Honderd dagen Trump: De burgers zijn weer wakker

Vernietiging om vooruit te komen

We kunnen pessimistisch zijn over het feit dat het rijkste land ter wereld zichzelf Donald Trump aandoet. We kunnen ook optimistisch zijn. De destructieve roekeloosheid van Trump helpt een onverschillig Amerika uit het dal.

Alles went. Zelfs de woordcombin atie president Donald Trump. Hij had beloofd dat we zo gewend zouden raken aan zijn geweldige overwinningen dat het zou gaan vervelen. Inmiddels is verveling niet het gevoel bij zijn blunderende incompetentie. Je durft het nauwelijks te zeggen, maar misschien is opluchting meer aan de orde. Opluchting dat deze pathologische narcist die president werd met een campagne van leugens en beledigingen weinig voor elkaar krijgt.

Medium hh 60515960
© John Vink / Magnum / HH

Ook op de honderdste dag van zijn presidentschap is chaos het thema van Trumps regering. Toegegeven, de honderddagentermijn is kunstmatig, een overblijfsel uit de tijd dat Roosevelt in honderd dagen ruim 75 wetten door het Congres jaste. Volgens Trump is het een onzinnig meetpunt en zullen de ‘valse media’ er wel weer op uit zijn hem te kleineren. Maar Trump blijft Trump en dus wil hij scoren, vandaar een poging op de valreep Trumpcare nieuw leven in te blazen en een even halfbakken plan voor belastingverlaging te presenteren.

Trump realiseerde zich dat het benoemen van een conservatieve rechter in het Supreme Court en het doorvoeren van twintig wetten die door president Obama ingevoerde regulering afschaffen niet kunnen gelden als het ‘grootste honderddagensucces aller tijden’, maar eerder zijn te vergelijken met zijn ‘historische overwinning’ en ‘recordaantallen’ bij zijn inauguratie. Als iets Trumps honderd dagen kenmerkt, is het zijn niet-aflatende behoefte aan erkenning, aan lof, aan records. Ook na honderd dagen als machtigste man van de wereld blijft Trump hengelen naar klopjes op de rug. Als niemand anders die geeft, doet hij het zelf.

De werkelijkheid is dat hij kan terugkijken op een schrale oogst. De benoeming van rechter Neil Gorsuch in het Supreme Court was een invuloefening, gegeven de vacature en een Republikeinse Senaat die de zetel een jaar lang openhield. Trump tekende als een razende A4’tjes met presidentiële opdrachten, waarvan een aantal symbolisch of hyperbolisch waren, en enkele, zoals het inreisverbod uit acht en later zeven in meerderheid islamitische landen, tot chaos leidden voordat ze door de rechters werden opgeschort. De leegte van Trumps successenlijst nodigt uit om niet naar de honderd dagen te kijken maar naar de grotere impact van het verschijnsel Trump, naar de maatschappelijke gevolgen van zijn presidentschap.

Voor enig perspectief is het verhelderend stil te staan bij de mogelijkheid dat deze week Hillary Clinton de eerste honderd dagen erop had zitten. Het zou geen vrolijk verhaal zijn. Zelfs met een kleine Democratische meerderheid in de Senaat zou Clintons ruimte voor beleid nihil zijn. De scheidslijnen zouden nu al getrokken zijn. De Republikeinen in het Huis zouden een groot aantal onderzoeken zijn gestart naar allerlei hele, halve en niet-bestaande Clinton-schandalen. Ze zouden hun achterban dagelijks opjuinen tegen de Democratische president. Clinton had een progressief benoemd in het Supreme Court, maar zou daarvoor dezelfde ‘nucleaire optie’ hebben moeten gebruiken die Trump vorige maand toepaste: breken met de gewoonte dat daarvoor zestig van de honderd stemmen nodig zijn.

Al die maanden, veel langer dan honderd dagen, zou Donald Trump de verkiezingsuitslag hebben aangevochten. Hij zou van alles de wereld in slingeren, heel, half en meestal helemaal niet waar. Dagelijkse tweetstormen zouden Washington vergiftigd hebben. Er zouden relletjes zijn geweest met opgefokte Trump-aanhangers. De media en angstige Democraten zouden al beginnen te kijken naar de tussentijdse verkiezingen van 2018, waar veel meer Democratische dan Republikeinse Senaatszetels op het spel staan. In 2020 zou de Democraten een fenomenale ramp te wachten staan. Dankzij Trumps presidentschap krijgen de Democraten, krijgt Amerika, een kans daaraan te ontsnappen.

