vertalen

Verraders

Mag uit naam van de Betere Vertalerij alles? Ja. Als het resultaat maar zijn eigen logica heeft, als het maar iets goeds op zichzelf wordt, dan hebben wetten en geboden en ook zaken als de waarheid het nakijken. Wel hou je het origineel almaar in de gaten.
Ik zag aangekondigd dat Jan Kuijper binnenkort komt met vertalingen van Hadewijch, dertiende-eeuws en tijdloos mooi. In 1989 wijdde hij als dichter een Tombe aan haar en in 2007 legde hij in Revolver al eens een proeve af als haar vertaler. Hij moet vrij te werk gaan om haar recht te doen, meldt hij nu alvast. Zie je wel: een vertaler moet een beetje verraad plegen, anders heb je geen creatieve armslag.
Natuurlijk denk ik aan mezelf. Ik vertaal op het moment poëzie van Borges en de meeste gedichten rijmen als een tierelier. Dat honoreer je, anders speel je het spel niet goed, maar je ziet de spaanders vallen. Hoe vrij wil ik zijn?
Het wordt nog moeilijker doordat bepaalde kernwoorden almaar terugkomen en die wil ik behouden. Ze staan om ze extra effect te geven bij voorkeur als rijmwoord aan het eind van een regel. ‘Muerte’ (dood) rijmt dan op 'suerte’ (lot), 'espejo’ (spiegel) op 'reflejo’ (spiegeling), 'olvido’ (vergetelheid) op een ander woord op ’-ido’.
'Memoria’ (geheugen) is ook zo'n Borges-woord. Ons geheugen filtert, anders zouden we radeloos zijn, net als Funes de Allesonthouder in een bekend verhaal van Borges. Het geheugen kan zelfs de toekomst bevatten, zeker als je als God alwetend bent, en zo is het in het gedicht Everness.
De eerste strofe luidt: 'Sólo una cosa no hay. Es el olvido./ Dios, que salva el metal, salva la escoria/ y cifra en Su profética memoria/ las lunas que serán y las que han sido.’ Daar hebben we de vergetelheid en het geheugen, vlak bij elkaar. De andere rijmwoorden zullen zich ook in het Nederlands naar die twee moeten voegen. 'Escoria’ = metaalschuim, slakken; er staat dus letterlijk, 'God Die het metaal redt, redt ook de slakken’.
Vervelend, die slakken. Je denkt aan beestjes en ze rijmen van geen kant op 'geheugen’. En als ik 'metaal’ en 'slakken’ nu eens zinnebeeldig opvat en van metaal 'waarheid’ maak en van slakken 'leugen’? 'God Die de waarheid redt, redt ook de leugen.’ Klinkt goed! Twintig keer lees ik het over en iets in me weigert om het te veranderen. Het is dat 'leugen’ in het Spaans 'mentira’ is en dus niet op 'memoria’ rijmt, denk ik voortvarend; anders had hij het ook vast zo gezegd. Ik sta op het punt bedrog van jewelste te plegen en het voelt perfect.
Of moet ik toch dat hele stomme rijm aan m'n laars lappen? Voor je het in de gaten hebt, krijg je rijmelarij, vol stoplappen en gewrongen constructies, en rijmelen mag alleen Sinterklaas. Met echte poëzie zou ik diens prestaties niet willen vergelijken. Ik kan me voorstellen waarom moderne dichters het rijm in de ban hebben gedaan of er oneerbiedig mee zijn gaan spelen, met omarming van de wansmaak. Jan Kuijper is een van onze weinige wel rijmende dichters van nu.
Hij vertaalde ruim twee jaar geleden De jacht op de slaai van Lewis Carroll, nonsenspoëzie; iets moeilijkers is er niet. Het is bij mijn weten nergens besproken. De vrijheden die hij neemt zijn enorm. Een regel als 'He had different names for these’ wordt 'Had de keus tussen tof en mies’, wat twee regels verderop op 'Kaas-aan-een-spies’ rijmt. Toe maar! Zijn Jacht is één groot vertoon van vernuftige vertaalpret. En hij heeft gelijk: rijmende poëzie moet je koste wat het kost rijmend vertalen.
En nu dus Hadewijch. Ik vind het leuk als een schrijver of dichter zo concreet van zijn liefde voor een auteur getuigt, uit congenialiteit of bewondering of voor mijn part uit armoede. De prestatie hoeft niet per se beter te zijn dan bij iemand die niet zelf dicht of schrijft, maar het zit er wel in. Ik denk ook aan Nicolaas Matsiers fijne Carroll-vertalingen. Imme Dros, nog zo'n dubbeltalent, vertaalde in 1996 Hadewijchs Visioenen.
Wat gaat Kuijper met Hadewijch doen?
'Ay al es nu die winter cout/ cort die daghe/ ende die nachte langhe.’
Ja, ik weet ook wel wat daar staat, maar hoe breng je dat even charmant over met behoud van de ongekunsteldheid.
Hij heeft dus vrijheid genomen. Gelukkig. De beste vertalers zijn inlevende verraders die de oorspronkelijke auteur niet afdoen met bleke aftreksels, maar het blijft een beetje steggelen, blinken over de rug van een ander.
Wat redt Borges’ God nu, de slakken of de leugen? Ach, straks staat er heus wel wat en dat moet maar overtuigen.
Ik ga intussen voort. Ik houd 'leugen’ en 'geheugen’ gewoon aan totdat de eerste kritische lezer of redacteur me een draai om de oren geeft.