In China dwingen ze empathie gewoon af

Verplicht je moeder bezoeken

In de jachtige Chinese steden is de medemenselijkheid verdampt. Ouderen kunnen niet meer rekenen op hun kinderen of de staat als ze behoefte hebben aan gezelschap en zorg. Gelukkig hebben ze elkaar nog.

Medium 42 58291882

Chen Jia Yan werkte haar hele leven op kleuterscholen. Toen ze met pensioen ging verveelde ze zich te pletter. Nu behandelt ze de ouden van dagen in het buurtcentrum op dezelfde manier als destijds haar leerlingen. ‘Ik laat ze tot drie tellen en dan moeten ze klappen. Dat helpt ze bij de tijd te houden. Mijn hele familie zit in het onderwijs, dus ja, ik mis het.’ Met een gelukzalige glimlach loopt Chen door het zaaltje om slechtziende vrouwen te helpen bij het lezen van de krant.

In dit buurtcentrum in het Yangpu-district van Shanghai is het druk. Vrouwen zitten te breien of te borduren, mannen spelen mahjong, in het zaaltje ernaast wordt driftig gepingpongd en aan het einde van de gang kijkt een groep van zo’n twintig ouderen naar een ietwat angstaanjagende film over spokenjagers.

De hutong, stadswijken met kruip-doorsluip-doorstraatjes waaraan huisjes van twee, hooguit drie verdiepingen lagen, zijn merendeels neergehaald in Shanghai. Dat waren de wijken waarin deze ouderen een groot deel van hun leven woonden. De saamhorigheid die in een hutong vanzelfsprekend was, waar de mensen op straat hun bonen dopten en kinderen vrij rondrenden, wordt in het moderne China node gemist.

Buurt Yanji No. 4 lijkt wel wat op die hutongs van weleer. Hier staan 52 huizenblokken, zes verdiepingen hoog. In de laantjes tussen de gebouwen hangt in de winterzon de was te drogen. ‘Toen mijn man een paar maanden geleden geopereerd werd aan zijn hart kwam iedereen op bezoek’, vertelt Cai Ke Li (72), die ook als vrijwilliger in het centrum werkt. ‘Mensen kwamen voor hem zorgen en namen cadeaus mee. Voordat dit centrum werd opgericht kenden we elkaar niet, maar nu staan we vaak dichter bij elkaar dan familieleden.’

Cai was vroeger accountant, haar man werkte in een magazijn. Ze heeft een kleindochter in de derde klas van de lagere school, vertelt ze met glinsterende ogen. Het is in China gebruikelijk dat de grootouders de zorg voor hun kleinkinderen op zich nemen, maar haar dochter wilde daar niets van weten. ‘Ze wil dat haar kind dichter bij haar staat dan bij mij.’

Een jongen blijft een nacht met ontbloot bovenlijf wakker om de muggen weg te lokken van het bed van zijn ouders

De ouderen in het buurthuis worden door hun kinderen aangemoedigd om hiernaartoe te gaan, vertellen ze. Ongetwijfeld neemt dat een knagend schuldgevoel weg: kinderen horen hun ouders immers in huis te nemen. Eerst zorgen ouders voor hun kinderen, dan voor hun kleinkinderen en daarna, wanneer ze zelf hulpbehoevend worden, zorgen hun kinderen voor hen. Maar in de huidige samenleving is dat systeem niet vol houden. Veel dertigers zijn enig kind en maken op hun werk lange dagen. De zorg voor ouderen schiet er daardoor vaak bij in. Bovendien hebben jongeren veelal moderne ideeën over opvoeden en willen ze hun ouders daar niet al te zeer bij betrekken.

De regering voerde in 2013 een wet in die kinderen verplicht om regelmatig bij hun ouders langs te gaan, en zich te bekommeren om het emotionele en fysieke welbevinden. Er werd ook meteen een vonnis uitgesproken tegen een vrouw die haar 77-jarige moeder zou verwaarlozen. Haar werd opgedragen haar moeder zeker een keer per twee maanden te bezoeken, en ten minste twee nationale feestdagen met haar door te brengen.

Medium 42 58291872

De Chinese ouderenwet is niet uniek. Maar in andere landen met een vergelijkbare wet (Oekraïne, Frankrijk, Duitsland, Japan) helpt de overheid mee bij de zorg voor ouderen. Columnist Li Ji schreef in Fazhi Ribao, een juridische krant onder supervisie van het ministerie van Justitie: ‘Als de nationale zorgverzekering op niveau was, hoefden kinderen zich niet zoveel zorgen te maken over de gezondheid van de ouders, en als bedrijven verplicht zouden worden om een bepaald aantal vakantiedagen aan te bieden, zouden ze vaker in staat zijn om hun ouders te bezoeken.’