Binnenlands had Donald Trump minstens vijf (soms tien) grote wetgevende projecten die op dag één van start zouden gaan: het vervangen van Obamacare door ‘iets veel beters’, belastinghervorming, een infrastructuurprogramma van honderd miljard dollar, een programma van school choice voor openbaar onderwijs en het goedkoper maken van kinderopvang. Waar hij op kan bogen is ruzie met zijn eigen inlichtingendiensten, de twee mislukte reisverboden, ontslag van zijn adviseur voor nationale veiligheid wegens liegen over contacten met de Russen, een minister van Justitie die onder ede loog, onbewezen beschuldigingen aan het adres van zijn voorganger, een fbi-onderzoek naar banden van de Trump-campagne met Poetin, en een afgang van Trumpcare.

Vooral dit laatste debacle was interessant. Trump steunde een voorstel van Paul Ryan, de opportunistische leider van het Huis, dat hij nauwelijks kende en dat rechtstreeks inging tegen zijn verkiezingsbeloftes. Trump kon er geen meerderheid voor vinden, ondanks dreigementen, beloften en pluimstrijkerij. Tegenstand in het land was een factor, verdeeldheid binnen de Republikeinen een andere, maar vooral bleek Trumps enige claim van deskundigheid, dat hij een briljant onderhandelaar zou zijn, net zo hol als zijn woorden. Paul Ryan moest erkennen dat de Republikeinen na acht jaar totale obstructie ‘nog niet klaar waren om te regeren’. Een onderbelicht aspect was dat de miljarden bezuinigingen onder Trumpcare de opmaat waren voor diepe belastingverlagingen voor de rijken.

De begroting die Trump voorstelde was, zoals altijd bij Republikeinen, een fantasiebegroting. Trump wil meer geld voor defensie, een dure muur en belastingverlagingen. Het resultaat kan alleen maar leiden tot enorme tekorten. Zijn dreigement dat hij de op 28 april noodzakelijke tussenbegroting alleen zou accepteren als daar geld in zat voor de muur kan leiden tot een sluiten van de overheid. Politici in het Congres maakte Trump er niet bang mee. En dan is de president nog niet eens toegekomen aan de investeringen in de infrastructuur waarop de aandelenmarkten gerekend hadden.

Trumps enige claim van deskundigheid, dat hij een briljant onderhandelaar zou zijn, bleek net zo hol als zijn woorden

De retoriek over handelsoorlogen heeft voorlopig alleen geleid tot terugtrekkende bewegingen. Er komen geen handelsoorlogen en de veertien verdragen die Amerika op dit terrein heeft, zullen overeind blijven. De regering zal het nooit zeggen, maar heeft er nu al spijt van dat ze het Trans-Pacific Partnership met landen rond de Stille Oceaan heeft afgeschoten. Het zou een probaat middel geweest zijn om China onder druk te zetten. Een analyse van de handelsakkoorden vindt nu plaats en ongetwijfeld zal Trump dan zijn nieuwe kooswoorden herhalen: het is allemaal veel gecompliceerder dan hij dacht.

Een veelgehoorde mantra in Washington is ‘policy is personnel’, oftewel je moet je mensen hebben om beleid uitgevoerd te krijgen. Zes maanden na zijn ook voor hemzelf verrassende overwinning lijkt Trumps regering een spookschip. Voor veel politieke benoemingen die door de Senaat moeten worden goedgekeurd zijn nog geen mensen voorgedragen. De stelling dat dit bewust beleid is om de ‘diepe staat’ te ontmantelen is nonsens. Het is incompetentie. De alternatieve strategie om een paar honderd ex-lobbyisten te benoemen als waakhonden in de departementen die ze eerst bewerkten, lijkt heel wat maar leidt hoogstens tot meer chaos en stagnatie. Zonder een bureaucratische besluitvormingslijn met bijbehorende verantwoordelijkheid kunnen deze bureaucratische jihadi’s niets uitrichten. Ze kunnen geen opdrachten geven, daarvoor heb je mensen met officieel gezag nodig.

