Verontrustend vertrouwd

Andrzej Zaniewski, Rat. Uit het Pools vertaald door Gerard Rasch, uitgeverij Prometheus, 160 blz., f24,90. Hector Bianciotti, Wat de nacht de dag vertelt. Uit het Frans vertaald door Joop van Helmond, uitgeverij Arena, 286 blz., f49,50.
‘Zonder het te weten wordt ons handelen bepaald door wat we zijn. Daarna wordt ons zijn bepaald door hoe we hebben gehandeld.’ Ofte wel: de ene helft van het leven ben je bezig te rechtvaardigen wat je in de andere helft hebt gedaan.

Hier spreekt een schrijver die na een kwart eeuw terugblikt op de eerste helft van zijn leven, de vijfentwintig jaar die hij als zoon van arme Italiaanse immigranten voornamelijk op de Argentijnse pampa doorbracht, overal een vreemde: in de eigen omgeving, op het seminarie en in de stad, waar hij als homo onder het peronisme voortdurend gevaar liep. Hector Bianciotti (1930) sluit in zijn roman Wat de nacht de dag vertelt nauw aan bij zijn eigen biografie. Door het lezen van Valery vatte hij liefde op voor het Frans en hij is daarna ook in die taal gaan schrijven. Zijn neiging tot abstract redeneren past bij de beschreven intellectuele ontwikkeling, ze werkt ook averechts. Kennis gaat vooraf aan de taal en roept haar zelfs op, aldus de verteller, maar met zijn taal van nu ontneemt hij de lezer juist het zicht op die verontrustende wereld van vo'o'r de taal.
Je hebt mensen die tevreden zijn met wat zij in het leven klaarspelen, zegt Bianciotti, en anderen die hun leven zien als het gevolg van gemiste kansen. Maar je kunt ook geloven, zoals hij, ‘dat we geheime missies vervullen’. Daarom beschouwt hij zijn leven als een opeenvolging van etappes en blijft hij altijd hopen, ondanks 'dat een van de manies van het bestaan gelegen is in allerlei vormen van herhaling, prolongatie, terugkeer’. Zinnen als deze zouden moeiteloos passen in het nawoord van Andrzej Zaniewski bij zijn roman Rat, die ik toevallig na Bianciotti las. Van de laatste nog een citaat: 'Ik weet niet of alles is geoorloofd om je leven te verdedigen, maar wel degelijk om je ertegen te verdedigen.’
Rat omvat een heel leven. Wat de naar Italie vertrekkende schrijver en de volgroeide rat gemeen hebben, is hun zwerflust: beiden zijn overal een vreemde maar wat hen in beweging houdt, is de steeds hernieuwde hoop dat het elders beter is. Het mooie aan het levensverhaal van de rat is dat de onrust die hem telkens doet opbreken op een gegeven moment in heimwee omslaat, vooruit wordt terug, wat aan zijn ongedurigheid niets afdoet. Maar thuis blijkt alles veranderd, daar wacht hem in plaats van een veilige haven een gruwelijk einde: is hij in het begin als pasgeborene blind en weet hij niet wat hij wil als hij het licht wil zien, op het laatst worden hem door mensen de ogen uitgebrand en komt hij, die voorheen het licht schuwde, in een ongewenste duisternis terecht.
Tussen begin en einde bewijst rat de eerste helft van het citaat: werkelijk alles is geoorloofd om te overleven. Dat is ook het verontrustende aan het boek: in dit leven is geen moment zonder gevaar, het dreigt van de kant van mensen en dieren, het meest nog van soortgenoten, voor zover ze niet dezelfde geur hebben. Verontrusting heeft altijd met nabijheid te maken. Dat kan in dit geval de vergelijking van dier met mens betekenen: hoe zou zo'n leven er voor een mens uitzien? En voor velen ziet het er net zo uit, als een aaneenschakeling van opgejaagd worden en als het kan zelf opjagen, wat het sociaal-darwinisme cynisch de struggle for life noemt. Die vergelijking maakt de schrijver in zijn nawoord, dat ik graag gemist had omdat het uitspreekt wat in het verhaal impliciet verwerkt is.
Verontrustend is minder dat het verhaal van binnenuit een wereld parallel aan die van de mensen laat zien - natuurlijk trek je bij een dierenverhaal altijd parallellen - verontrustend is veeleer de taal van de rat, al bij zijn geboorte die van een volwassene, volwassen-mensentaal, maar zonder het geruststellende gefilosofeer van Bianciotti, wiens zintuiglijke beleving door al het benoemen heel wat minder direct werkt dan die van Zaniewski’s rat. Een vreemde wereld maar beleefd in onze taal, meer in dan door.