MUZIEKTHEATER

Verscheurde jood

La Juive

De jood Eleazar in de opera La Juive uit 1835 van Fromental Halévy (1799-1862) is een zeer gecompliceerd mens. Hij is een liefhebbende vader en een rijke gierigaard. Zijn tegenstander, kardinaal Brogni, heeft ooit zijn zoons ter dood gebracht, toch redde hij Brogni’s dochter en voedde haar joods op als zijn eigen kind. Hij wil zich via haar op Brogni wreken, toch houdt hij oprecht van haar. Maar hij vertelt haar niet wie haar echte vader is. Aan het slot van de opera biedt hij haar aan christen te worden en zo haar leven te redden, maar door die onbaatzuchtigheid bindt hij haar nog meer aan zich en kiest zij voor de dood op de brandstapel, samen met hem.
We weten niet of deze tegenspraken het gevolg zijn van het maakwerk van de librettist, de veelschrijver Eugène Scribe (1791-1861), die voor Eleazar karaktertrekken leende van zowel de wraakzuchtige Shylock uit De koopman van Venetië van Shakespeare, als van de vergevingsgezinde Nathan der Weise van Lessing. Het kan ook zijn dat componist Halévy met zijn gecompliceerde joodse achtergrond nuances aan de rol heeft toegevoegd. Ook de eerste vertolker van Eleazar, tenor Adolphe Nourrit, schijnt invloed op het script te hebben gehad.
Maar bij nader inzien zijn alle personages in deze opera gecompliceerd. Ze zijn geen van allen wat ze lijken te zijn. Soms kennen ze hun afkomst niet, zoals Eleazars dochter Rachel. Soms vermommen ze zich bewust, zoals haar minnaar prins Leopold, die zich voordoet als een arme joodse schilder. Soms besluiten ze bewust met de tegenspraken te leven, zoals prinses Eudoxie, die door wil leven met haar man, ook als zij weet dat die niet van haar houdt. Soms hebben ze een enorme breuk in hun leven meegemaakt, zoals Brogni, die als hij zijn vrouw en dochter verliest priester wordt en het tot kardinaal en voorzitter van het Concilie van Konstanz brengt.
Tegen de achtergrond van dat triomfantelijke concilie (1414-1418), waar de eenheid van de rooms-katholieke kerk na veel strijd werd hersteld, speelt deze opera. George Tsypin ontwierp machtige, tijdloze buizenconstructies die door een uitgekiende belichting (Jean Kalman) van een donker plein in een gouden kathedraal en van een bescheiden kelderwoning in een gevangenis en een brandstapel kunnen veranderen. In die constructie plaatst regisseur Pierre Audi het koor als een massief blok zwartgeklede, strenge religieuzen. Daartegenover is de joodse gemeenschap heel klein, een paranoïde geheim genootschap. Door ze kleding uit de jaren dertig te geven (kostuums: Dagmar Niefild) wordt hun angst begrijpelijk gemaakt.
De hoofdpersonages staan vaak voor op het toneel en zijn lichtelijk stereotiep gekleed. Maar wat Audi, zichzelf getrouw, vooral doet, is dat hij alle personages in hun verscheurdheid en daardoor in hun menselijkheid laat zien. De opera wordt er tegelijk helder en soms aangrijpend van. Eleazar (Dennis O’Neill) is gewoon een oudere man, een vader met een keppeltje op, die niet weet wat goed is voor zijn dochter. Rachel (Angeles Blancas Gulin) lijkt een wat ouder geworden, om haar lot vertwijfelde Anne Frank en ook kardinaal Brogni (Alastair Miles) wordt verscheurd door twijfel en wanhoop. Carlo Rizi leidt hen en het Nederlands Philharmonisch Orkest rustig en waardig door de muziek die in zijn tijd vernieuwend moet zijn geweest, maar ons erg bekend aandoet, misschien juist omdat hij van zoveel invloed is geweest op latere componisten. Indrukwekkend zijn in elk geval de vele duetten en ensembles waarin de zangers hetzelfde lijken te zingen, maar heel andere dingen bedoelen.

La Juive is bij De Nederlandse Opera te zien t/m 30 september, www.dno.nl