en dat is de waarheid. Dat laat Skin heel goed zien door het uitbeelden van de obsessie met bloed, afkomst en identiteit die vooral in het Zuid-Afrika van de jaren zestig en zeventig, toen de alledaagse apartheid in de wet kwam te staan, allesoverheersend werd.
Maar als film, als kunstwerk, slaagt Skin toch niet helemaal. De Britse actrice Sophie Okonedo weet niet altijd even genuanceerd met de emoties van haar personage om te gaan, wat resulteert in een geforceerde acteerstijl. Misschien treft de regisseur op dit punt een deel van de blaam, want ook in zijn stilistische keuzes overheerst het melodramatische te vaak, bijvoorbeeld in het gebruik van gezwollen koormuziek bij weidse, clichématige taferelen van het veld in Afrika. Dat is jammer; dit soort poespas verdoezelt alleen maar de naakte horror van de ontheemde Sandra.
De echte sterren van deze film zijn de ouders, of de acteurs die de ouders spelen. Alice Krige, in de rol van moeder Sannie, is fenomenaal. Krige, Zuid-Afrikaans van geboorte, werkt al jaren in Hollywood, maar dit is, naast haar rol een paar jaar geleden als een erge Borg in een Star Trek-film, haar beste werk. Dat laat ze zien in twee adembenemende scènes in Skin waarin ze haar dochter omhelst en duidelijk wordt dat ze de geur van haar kind probeert op te snuiven. Maar haar kind is weg, vernield, en dat is toch wel aan Abraham te wijten, de bedonderde (op z’n Afrikaans), streng christelijke man die slechts in God, geweren en zijn voorvaderen gelooft. De Australische acteur Sam Neill beeldt dit tragische personage uitstekend uit, vooral in de wijze waarop hij constant in geweld lijkt te kunnen uitbarsten.
Uiteindelijk krijgt de tragedie van Sandra Laing in Skin universele waarde. Oud en ziek in het nieuwe Zuid-Afrika kijken Abraham en Sannie terug op hun leven. ‘Zoek je haar vergeving?’ vraagt Sannie. ‘Dat verdien je evenmin als ik.’

Te zien vanaf 17 september