De Groene Live #25: Zijn corona-complotten waanzin? Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Verschijningen

J.C.J. van der Heyden zag schilderijen als optische verschijningen. Als ingenieur van de beeldproductie zocht hij naar een constructie die verwarring teweeg kon brengen.

Medium fuchs2

Zo gaat het vaak. Ik zat te kijken naar een klein schilderij van J.C.J. van der Heyden, een wat kabbelende compositie van scheve rechthoeken die zo te zien aan het zweven geraakt was. Als je dan probeert vast te stellen wat er in het eerst eenvoudig ogende ding aan de hand is, blijkt alles toch ingewikkelder te zijn. Ik zei al: zo gaat het vaak. Het woord compositie is bijvoorbeeld niet precies genoeg, te slordig. Want met componeren wordt toch een weloverwogen opbouw bedoeld, element na element naar een voltooiing toe. Maar in dit schilderij van jcj was eerder sprake van een strategie van eerst impulsieve verdelingen. Als je bijvoorbeeld eerst een wat scheve deling van boven naar beneden laat gaan (een dunne potloodlijn op het doek misschien) en daarna horizontaal iets dergelijks doet, dan trekt het hele patroon scheef. Zeker als jcj, wat ik me goed kan voorstellen, vooraf met zichzelf misschien had afgesproken dat al die scheve rechthoekjes toch allemaal even groot moesten lijken zodat er een schijnbare of fictieve regelmaat zou ontstaan.

Medium fuchs1

Eigenlijk is het al raar om ten aanzien van kunstwerken überhaupt iets vast te stellen. Voor jcj geldt dat zeker: ik herinner me dat hij thuis vier kleine tv-toestellen twee aan twee op elkaar had gezet. Dan zat hij naar vier programma’s tegelijk te kijken, dat wil zeggen vier verschillende beeldritmes. Toen, omtrent 1970, maakte hij tegelijkertijd die abstracte schilderijen met strakke, rechte kaders of poorten – zwart of blauw of geel in een hagelwit vlak, de klassieke jcj zo men wil. Naar die vier tv-beelden keek hij om te ontdekken of er in die combinatie wellicht iets verrassends te zien zou zijn.

JCJ zag schilderijen als optische verschijningen, vreemd en licht en eigenlijk transparant

Toen ik zo zat te kijken, en ook dat gaat gelukkig vaak zo, moest ik ineens denken aan een klein, glashelder flonkerend paneeltje van Piero della Francesca, De geseling van Christus (circa 1455). Mij viel op, duidelijker dan ooit tevoren, dat er niet een altijd logische of natuurlijke manier is om een beeld binnen de rand van een rechthoekig schilderij te lokaliseren. In de schilderkunst van de vroege Renaissance werd de beeldruimte bepaald door die grote uitvinding: het centrale perspectief. Die leidde tot een overzichtelijke helderheid en uiteraard een neiging tot symmetrie. Dat alles is in Piero’s schilderij aanwezig. Door zijn vindingrijke inval om drie personen zo prominent rechts vooraan neer te zetten deed hij het beeld ook optisch van karakter veranderen. Het herinnert ons eraan dat het beeldend zwaartepunt bij de meeste schilderijen zich altijd ergens omtrent het midden bevindt. Natuurlijk is Piero geheel en al een meester van de Renaissance – maar in zijn kleine paneeltje begon hem, stel ik me voor, iets te dagen wat hij misschien maar half begreep maar wel mooi vond. Die klassieke Renaissance-beeldvorm begon eigenlijk pas in de kunst van Mondriaan te vervagen. In zijn kunst is een nieuw soort beeld ontstaan dat open is en waarbinnen de onderdelen van een compositie verplaatsbaar zijn. Het valt niet zo op, maar in Mondriaans schilderijen, ook in de vierkante formaten, wordt het centrum gemeden. De composities hebben daarom een prachtig soort breekbaarheid – de verschillende rechthoeken, waar ze tegen elkaar komen, beroeren elkaar eerder dan dat ze stevig vast zitten.

Medium fuchs3

Ook het schilderij van jcj heeft geen vast middelpunt. Zelfs de rand van het beeld is fragiel. Het schilderij is een veld, toevallig in zijn omlijning, en het lijkt of dat veld dat labiele patroon van scheve rechthoeken heeft gevangen en toen voorbij gleed – zoals een formatie van wolken voorbij een dakvenster kwam, de omlijsting daarvan. jcj zag schilderijen als optische verschijningen, vreemd en licht en eigenlijk transparant. Bij zulke witte doeken met langs de rand een zwart kader zag hij de witte rechthoek daarbinnen als een scherm waar de beelden nog moesten verschijnen. Hijzelf, die zich liever visueel kunstenaar noemde dan schilder, was dan de ingenieur van de beeldproductie. Het verticale schilderij met de strakke deling tussen zwart en wit, van Michael Craig-Martin, is ook zo’n moderne constructie die optische verwarring teweegbrengt. Onze blik gaat omhoog aan het centrum voorbij en blijft rusten bij een plaatglazen console, als in de badkamer. In het midden staat daar, precies voor de rechte scheidslijn tussen wit en zwart, een glas met water. Daar ontstaat dan een plek waar je, zeker als je heen en weer beweegt, niet meer kunt vaststellen wat je ziet.


Beeld: (1) Michael Craig-Martin, Oak Tree Painting_, 1992 (Borzo Modern & Contemporary Art, Amsterdam). (2) J.C.J. van der Heyden,_ Checkerboard with Blue Field_, 2011 (Gemeentemuseum Den Haag). (3) Piero della Francesca,_ De geseling van Christus_, 1455-146 (Galleria Nazionale Delle Marche, Urbino)._