Veronderstel

Bij het verlaten van de zaal bleven verschillende toeschouwers even stilstaan bij het papier dat in de gang van theater De Balie was opgeprikt. Het was een Engelse oproep, met de naam van een persoon. Disappeared stond er onder de naam - verdwenen. Zou dit erbij horen, vroegen verschilende toeschouwers zich hardop af. Die verdwijning paste namelijk perfect bij het verhaal dat Ken Campbell zojuist verteld had in zijn nieuwe show Mystery Bruises. Een verhaal over ufo’s en trollen, over het reizen in de tijd en het overstappen naar een parallel universum. Maar misschien kreeg het briefje over de verdwijning ineens zoveel betekenis door de specifieke kijk op de dingen waarmee Campbell zijn toeschouwers naar buiten stuurde.

De wereld is niet meer hetzelfde als je bijna drie uur lang naar Ken Campbell hebt geluisterd. De Britse theatermaker is in staat werkelijkheid en fantasie zo in elkaar te vlechten dat je het onderscheid niet meer weet. Of liever: dat je beseft dat het een illusie is te denken dat je het onderscheid weet tussen waarheid en schijn, tussen zin en onzin, tussen wetenschap en fictie. Campbell vertelt in zijn one-man-show ogenschijnlijk toevallige anekdoten uit zijn leven en leest stukjes voor uit obscure tijdschriften en uit de boeken over kernfysica die hij tegenkwam op zijn pad. Maar al die losse flarden blijken uiteindelijk onderdeeltjes te zijn van een hecht gecomponeerd geheel waarin niets toeval is en waarin ieder onbeduidend detail van betekenis blijkt te zijn.
Terwijl hij aan het vertellen is, houdt Ken Campbell zo nu en dan zijn handen als een dakje boven zijn hoofd. Hij laat z'n handen naar boven klappen, alsof het dakje opengaat. Die beweging maakt Campbell als hij een gedachte oppert die op het eerste gezicht zo idioot is dat je geneigd bent haar als onzin te verwerpen. Maar Ken Campbell doet dat niet. ‘Let’s suppose…’ zegt hij met een grote grijns, en hij schuift het dak van z'n hersenen open. Campbell probeert in zijn voorstellingen de grenzen van het denken af te tasten. In Mystery Bruises noemt hij zichzelf een 'supposer’. Dat is iemand die nooit meteen zegt: dat kan niet, maar altijd bereid is om een idee voorlopig aan te nemen en te kijken wat dat hem oplevert. Campbell lijkt te zeggen dat er meer is tussen hemel en aarde, maar eigenlijk heeft hij het alleen maar over het oneindige voorstellingsvermogen van de mens.
Campbell beoefent 'supposing’ zelfs als een actieve bezigheid. Een theorie over feeen die iemand hem vertelt, is voor Campbell de aanleiding om zich eens twee weken bezig te houden met het veronderstellen van feeen. Maar het zijn niet alleen sprookjesfiguren waar Campbell zich actief voor openstelt. Stapje voor stapje neemt hij zijn toeschouwers mee in het denken over de allernieuwste theorieen in de quantummechanica.
Een deel van Campbells anekdoten gaan over de interviews met wetenschappers die hij maakte voor een televisieprogramma in opdracht van Channel Four. Als geinteresseerde leek moet hij deze geleerden naar hun nieuwste inzichten vragen en hij concludeert verbijsterd dat zij hem, de ultieme supposer, in fantasie overtreffen.
Het bijzondere is dat je Campbell voortdurend in zijn denksprongen kunt volgen. Hij verbindt de wetenschappelijke theorieen met anekdoten uit zijn eigen verleden, bijvoorbeeld zijn hilarische ervaringen als Shakespeare-acteur. De theorie over parallelle universums legt hij uit aan de hand van een Hamlet-enscenering door een obscure vriend. Iedere keer dat Hamlet voor een keuze stond, verscheen er in deze enscenering een nieuwe Hamlet. Uiteindelijk waren er zo'n vierhonderd Hamlets op het podium, die ieder een mogelijke gang van zaken moesten verbeelden, dus een mogelijk universum.
Ieder nieuw inzicht dat Campbell op zijn zoektocht verneemt, vertaalt hij in zijn eigen bewoordingen, met bijbehorende bewegingen. De kronkel die Campbell telkens met zijn lichaam maakt verbeeldt de (gedachten)sprong naar een parallel universum. En de gedachte dat tijd en de ruimte gebogen zijn, illustreert hij aan de hand van de gebogen vorm van de glimlach op zijn eigen gezicht en dat van de toeschouwers.