‘Verpletterende tederheid’

Van achter de balie overhandigt de medewerker een fluorescerend roze envelop, met daarin een met paarse viltstift ondertekende brief van de museumdirecteur en curator. Geen folder of hand-out, deze tentoonstelling over beroering in de hedendaagse kunst begint met een ‘Beste Bezoeker’.

Medium kunst

Onder beroering verstaan zij ‘emotioneel in beweging komen’ en daar vallen niet onder ‘extase, hysterie, duizeligheid, hartkloppingen en flauwte’, maar kunstwerken die een beroep doen op ‘affect’, het primaire gevoel dat aan een gedefinieerde emotie voorafgaat. Minder weten is daarbij beter, instrueert de brief, zoals kunsthistoricus James Elkins in Pictures Tears (2001) concludeerde dat kennis de emotie in de weg staat.

De tekstbordjes in De Hallen Haarlem bevatten dan ook een persoonlijk, tweestemmig commentaar van directeur Ann Demeester en curator Xander Karskens, waarmee het museum inhaakt op de golf zingeving in de kunst, maar Alain de Bottons aanbevelingen ver voorblijft. In de stampende video Jewel (2011) van Hassan Khan dansen twee mannen op chaâbi, muziek uit het Midden-Oosten, rond een ‘beeld dat je met technologie associeert’ (Karskens) dat een ‘lichtgevende hengelvis’ (Demeester) blijkt te zijn. De dunne man slaat met zijn armen en benen op het ritme van de beat, de stevige man zakt door zijn knieën en laat zijn armen opgaan in de melodie. Het is zo donker in de ruimte dat je ongezien kunt meedoen.

De zinnelijkheid van Khans muziek loopt verder in de zaal door in beelden van een raver uit de ratelende diaprojector van Matt Stokes, die onder de opnamen van de danser Ierse volksmuziek plaatste. Naast hem op de vloer een wit marmeren beeldje uit 1896 dat zijn schaduw naar twee kanten uitslaat, De kleine geknielde van George Minne (Karskens: ‘Een beeld over stilte’; Demeester: ‘Verpletterende, tengere tederheid’) – en een drieluik van zinnelijkheid is compleet. Want beroering beroept zich in Up Close and Personal op lichamelijkheid, van mens en materiaal. De ongecontroleerde verfslierten van Wolfgang Tillmans (Freischwimmer 110) hangen tegenover de zuigende afwezigheid op een doek van Jo Baer, de minutieuze, verzorgde, dubbelkantige tekeningen van Taocheng Wang naast de verpletterende dubbelzijdigheid van het scherm van Meiro Koizumi – een aanstekelijk geheel.

Dan toch een koude douche, in de vorm van een stalen constructie waarop tien flatscreen-tv’s verschillende afleveringen uit een sciencefiction-miniserie vertonen. The Common Sense van de Canadese Melanie Gilligan kwam voort uit een samenwerking tussen Casco, De Hallen en de Appel. In Gilligans tentoonstelling bij Casco wordt in de eerste vijf afleveringen The Patch geïntroduceerd, een technologie waarmee andermans gevoelens fysiek beleefd kunnen worden, in een maatschappij in tijd niet ver verwijderd van de onze. Denk aan customer feedback die ongefilterd binnenkomt, telepathisch werkoverleg en andere vormen van netwerkcommunicatie die nu door je strot geduwd kunnen worden. In De Hallen en de Appel volgen dan twee mogelijke vervolgscenario’s – een positief en een negatief scenario.

Per aflevering moest ik het weten verder loslaten, drong de problematiek van het collectieve netwerken dieper binnen, maar lieten de gevolgen me in hun onwaarschijnlijk kille (acteer)uitvoering onberoerd. Ik kan u zelfs niet zeggen of The Common SenseFase 2A goed of slecht afloopt. Komend weekend is de serie als marathon in de drie kunstruimtes te bekijken en brengt een bus u van locatie naar locatie, en dat klinkt dan wel weer knus.


Up Close and Personal, De Hallen, Haarlem, t/m 1 maart, [dehallen.nl](%20http://www.dehallen.nl/nl/); Melanie Gilligan, The Common Sense, de Appel, Amsterdam, 24 januari t/m 8 maart, deappel.nl, ook nog t/m 24 januari bij Casco, Utrecht,cascoprojects.org


Beeld: George Minne, De kleine geknielde_, 1896. Wit marmer, 20 x 47,5 x 27,1 cm. Up Close and Personal (Museum van Deinze en de Leiestreek)._