Verre boot

De ijle ruimte van de lucht op Strandgezicht van Weissenbruch welft zich over het vlakke strand en overspoelt mij, wandelaar, als een golf van zilt licht.

Het stil neerleggen van een vissersboot op de voorgrond van het schilderij, op het strand, is in het traditionele realisme een beproefde methode om weidse ruimte een maat te geven - in het vochtige Strandgezicht, bijvoorbeeld, van de Haagse meester J.H. Weissenbruch. Die platbodem, of bom, is het repoussoir. Hoe vervolgens die ruimte wordt gezien en ervaren, hangt af van de plaatsing van zo'n bepalend object in het beeld. Omdat Weissenbruch het ding naar rechts heeft geschoven, trekt onze blik eerst in die richting. Naar links dan, maar verder weg op ongeveer de horizon, ligt een tweede boot: nauwelijks meer dan een vlek maar voldoende aanwezig, merk ik, om mijn blik eerst daarlangs te laten gaan voordat die tot rust komt bij de bom rechts op de voorgrond. Al het andere wat we zien, is eigenlijk vrij onbestemd. We zien bij grijs, regenachtig weer ook een grijzig strand. Het is eb: dan liggen die boten in het zand op de vloed te wachten. Maar er is, toen het eb werd, in een lagere plek ook wat water achtergebleven. Daarin ligt de ene boot. Omdat het licht grijs en heiig is, is het zand van het strand overwegend grijs, maar met geel en oker erin gemengd. Tegen die doffe kleur van nat zand heeft het water een heldere zilvergrijze glans. Dat licht is, als een bijna witte streep, ook te zien aan de horizon: ons wordt vertoond hoe ver het licht de verte in reikt.
Als ik van de verre boot terugkijk naar de grote boot op de voorgrond (waar ik eerst naar keek), dan maakt mijn dwalende blik een soort wijde bocht over het strand. Laatst, op Texel, heb ik weer kunnen merken dat je zo ook echt naar het strand en vooral de zee kijkt. Er hing een dunne nevel, of het was die wazigheid die zich verspreidt als het zonlicht maar niet door de wolken kan breken. In de vage ruimte van de nevel zoek je toch de horizon. Dan gaat je blik naar boven waar er in de lucht, net als in het schilderij van Weissenbruch, toch meer licht is - in de dunne, vlokkige, grijze wolken die niet helemaal dicht zijn maar wel het strand grotendeels in een koude schaduw laten. Het effect is dat de ijle, hoge ruimte van de lucht zich over het vlakke strand van achteren naar boven en dan naar voren welft en mij, wandelaar en kijker, overspoelt als een golf van zilt licht.
De schilders van de Haagse School gingen vaak naar buiten en schilderden ook wel ter plekke.
Maar dit Strandgezicht heeft Weissenbruch, lijkt mij, in zijn atelier geschilderd. Hij was toen al ver in de zeventig. Aan hoe het schilderij is gecomponeerd, alles zorgvuldig uitgekiend, is te zien hoe handig de schilder was en hoe ervaren. Hij kon het Scheveningse strand dromen. Bij het maken van dit schilderij hoefde hij alleen te letten op hoe zich, met zijn penseel, kleur en licht bewogen en zich op het doek nestelden. Vanwege die voelbare aandachtigheid is dit beschouwelijke werk zo veel meer dan een impressie. Net zoals, denk ik, ook Günter Tuzina in zijn abstracte interieur (Ohne Titel) met die wankelende, zwarte rechthoek zoiets als het onpeilbare laat zien. Eerst is er een donkergeel mat raam. Dan een zwarte lijn van oliekrijt. In die opeenvolging van kleiner wordende kwadraten begint dan een verticale tweedeling van helder groen en helder geel. Daar overheen, echter, spreidt zich een zwarte rechthoek uit van korstige olieverf. Deze vreemde, scheve vorm verstoort de aanvankelijke helderheid - zoals een donkere schaduw het licht stoort, of een boze fee het sprookje. Maar in dat heldere, kwadratisch interieur staat het donkere zwart voor de verte: het onbestemde verlangen. Zo is Tuzina, anders dan Weissenbruch, toch een veel romantischer natuur.
Het zoeken naar wat in het donker zichtbaar wordt, verbindt zijn schilderij toch vooral met het beroemde meesterwerk van zijn landsman Caspar David Friedrich, de Mönch am Meer: een smalle gestalte van achteren gezien, volstrekt alleen op een bleek, maanverlicht strand als voorgrond van een breed zicht op de donkere zee, of lichte nevel die in de donkerte hangt en die niet lichter maakt. Bovenal koud en eenzaam, de Oostzee. Vanwege het groen en de twee tonen geel is het schilderij van Tuzina dan zo warmdonker als een zomernacht.


PS Werk van Tuzina bevindt zich onder andere in het Haags Gemeentemuseum, waar ook veel werk is van Weissenbruch. Voor Caspar David Friedrich moet u vooral in Hamburg (Kunsthalle) en Berlijn (Staatliche Museen) zijn