De Chinese regering doet echter alleen een moreel appèl. Ze bracht een hernieuwde versie uit van Guo Jujings eeuwenoude werk 24 Paragons of Filial Piety . In het oorspronkelijke werk blijft een jongen een nacht lang met ontbloot bovenlijf wakker om de muggen weg te lokken van het bed van zijn ouders. In de nieuwe versie worden lezers opgeroepen om hun ouders te leren surfen op internet.

Vroeger waren gemeenschappen in China zeer hecht. Op het platteland bestonden dorpen vaak uit een handvol families en later in de steden lukte het mensen de hechte band in stand te houden, ook al bepaalde de regering waar mensen woonden en werkten. ‘De laatste twintig jaar is de manier waarop mensen bij elkaar wonen enorm veranderd’, zegt Zhu Anxin, hoogleraar sociale wetenschappen van de universiteit van Nanjing, in een interview via e-mail.

Door de overheid onderhouden woonkazernes werden verkocht aan de bewoners en die moesten gaan overleggen over reparaties. Dat leidde tot conflicten en minder harmonieuze buurten. Er is nog geen ‘acceptabel mechanisme’ gevonden voor deze nieuwe situatie, constateert Zhu. ‘Chinese empathie bestaat nog steeds, maar tijdens die intensieve sociale transformatie is de samenleving van bekenden veranderd in een samenleving van vreemden.’

De meeste buren praten nauwelijks nog met elkaar, blijkt uit onderzoek uit 2008. Vroeger kon je bij de buurvrouw wat zout of azijn lenen, als je zonder kwam te zitten. Nu haal je dat snel zelf. Andere redenen om bij elkaar langs te gaan, zijn er niet. Voor roddels heb de buurvrouw ook niet meer nodig: je kijkt gewoon even op je telefoon of naar de televisie. Als je tenminste tijd hebt voor zulke frivoliteiten, want in 2008 waren de onderzoekers er al achter dat studie en werk de grootste delen van de dag opslokten. Zhu: ‘De grote vraag is hoe het vertrouwen tussen mensen hersteld kan worden. Iedereen heeft het over deze kwestie, van de regering en academici tot gewone mensen.’

‘Vrijwilliger’ is een ruim begrip in het buurtcentrum. ‘Ik ben van de sportzaal. Dat zie je zeker wel’, grapt Huang Wu Qiang (65) terwijl hij zijn armen de lucht in werpt om zijn biceps

‘Als ik mensen zie die zware dingen moeten dragen, dan help ik ze. Dat zouden meer mensen moeten doen’

te laten bewonderen. Iedere ochtend stond hij hier op de loopband, nu instrueert hij anderen om de apparaten veilig te gebruiken. Hij werkte vroeger op kantoor, zijn vrouw in een fabriek. Hun dochter is net getrouwd. ‘Als er kleinkinderen komen, dan heb ik nog genoeg tijd over om hierheen te komen.’ Zijn vriend Chen Shou Geng (69) mengt zich in het gesprek: ‘Zijn dochter is pi fu hen bai, heel wit’, complimenteert hij Huang. Zelf werd Chen tijdens de culturele revolutie naar Xinjiang gestuurd om op een boerderij te werken. Huang moest naar het uiterste noordoosten van het land, naar de provincie Heilongjiang. ‘We hebben een gedeelde geschiedenis, dezelfde ervaringen. Daar praten we veel over.’

Ouderen gaan vaak al voor hun zestigste met pensioen. Ze zijn te kwiek om dagenlang televisie te kijken, menen ook Chen en Huang. In de vorige eeuw overwonnen ze kou, honger en gebrek aan privacy. Nu hoeven ze van hun kinderen gezelschap noch zorg te verwachten, dus zoeken ze elkaar op.

In de grootste zaal van het centrum zit een twintigtal ouderen klaar voor de film. Een man met een grijze, gebreide muts en een trainingsjasje vertelt over zijn dochter die in Canada woont. Hij ging haar opzoeken, en heeft er ook nog een tijdje gewoond, maar hij vond het maar niets. ‘Er was niemand om mee te praten, ik wilde terug!’

Ding Wang Cai (74) werkte vroeger als fabrieksarbeider. Terwijl de eerste beelden van de film over het witte scherm rollen, herhaalt de leidster luidkeels de vragen in zijn oor. Zijn zoon is niet getrouwd, en woont in bij hem en zijn vrouw. Overdag werkt hij, dus dan is er geen gezelschap. ‘Daarom kom ik hier, om wat bij te lezen of om een potje te schaken.’

Ach, vrijwilliger of hulpbehoevend, wat maakt het uit? Lou Hui Li (68), een vrouw die net als haar vriendin Cai Ke Li échte ouderen zoals Ding wat helpt, hoopt dat er nieuwe ‘jonge oude mensen’ zijn als zij hulpbehoevend is. ‘De overheid zou hier meer reclame voor moeten maken.’

