Sylvain Ephimenco

Verontrustende incidenten

«Wat gaan we tegen Allah zeggen als hij ons vraagt waar we mee bezig waren toen de ongelovigen onze moslimbroeders aan het afslachten waren in Afghanistan, in Irak, in Palestina, in Tsjetsjenië», schreef Ahmed Elbakiouli na 11 september in een forum van Maroc.nl. Samen met Khalil El Hassnaoui vertrok hij vanuit Eindhoven vermoedelijk naar Afghanistan, kwam de grens niet over en belandde in Kashmir. Over de ware toedracht van hun reis en dood heerst veel onduidelijkheid. Beide Nederlanders van Marokkaanse origine werden door Indiase grenswachters doodgeschoten. Volgens de officiële Indiase lezing waren de twee moslims terroristen terwijl andere bronnen in Kashmir in beiden toeristen zagen. Maar veel in hun gedrag pleit niet voor het beeld van toeristen in een regio in staat van oorlog.

Het is even wennen. Tot voor kort stond de stad Eindhoven voor provinciaalse sufheid, een elektronicaconcern en voetbal. Dat er in de lichtstad sprake kan zijn van broeinesten van fundamentalisme van waaruit potentiële terroristen naar oorlogsgebieden vertrekken, lijkt niet te passen in Nederland. Dit land hoort ondanks de flinke discussie die hier sinds 11 september woedt rond de islam, in de categorie «vreedzaam» te worden gerangschikt. Ook al bestaat er een sluimerend onbegrip tussen gemeenschappen, de raciale tegenstellingen zijn te verwaarlozen. Zeker vergeleken met landen als Frankrijk en Engeland.

Vooral in dat eerste land branden de auto’s met honderden tegelijk in migrantenwijken waar sinds kort ook zware wapens worden aangetroffen. Het geweld tegen de overheid neemt van allochtone kant schrikbarende vormen aan. Niet alleen de politie maar ook brandweer- en ambulancepersoneel wordt aangevallen en beschoten. Frankrijk kent geen polder- maar een conflictmodel, dat de polarisatie alleen maar vergroot. Dat dit sommige jonge moslims in de armen van fundamentalisten drijft, is niet echt verrassend. Er worden daarom steeds meer islamieten van Franse signatuur in buitenlandse cellen opgesloten.

Maar in Nederland lijkt geen grond te bestaan waarop het fundamentalisme kan bloeien. Het aanpakken van problemen laat zich definiëren als «soft» en de repressie van de politieke islam is onbeduidend. Toch stapelt zich sinds de aanslag op de Twin Towers incident op incident. De meest opvallende: een moslim-terroristische cel wordt in Rotterdam ontmanteld; de schoenbomfundamentalist kwam in Amsterdam een tijdje vertoeven om zijn explosieven te kopen; Bin Laden roemt (hopelijk abusievelijk) Nederland als bekeerland, en nu worden twee Eindhovenaren in Kashmir gedood. Te veel voor een klein vreedzaam poldermodel.

Wie hierover een analyse waagt, zal in alle gevallen de cirkel niet rondkrijgen. De meest voor de hand liggende oorzaak zou de coulante houding van de overheid ten aanzien van islamitische extremisten, strenge orthodoxen en gebedshuizen die de integratie tegenwerken kunnen zijn. Maar deze theorie houdt ook geen stand als men ter vergelijking landen met een meer repressief karakter naast Nederland legt. Harder optreden (Frankrijk) tegen de politieke islam is geen garantie voor succes. Laissez-faire (Engeland, waar haat tegen het Westen wordt gepredikt) ook niet.

En dit is misschien de somberste les die men in Nederland uit bovengenoemde incidenten kan trekken. Wat je ook doet, de politieke islam en zijn fundamentalistische vertakking past zich altijd aan de omgeving aan. De twee uit Eindhoven leken goed geïntegreerd en spraken onderling Nederlands. Hun kracht om zich aan de alledaagsheid te onttrekken en zich aan het extremisme te onderwerpen, kwam voort uit een geperverteerde interpretatie van hun geloof. En daartegen valt op korte termijn weinig te doen. Het zal een strijd van lange adem moeten worden om het gif uit de hoofden weg te zuigen.