Het Witte Huis daarentegen is goed gevuld met elkaar de tent uit vechtende nieuwkomers. Alle alarmerende artikelen in januari over Trumps demonische adviseur Steve Bannon als machtigste man, een ‘ware Lenin’ in een veel gehypete kwalificatie, lijken nu al overdreven. Bannon staat op een zijspoor, daar geplaatst door Trumps schoonzoon Jared Kushner, die een beter gevoel heeft voor de belangen van het Trump-imperium. Een fijn bijverschijnsel van het invechten is dat het Witte Huis zo lek is als een mandje en energie verspilt aan het repareren van elk nieuw tweet-exces van de president zelf. Slangenmens Kellyanne Conway, die van de ‘alternative facts’, aanvankelijk niet weg te slaan van de televisie, is stilgevallen.

Trumps allereerste benoeming, die van de anti-moslimactivist en Poetin-vriend generaal Michael Flynn tot veiligheidsadviseur, was een blunder van formaat. Na 25 dagen moest Flynn het veld ruimen. Hoewel Trump Flynn een prima kerel vond die niets fout had gedaan, had de president geluk dat het zo snel ging: nu kan de goed ingevoerde generaal McMaster hem als veiligheidsadviseur behoeden voor al te grote ongelukken. McMasters verwijdering van Bannon uit het veiligheidsoverleg was de inleiding voor diens voorlopige verbanning. Een opruiming van Bannon-klonen en notoir gevaarlijke lui als de Hongaars-Amerikaanse nazi-liefhebber Sebastian Gorka lijkt een kwestie van tijd.

Zoals verwacht benoemde Trump een aantal mensen op departementen en bureaus die ze het liefst zouden ontmantelen, zoals energie en milieu. Op onderwijs zit een ideologe die het publiek onderwijs wil kortwieken. Daarnaast kwam een legioen van Goldman Sachs op belangrijke posities terecht, Trumps populistische anti-Wall Street-toon is verdwenen. Gary Cohn, eerst president van Goldman Sachs en nu voorzitter van de National Economic Council, lijkt in de machtsstrijd in het Witte Huis hoge ogen te gooien. Deze vleugel van de regering lijkt beter aan te sluiten op het Kushner-Witte Huis en verbergt nauwelijks zijn afkeer van vulgaire lui als Steve Bannon en zijn legertje van lichtgewichten.

De meest zorgwekkende benoeming was die van de zuidelijke racist Jeff Sessions tot minister van Justitie. Sessions werd betrapt op leugens over contacten met de Russen en heeft zich moeten terugtrekken van onderzoek daarnaar, maar hij kan genoeg schade aanrichten. Waar de regering tot nu toe hielp bij klachten over het beperken van kiesrecht doet Sessions het omgekeerde. Sessions zal de burgerrechtenafdeling verzwakken, heeft de onderzoeken naar politiemisdragingen opgeheven of gebagatelliseerd, zit achter immigranten aan en wil de war on drugs weer opstoken om de private gevangenissen vol te krijgen.

Veel beleidsinitiatieven van Trump lijken ver te gaan, maar zijn in de praktijk weinig relevant. Hij heeft met veel bombarie kolenmijnen weer toegestaan te vervuilen, maar dat zal geen extra baan opleveren. Hij heeft de emissie-eisen aan de auto-industrie verzwakt, maar omdat staten als Californië en New York eigen eisen stellen zal dat praktisch nauwelijks betekenis hebben. De executive order om Obama’s Clean Power Plan te ontmantelen, waarmee Amerika zich de facto losmaakt van het klimaatverdrag van Parijs, levert minder op dan hij zou willen en verdeelt de regering. Het nieuwe bureau om de federale bureaucratie op z’n kop te zetten wordt gerund door schoonzoon Jared, die het veel te druk heeft met andere dingen.

Het lastige voor de Republikeinen is dat veel regulering die Trump nu kwijt wil, behoort tot de gezondverstandregels. Verstandige ondernemingen gaan niet in op deze nieuwe omstandigheden omdat ze weten dat die vrijwel zeker tijdelijk zijn. Dat wil niet zeggen dat Trumps maatregelen geen schade kunnen aanrichten, maar het blijkt stukken moeilijker om de activistische overheid die sinds de New Deal de norm is te ontmantelen dan Bannon & Co dachten. Hoe gecommitteerd Trump zelf is in deze anti-overheidskruistocht is onduidelijk, waarschijnlijk ook voor hemzelf.