Het gebrek aan medemenselijkheid is een probleem in de hele samenleving, vindt Lou. ‘Mensen zouden een wat vriendelijker hart moeten hebben. Als ik mensen zie die zware dingen moeten dragen, dan help ik ze. Dat zouden meer mensen moeten doen. Ik zou ook iemand helpen

als hij struikelt, maar wel samen met iemand anders. Gewoon uit veiligheid.’ Haar vriendin Cai knikt instemmend.

Wanneer iemand per ongeluk op je tenen gaat staan, kijkt hij vaak pontificaal de andere kant op

De dames weten dat het gevaar bestaat om aangeklaagd worden als je iemand helpt. De redder in nood moet dan voor de rechter verschijnen als veroorzaker van het ongeluk. Dit soort oplichterij komt bijna dagelijks voor en zo wordt het laatste beetje compassie de samenleving uit gejaagd.

Vier jaar geleden was China geschokt toen het tweejarige meisje Wang Yue tot twee keer toe werd overreden. Zeker tien mensen liepen langs, maar deden niets. Wang Yue stierf ter plekke. Het gebrek aan empathie van de Chinezen werd uitvoerig geanalyseerd, maar in 2015 is er weinig veranderd. Het moreel appèl heeft geleid tot speculatie over de noodzaak van wetten en verzekeringen om de medemens empathie op te leggen.

Moet er een wet komen die hulp in nood verplicht stelt? Schrijver Lijia Zhang in The Guardian: ‘Ik ben er helemaal voor, want het is waarschijnlijk de enige manier om mensen die geen morele verplichting zien om een ander te helpen in actie te krijgen.’

De wet op de bescherming van rechten en belangen van ouderen lijkt een eerste stap in die richting. Li Qiang van de Tsinghuauniversiteit maakt op de nieuwssite Jianxi een vergelijking met huisregels. Rechten en verantwoordelijkheden van huiseigenaren zijn immers ook expliciet vastgelegd. Zo zijn er regels tegen geluidsoverlast en regels voor het houden van huisdieren. ‘Het is zeker niet voldoende om alleen wetten te hebben. Maar we zouden dezelfde nadruk moeten leggen op morele regels. Om een goede sfeer te krijgen, heeft iedere gemeenschap een pionier nodig die voor het algemeen belang zorgt.’ Die pionier kan volgens Li best de regering zijn. ‘Overheidsorganisaties spelen een belangrijke rol in het behouden van een harmonieuze samenleving.’

Wang Ying, onderzoeker aan de Chinese academie van sociale wetenschappen, is het roerend met hem eens. ‘De overheid mag geen verstek laten gaan in de samenstelling van een gemeenschap, maar moet ook niet alle touwtjes in handen hebben.’ Het is dus een kwestie van de juiste balans vinden: de overheid moet faciliteren en leiden, vindt zowel Li als Wang.

Is het zo slecht gesteld met de Chinese samenleving dat men regels nodig heeft om empathie op te wekken? Hebben Chinezen zo’n groot gebrek aan inlevingsvermogen? In de grote steden lijkt het er soms wel op. Volgens sommigen komt het door het dat eist dat iedereen zijn plaats kent in de maatschappij. In het dagelijks leven zijn hiervan genoeg voorbeelden te vinden. Als ik bijvoorbeeld het schoolhoofd van de kleuterschool erop wijs dat mijn dochter het niet goed kan vinden met de juffrouw van haar klas haalt zij ijskoud aan dat de juffrouw een professional is: ze heeft de vereiste diploma’s om voor de klas te staan. Er is volgens haar dus niets aan de hand.

Chinezen willen ook – heel cliché – hun gezicht niet verliezen. Wanneer iemand per ongeluk op je tenen gaat staan, kijkt hij vaak pontificaal de andere kant op. Want excuses aanbieden staat gelijk aan schuld bekennen.

‘Vanuit cultureel perspectief zijn Chinezen van oudsher afstandelijk. Hoe minder gedoe, hoe beter

Verantwoordelijkheid nemen, vrijwillig zorgdragen voor een ander, dat hoefde in een communistisch land niet. In China is alle initiatief, en daarmee alle verantwoordelijkheid, decennia geleden uit handen gegeven aan de communistische regering. Niemand heeft daarom geleerd hoe dat moet, zélf iets regelen.

