Verplichte verhalen over indie

Sitor Situmorang, De oude tijger. Vertaling Kees Snoek, uitgeverij De Geus, 141 blz., f34,50.
‘De zaak wordt voor onze oogen vermoord en afgebrand en wij zitten te zitten.’ Deze woorden telegrafeerde generaal S. H. Spoor begin 1947 aan de chef van de Generale Staf in Den Haag. Een korte maar hevige militaire actie zou wel een einde aan de Republiek Indonesie maken en voldoende zijn om ‘de leidende Indonesiers van heden van hun opgeschroefden, onredelijke eigenwaan terug te brengen tot redelijke wezens.’ Inderdaad werden er kampongs platgebrand, gevangenen gemarteld en vermoord - door Nederlandse militairen.

Er werd gebruik gemaakt van zogenaamde contra-terreurmethoden, ook wel de methode-Westerling genoemd, die duizenden slachtoffers ten gevolge hadden. Volgens gouverneur-generaal Van Mook waren de methoden ‘ten nauwste verwant met de Duitsche en Japansche’.
De vergelijking is niet uit de lucht gegrepen en zal daarna nog vaak in allerlei varianten gemaakt worden.
Bovenstaande citaten van Spoor en Van Mook komen uit een voortreffelijk boek van H. W. van den Doel - een verplicht historisch overzichtswerk voor iedereen die nu nog een debat over Indie wil. Lees eerst Het rijk van Insulinde: Opkomst en ondergang van een Nederlandse kolonie. Van den Doel schreef een leesbaar, overzichtelijk, inzichtelijk en kritisch standaardwerk over Nederlands-Indie. Bovendien bedient hij zich van citaten uit het literaire werk van Multatuli, Couperus, Opheffer, Du Perron en vele anderen. Over het leven van een koelie op Sumatra’s oostkust citeert hij uit Koelie van M. H. Szekely-Lulofs, maar ook uit Van oerwoud tot plantage van haar echtgenoot, de planter Laszlo Szekely. De citaten over grenzeloze overlevingsdrang en wreedheid zijn nog altijd onthullend.
Die menselijke eigenschappen spelen een belangrijke rol in de sterk autobiografische verhalenbundel De oude tijger van Sitor Situmorang - in 1924 geboren op Noord- Sumatra, actief als journalist tijdens de Indonesische revolutie van 1945- 1950 en als Soekarno-aanhanger van 1967 tot 1975 gevangen gezet. Daarna woonde hij in Nederland en in Parijs. De Nederlandse koloniale aanwezigheid in Situmorangs verhalen is marginaal. Belangrijker is de ambivalente wereld die Situmorang weet te schetsen aan de hand van enkele prachtige vertellingen over zijn vader, die de leeftijd van 113 jaar wist te bereiken. Hij was een man van de adat en de voorouderverering en functioneerde als schaduwbestuurder naast het koloniaal gezag. In 'Kinderjaren’ schrijft Situmorang junior: 'Door zijn beheer, geent als het was op de traditionele wijsheid, werd vader met zijn geheugen het magazijn van onze beschaving. Vader fungeerde als een mobiele opperrechter die in desa na desa allerlei problemen oploste.’
Situmorangs verhalen, waarin de tijger tot een mythisch dier uitgroeit, maar ook tot een legeronderdeel en een stokoude vader, zijn die van een scherpe waarnemer. 'Het was mijn gewoonte om vooral naar de mensen te kijken.’ Die zin staat in het langste verhaal 'De strijd’, een vertelling die begint tijdens de eerste jaren van de revolutie - in Nederland nog steeds de tijd van de politionele acties genoemd. Uit dit verhaal blijkt dat de actievelingen in de guerrilla tegen Nederland - de zogenaamde vredestijd - wel van gedaante wisselden, maar in hun streken onveranderlijk waren. Een wisseling van de wacht betekent nog niet het paradijs op Java.
In 'De strijd’ handhaaft Situmorang een afstandelijke, bijna verwonderde blik. Hij weet de magie, de trage traditie, de ruwe realiteit en de snelle en harde moderne tijd naar vertellingen te transformeren die het recente gekrakeel in Nederland over 'Indie’ tot een ergerlijke vertoning maakt.