De grote problemen van deze honderd dagen, gecombineerd met Trumps schandelijke campagne, liggen elders. Een groot gevaar voor de democratie en de rechtsstaat is dat wat eerder onacceptabel werd geacht dagelijkse kost wordt en daarmee onopmerkelijk, terwijl het dat niet zou moeten zijn. Aanvallen op de onafhankelijke rechterlijke macht bedreigen de essentie van de rechtsstaat. Trump kwam ermee weg toen hij in de campagne een rechter met een Hispanic-achtergrond aanviel, en het is al weer vergeten dat hij de federale rechters die zijn reisban blokkeerden ‘neprechters’ noemde.

De kruisraketten in Syrië waren voor Trump een aha-ervaring: een gemakkelijke manier om ‘presidentieel’ te zijn

In goede jaren-dertigtraditie heeft Trump de onafhankelijke pers gekwalificeerd als ‘vijand van het volk’ en hij bemoeilijkt hun werk. De president beschuldigt zonder enig bewijs zijn voorganger van illegale afluisterpraktijken. De persvoorlichter van het Witte Huis laat zich gebruiken als doorgeefluik van leugens. De potentiële schade is groot: als er straks werkelijk iets aan de hand is en de president of zijn persvoorlichter moet de Amerikanen overhalen, dan ontbreekt het hun aan geloofwaardigheid. Niemand gelooft wat er uit het Witte Huis komt.

Het is allemaal afstompend gewoon geworden omdat het voor Trump zo gewoon is. Zeven jaar lang sleet hij de leugens en verdachtmakingen over de legitimiteit van president Obama. Zeven jaar lang ging zijn partij daarmee akkoord, zoals ook in deze honderd dagen geen kik is gehoord uit het Congres. De enige uitzondering op die regel zijn senatoren als John McCain en Lindsey Graham die oprecht bezorgd zijn over de russofilie van de regering-Trump, maar verder in de pas lopen. Het grootste deel van het machtsbeluste Republikeinse Congres accepteert deze Mad King Trump.

Inmiddels weten we meer over de persoon Trump in zijn rol als president. Hij houdt niet van alleen zijn. Meestal zwermen medewerkers, vrijwel allemaal mannen, om hem heen die hij tot stilte moet manen als hij een telefoongesprek voert. Misschien maar goed ook, want zodra de man alleen is, ’s avonds in het Witte Huis of ’s ochtends vroeg in Florida, begint hij te twitteren. Meestal heeft hij dan uren kabeltelevisie zitten kijken en reageert hij op een of ander nonsensbericht van Fox News.

Het meest zorgwekkend is de bevestiging van Trumps slechtste eigenschappen, overduidelijk zichtbaar tijdens de campagne en nu onderdeel van zijn presidentschap. Hij is onvoorspelbaar, roekeloos, kleinzielig, zelfzuchtig, losgeslagen van de werkelijkheid, geobsedeerd met eigen faam, rijkdom en succes, heeft een dwangneurotische behoefte om tegenstanders, echte en vermeende, aan te vallen en wordt verteerd door een pathetische behoefte aan lof. We zien een eenzaam man die weinig lol lijkt te beleven aan zijn presidentschap.

Een probleem voor de nabije toekomst is dat Trump als president bijna automatisch op steun kan rekenen als hij op militair terrein iets doet. Wat dat aangaat waren de kruisraketten in Syrië voor Trump een aha-ervaring: een gemakkelijke manier om bejubeld te worden, om ‘presidentieel’ te zijn, om boven alle kritiek te staan. Een grote bom gooien, de grootste, de mooiste, de krachtigste ooit, oogt besluitvaardig. Er is een gerede kans dat hij vaker naar deze lofroes zal grijpen als het elders tegenzit.

