Bill Callahan

Verraderlijk nonchalant

‘It’s kind of rare to meet someone that doesn’t bug you’, zegt singer-songwriter Bill Callahan over zijn huidige vriendin Hanly Banks.

Medium muziek billcallahan

Zij maakte twee jaar geleden een documentaire over een tournee van hem en sindsdien is ze samen met de als nogal ontoegankelijk bekend staande artiest. In zijn vorige leven als Smog zong hij vooral over zoekende, ronddolende personages en hun duistere kanten. Vanaf 2007 werkt hij onder zijn eigen naam en sindsdien maken grimmig cynisme en misantropie steeds meer plaats voor berusting en ironie. Toch blijft de mens in zijn werelden vol ruige landschappen en wilde dieren meestal een vreemd en weinig bewonderenswaardig schepsel.

‘De laatste plaat die je ’s avonds luistert voordat je gaat slapen’, dat was Callahans idee voor Dream River. Niet dat de acht songs duffe slaapliedjes zijn geworden, daarvoor zijn de verhaalcontouren van deze beschouwende verteller opnieuw te fascinerend. Wel is zijn americana minder kaal en lijken de songs minder vanuit het hoofd te komen dan die van voorganger Apocalypse. Opvallend persoonlijk lijkt hij zelfs op de zoete ballad Small Plane, waarin een vliegenier zijn geluk gevonden heeft met een nieuwe copiloot. ‘I really am a happy man’, zegt de gebronsde bariton zonder zelfspot, alsof hij dat zelf als laatste had verwacht. Op de rest van de plaat laat Callahan veel fascinerende schaduwkanten zien, waarbij die rustige praatzang dan verraderlijk nonchalant is. Zo ontspannen als de muziek van Ride My Arrow golft, zo verontrustend is het thema: ‘The land I love is splitting in two again and again and again/ War muddies the river and getting out, we’re dirtier than getting in’. Op Javelin Unlanding klinkt het bijna opgetogen ‘Bam bam bam! The earth off its axis/ The first draft’s in ashes and smeared on our faces’, terwijl jazzy en latin-ritmes Callahan als een zomerbries begeleiden.

Hoe weinig hij nog steeds op lijkt te hebben met de menselijke soort komt goed naar voren op het indringende en (onder meer met panfluit!) subtiel opgebouwde Summer Painter. In een bijna W.F. Hermans-achtig verhaal schildert de ik-persoon namen op boten (‘Rich man’s folly and poor man’s dream’) en het geld dat hij daarmee verdient pot hij op voor mindere tijden. Voor wie hij precies werkt weet hij niet (‘the rich or the poor?’), maar die mensen geven hem wel de schuld van de orkaan die de baai later teistert: ‘Some found it suspicious that I’d just since left the frame.’ Met ‘I guess I got my rainy day’, concludeert hij dan onbestemd, voordat ook muzikaal de rust voorbij is en het noodlot zich voltrekt.

‘Is life a ride to ride? Or a story to shape and confide? Or chaos neatly denied?’ Callahan stelt liever vragen dan dat hij ze beantwoordt. Hij roept een paar prikkelende beelden op en laat de luisteraar het dan verder zelf uitzoeken. Misschien doet hij dat wel het mooist op de ingetogen afsluiter Winter Road, als hij letterlijk dingen weglaat: ‘Oh, when things are beautiful, just keep on…’

Bill Callahan, Dream River, label: Drag City/Munich. Bill Callahan speelt 10 februari 2014 in Paradiso

Beeld: Hanly Banks