GroenLinks na de Statenverkiezingen

Verschil op links

Terwijl de SP blijft groeien, stagneert GroenLinks. De partij, die bijna twintig jaar geleden hét alternatief voor de PvdA wilde worden, komt niet van de grond. De wraak van links op progressief.

Ze worden nog altijd alle twee in het politieke spectrum links van de pvda geplaatst. Ze zagen alle twee hun ledental stijgen, terwijl de pvda dat juist zag dalen. Ze wilden alle twee vóór de verkiezingen met die pvda een lijstverbinding aangaan. Hun leiders dronken alle twee de maandag voor de landelijke verkiezingen een kopje koffie met de leider van de pvda. Ze zijn alle twee niet vertegenwoordigd in het in februari beëdigde nieuwe kabinet. Tot zo ver de overeenkomsten. Daarna houdt de vergelijking tussen GroenLinks en de sp eigenlijk wel op. De lijst met verschillen is langer, ook zonder dat de partijprogramma’s naast elkaar worden gelegd om ze op inhoud te vergelijken.

Eerst de verschillen in de categorie weetjes. Zowel GroenLinks als de sp zag haar ledenaantal weliswaar stijgen, maar de sp groeide harder. In 1994, toen de partij voor het eerst in de Tweede Kamer kwam, had de sp bijna zestienduizend leden. Inmiddels is dat aantal verdriedubbeld tot ruim vijftigduizend. In dezelfde periode verdubbelde GroenLinks het ledental tot een kleine 24.000.

Toen GroenLinks in 1989 voor de eerste keer meedeed aan de Tweede-Kamerverkiezingen won het zes zetels, drie meer dan de afzonderlijke partijen ppr, psp en cpn hadden. De sp moest het in 1994 met twee zetels doen. Maar waar GroenLinks na een groei naar elf zetels het inmiddels weer met zeven kamerleden moet doen, bleef de sp groeien. Eerst gestaag van vijf naar negen zetels, maar in november met een sprong naar 25. Door die enorme winst is de partij uitgegroeid tot de derde partij van Nederland, groter dan de vvd.

Ook in de Eerste Kamer zet de sp de opmars door. In 1995 kreeg de partij haar eerste senator, door de verkiezingsuitslag van vorige week worden dat er dit voorjaar twaalf. GroenLinks had in 1991 eerst vier senatoren, zag dat aantal in 1999 stijgen tot acht, maar zal vanaf dit voorjaar weer vier zetels bezetten in de Eerste Kamer.

Nog een concreet verschil. GroenLinks heeft in haar achttienjarige bestaan inmiddels vijf politiek leiders gehad, of eigenlijk zes. Ria Beckers was de eerste, na haar kwam Peter Lankhorst, kort daarna opgevolgd door Ina Brouwer in een duobaan met Mohamed Rabbae, die weer kort daarna werden afgelost door Paul Rosenmöller, die het stokje in november 2002 overdroeg aan de huidige partijleider Femke Halsema.

De sp daarentegen heeft het al haar dertien parlementaire jaren met één leider gedaan: Jan Marijnissen.

Met Marijnissen eindigen de concrete verschillen en begint het zoeken naar een verklaring voor het verschil in succes tussen de twee partijen. Niet om daarmee te zeggen dat het succes van de sp alleen is toe te schrijven aan de partijleider en omgekeerd het verlies van GroenLinks aan Femke Halsema. Maar Marijnissen is wel een belangrijke factor in zijn partij.

Hij is de onbetwiste leider en een goed debater, die de kiezer in gewone bewoordingen weet uit te leggen wat er speelt en dat nog met een prettig gevoel voor humor doet ook. Hij wordt regelmatig als autoritair en te overheersend afgeschilderd, maar dat is een opmerkelijk verwijt in een tijd dat veelvuldig wordt geroepen dat de politiek behoefte heeft aan échte leiders.

Toen Marijnissen in december concludeerde dat meedoen aan coalitiebesprekingen tot niets zou leiden omdat het cda de sp er niet bij wilde hebben, kwam er uit zijn achterban geen gemor. Halsema kreeg echter wél gedoe in de partij toen ze al vooraf meedeelde niet mee te zullen doen aan coalitiegesprekken met cda en pvda. Het argument dat het geen goed idee is als drie verliezende partijen een kabinet vormen, werd niet door de hele achterban gedeeld.

Deze verschillende reacties hebben een paar oorzaken. De sp had voor haar achterban een aannemelijk verhaal om niet verder te praten met het cda en Marijnissen liet niet na dat keer op keer te vertellen. Halsema was het gesprek met de andere twee partijen niet eens aangegaan en haar uitleg kwam als het ware en passant voorbij. Juist dat wreekt zich in een partij waarvan de leden zich veel minder volgzaam opstellen dan die van de sp.

Dat is een ander belangrijk verschil. De sp heeft een andere achterban dan GroenLinks. De leden van GroenLinks zijn gemiddeld genomen hoger opgeleid, hebben een hoger inkomen en zijn zelfredzamer. Harmen Binnema, de lijsttrekker van GroenLinks in Noord-Holland, de provincie waar de partij na de verkiezingen van vorige week de grootste statenfractie heeft, verwoordt dat verschil zo: ‘Als wij een keer actie zouden willen voeren, krijgen wij onze leden niet makkelijk op de been. Wij zijn allemaal eigenwijs en gaan eerst zitten discussiëren. Het moment van actie is dan al voorbij voordat we eruit zijn. Bij de sp gaan ze het gewoon doen.’

De actiebereidheid van de sp-achterban komt voort uit een jarenlang investeren in de leden en het daadwerkelijk oog hebben voor hun praktische zorgen. Ook nu de werptomaat inmiddels is verwerkt in een tomatensoep is met een simpele blik op de website van de sp te zien dat de partij daar nog steeds voor staat. Zo is er volgende week in Den Haag een actiedag tegen de herkeuringen in de wao waarvoor via de site reisafspraken kunnen worden gemaakt. Mensen die vervelende ervaringen hebben met de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning kunnen die via de website melden.

Net als in een goed muziekstuk vallen bij de sp op dit moment vorm, inhoud en toon harmonieus samen. Met als extraatje de tijdgeest. Die is naar de sp toegegroeid. Waar in het regeerakkoord ettelijke keren het woord ‘samen’ staat, om toch vooral aan te geven dat het nieuwe kabinet oor heeft voor de roep om minder onzekerheid en meer geborgenheid, is de sp altijd al van dit samen geweest. Het is daardoor een partij met een echte clubgeest, waar mensen bij willen horen.

GroenLinks daarentegen richt zich op kiezers die zich minder aangetrokken voelen tot clubgevoelens en zich veel individualistischer opstellen, veelal mensen die zich dat door hun opleiding, baan en inkomen ook kunnen veroorloven. Volgens Binnema is zijn partij daarmee, samen met d66, nog de enige echte progressieve partij met veel radicalere ideeën over de multiculturele samenleving en het milieu.

In een moeite door schaart hij de sp daarmee in de conservatieve hoek. Waarbij dus uiteindelijk ook de eerste overeenkomst tussen de twee partijen komt te vervallen. Staan GroenLinks en de sp wel alle twee links van de pvda?

Misschien zit daar wel een volgende verklaring voor het succes van de sp: dat ze zich onttrekt aan de klassieke indeling en zich een eigenheid heeft weten te creëren die aantrekkelijk is voor kiezers uit alle windrichtingen, ook voor voormalige vvd-stemmers of cda’ers en niet alleen voor degenen die toch altijd al ‘links’ stemden.