De middenklasse heeft ontdekt dat goede schoolprestaties de sleutel zijn tot een welvarend leven en door de prestatiedrang zijn moraal en ethiek uit het onderwijs verdwenen. Met alle gevolgen van dien. In maart 2013 schreef journalist Xiao Lixin in de China Daily over de zeventienjarige zoon van een beroemde zanger. Hij had zich schuldig gemaakt aan groepsverkrachting. De jongen was een uitmuntende leerling, kon geweldig goed zingen en kalligraferen, maar had een gebrek aan morele waarden. ‘De morele lessen die studenten van hun ouders, leraren en de samenleving krijgen, beperken zich voor een groot deel tot preken die geen impact hebben op hun karakters. (…) Het probleem is dat in verhouding tot intellectueel onderwijs morele lessen een nauwkeurige en tijdrovende aangelegenheid zijn, die veel ouders zonde van hun tijd vinden.’ Veel ambitieuze ouders vinden bovendien sociale of buitenschoolse activiteiten zonde van de tijd, terwijl die vaak bedoeld zijn om sociale en morele waarden te ontwikkelen.

De grootouders van deze jongvolwassenen hebben nog wel empathie, maar ze moeten wél de kans krijgen om die te gebruiken, zegt Zhu Anxin. ‘Als de overheid hen vrijer laat om hun eigen gemeenschap te organiseren, kan dat hun enthousiasme om voor elkaar te zorgen aanwakkeren, waardoor de communicatie in de buurt ook weer verbetert.’ Dat vergt wel een maatschappelijke omslag, vreest hij. ‘Vanuit cultureel perspectief zijn Chinezen van oudsher afstandelijk. Hoe minder gedoe, hoe beter. Daardoor missen mensen sociaal bewustzijn. Zelfs als de regering hen vrijer zal laten, is het een moeilijke transformatie.’

Wat te doen met bejaarden die zorg en gezelligheid nodig hebben? Het is in de grote Chinese steden inmiddels een prangende vraag. Alleen al in Shanghai is bijna een derde van de bevolking ouder dan zestig: 3,88 miljoen senioren. Van de hele Chinese bevolking is 15,5 procent ouder dan zestig. China zal in 2040 minstens vierhonderd miljoen ouderen tellen, twee keer zo veel als nu. Veel van die ouderen zijn eenzaam, schreef de China Daily twee maanden geleden. De laatste paar jaar zijn er maar liefst 12.000 literatuur- en kunstclubs voor ouderen en 9400 sportgroepen opgericht. ‘De explosie van goedkopere uitjes van de afgelopen jaren laat zien hoe graag ze hun leven willen verrijken en willen integreren met de samenleving’, zegt Zhang Haiyin, directeur van een psychologische kliniek, in de krant.

Het buurthuis in de wijk Yanji No. 4 is een voorbeeld van hoe die ouderenzorg eruit kan gaan zien. Het stadsbestuur heeft een fonds beschikbaar voor welzijnswerk, en beslist op basis van offertes welke organisatie een voorgesteld project mag uitvoeren. Sociaal werker en projectleider Chen Jia Yan inventariseert regelmatig waar behoefte aan is en hoe ze het project verder kan verbeteren. ‘Voor we dit centrum opzetten hebben we een groot onderzoek gedaan waaruit bleek dat er best wat vragen over gezondheid zijn. De ouderen leren nu wat ze het beste kunnen eten om hun bloeddruk niet te laten stijgen, en ze doen oefeningen.’ In een naastgelegen ruimte zingen enkele tientallen vrouwen mee met muziek uit een luidspreker. Op de maat van de hit Xiao Pingguo (Kleine Appel) tikken ze met iedere vinger hun duim aan. Chen: ‘Dat traint de hersenen.’

Het buurtcentrum biedt meer dan alleen gezelligheid. De zingende vrouwen gaan over op een andere melodie. Het is een bekend Chinees liedje, waarop ze de tekst zelf hebben aangepast zodat het past binnen het thema tolerantie. Al zingend dragen ze elkaar op voor elkaar te zorgen en niet te ruziën, want hoeveel problemen zijn er nu echt in de wereld? Regelmatig zijn er competities waarbij iedereen wordt uitgenodigd om de oorspronkelijke liedtekst zó te veranderen dat er een boodschap naar voren komt. De ene keer gaat het over gezond eten, de andere keer over vriendschap of gewetenskwesties.

Zo’n twintig mensen in grijze winterjassen komen het lokaal binnen en krijgen uitleg over het project. Het zijn ambtenaren van de verschillende politieke partijen die door de Communistische Partij worden gedoogd. Ze kennen het probleem van de vergrijzing, knikt een van hen desgevraagd. En ja, dit zou een oplossing kunnen zijn. Jongere ouderen die zorgen voor oudere ouderen terwijl hun kinderen en kleinkinderen aan het werk zijn. Het is te hopen dat de volgende generatie wanneer ze met pensioen gaat voldoende compassie weet op te brengen voor de oude ouderen. Misschien kunnen ze dat nu alvast leren van hun ouders.


Beeld: Ouderen in de gym en aan de mahjongtafel in een buurtcentrum in Tonxiang-stad, China, 2014. (Xu Yu / Corbis / HH)