Het grotere verhaal is dat het land is wakker geschud. Kritische journalistiek maakt een comeback. Satirische politieke programma’s zijn ongekend populair en verrassend effectief in het benoemen van Trumps idioterie. De oppositie is actief, wakker en bereid om de handen uit de mouwen te steken, zich realiserend dat hun lamlendigheid en onverschilligheid bijdroegen aan het Hillary-drama. Er heerst een voor Amerika ongekende politieke actiebereidheid. Tot nu toe wordt de discussie gedomineerd door afkeer van de man die het presidentschap stal, het zal een uitdaging zijn die woede te kanaliseren in een nuttige oppositie.

De Obama-jaren maakten duidelijk dat het politieke systeem kapot is, leidt tot verlamming en obstructie en een ontsporing in nauwelijks verhuld Republikeins racisme en, aan de andere kant, zielloze identiteitspolitiek. Het is geen politieke stellingname om de Republikeinen daarvoor de meeste verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven, maar de Democraten hebben ontdekt dat ze met een serieus alternatief moeten komen om kiezers terug te winnen.

De verkiezing van Trump is een waarschuwing dat het Amerikaanse politieke systeem niet op eigen kracht kan herstellen, dat het hulp nodig heeft van de burgers die zich er jarenlang van afkeerden. Die burgers zijn nu wakker, dat geldt zowel voor de Trump-aanhangers als voor de meerderheid van de Amerikanen die hem een ongemanierde en ongeïnformeerde charlatan vinden. De sfeer is merkbaar veranderd: ieder gesprek begint nu met politiek, met de vraag wat je ervan vindt, of simpelweg bij het ontbijt: is er vannacht weer iets absurds gebeurd?

Er is reden genoeg om pessimistisch te zijn over het feit dat het rijkste en meest ontwikkelde land van de wereld dit zichzelf aandoet. Het bevestigt een gevoel van neergang dat al veel langer aanwezig is. Maar er is ook een optimistischer kijk mogelijk, een die zicht biedt op een betere toekomst, maar geen garantie op succes. Die visie stelt dat de destructieve aanwezigheid van Donald Trump nodig is om Amerika uit het dal te helpen. Noem het een variant op de theorie van de econoom Joseph Schumpeter: creatieve vernietiging om vooruit te komen.

Het fenomeen Trump is nodig om Amerikanen los te weken uit hun onverschilligheid, hen te doen realiseren dat hun samenleving niet vanzelf bij elkaar blijft. Trump is nodig om te laten zien dat vijftig jaar ideologisch gedreven anti-overheidsegoïsme van de Republikeinse Partij het land kapotmaakt. Dat de Democraten een visie moeten ontwikkelen die álle Amerikanen raakt. Voor alle Amerikanen is Trump nodig om de illusie te vernietigen dat één slimme leider alles goed kan maken, te denken dat een generaal, een zakenman of een gewone burger hen kan redden. Trump is een noodzakelijk kwaad om te laten zien dat de overheid een rol heeft te spelen in een complexe samenleving waarin extreem ongelijke omstandigheden de samenhang dreigen te ondermijnen – een verhaal dat zelfs een superbegaafde Democraat als Barack Obama niet over het voetlicht kreeg.

Om deze Amerikaanse vernieuwing kans op succes te geven moet het Trump-project een totale mislukking worden. Niet door impeachment, niet door eindeloze kritiek, niet door ideologisch gepalaver, maar door de man en zijn destructieve partij aan hun eigen incompetentie ten onder te zien gaan. Dat is geen optimistische boodschap, misschien zelfs geen realistische. Maar het is de enige die hoop kan doen putten uit honderd dagen incompetentie. In het verleden was Amerika in staat zichzelf te herpakken in periodes die het land verscheurden, meestal veroorzaakt door de eigen verdeeldheid. Denk aan de Burgeroorlog en de Grote Depressie. De ironie van de Amerikaanse geschiedenis is dat alles wat het land groot en groots maakt ook precies dat is wat het land klein en destructief maakt. Het is de essentie van Amerika, namelijk de capaciteit om zich te heruitvinden. Het presidentschap van Donald Trump reikt dan ook veel verder dan zijn persoon, zijn partij of deze vier jaar. Zijn presidentschap en de reactie erop zullen bepalen of Amerika daartoe opnieuw of nog steeds in staat is. Zo gezien kan Trumps problematische presidentschap heilzaam werken. Maar een garantie dat het goed uitpakt is er niet.