Verschillend

Het schilderij van Alan Charlton is net zo monochroom als dat van Robert Mangold, maar het is een heel andere constructie. Het heeft een architectonische statigheid en een theatrale werking.

Medium fuchs1

We hadden het over kunstwerken die je tegenkomt – en die in formulering en ambitie zodanig nieuw of anders zijn dat bestaande standpunten moeten worden herzien. Het zandgeelgrijze paneel bijvoorbeeld van Robert Mangold, Manila Area, met een strakke potloodlijn verticaal door het midden gold, toen het 1976 in Eindhoven werd aangekocht, als voorbeeld van hoe een relevant schilderij eruit moest zien. Het was zorgvuldig en behoedzaam. In het oppervlak van matte kleur was geen spoor van door de hand gestuurde penseelbeweging te zien. Daarom, vanwege die zwijgzame terughoudendheid, was het een bijzonder schilderij. Wel kwam dat soort van vreemd roerloze monochromie ook elders voor. Je had bijvoorbeeld de befaamde blauwe monochromen van Yves Klein – maar daarvan was het oppervlak zacht als poeder. De kleur van de Mangold was schraal.

Medium fuchs2
Hoe verschillend kunnen dingen zijn die in dezelfde tijd gemaakt zijn?

Zulke fysieke hoedanigheden zijn essentieel voor hoe zo’n verder abstract schilderij eruitziet. De uitdruk van de kleur is bepalend voor de eerste blik. Ongeveer tegelijk met de Mangold kwam een groot en monochroom grijs schilderij van Alan Charlton het museum binnen: Untitled (painting with a central vertical division nr 6). Het zijn twee vierkante doeken, 223 x 223 elk, op een spieraam van 4,5 centimeter dik, wat ook de tussenmaat is die beide delen uit elkaar houdt. Ik realiseer me nu dat de Mangold een historische aankoop was: het werk was in 1976 al tien jaar oud. Toen het werd verworven was het een terugblik op een ontwikkeling in het abstracte kunstmaken in Amerika, waar toen dingen gebeurden die van doorslaggevende betekenis waren. Het schilderij van Charlton was van 1975. Een jaar later werd het aangekocht – uit een tentoonstelling van zijn nieuwe werk in het Van Abbemuseum. In zekere zin ontstond dat schilderij in de conceptuele ruimte die door kunst als die van Mangold was gemaakt. Maar het vond een heel eigen vorm. Het gele vlak bij Mangold is door die dunne potloodlijn verticaal gemarkeerd maar niet echt gedeeld. Charltons schilderij bestaat uit twee grote vierkante doeken, allebei met dunne acrylverf zodanig grijs geschilderd dat de kleur in het linnen geabsorbeerd werd. Wat in de titel van het werk een deling heet is echter een ruimte tussen de twee vierkanten die elkaar bijna raken. Als schilderij is het een heel andere constructie dan de veel kleinere Mangold. Het is bijvoorbeeld twee keer zo breed als hoog. Het heeft een architectonische statigheid. Je leest het ook in de breedte waardoor het een theatrale of zelfs symfonische werking heeft. Het dunne, frêle grijs werkt atmosferisch. Zo, merk ik, ben ik op zoek naar woorden die de onnavolgbare werking kunnen aanduiden van dit brede lichte grijs in deze tegelijkertijd stevige vormgeving. Het is een schitterend werk: in alle opzichten ook schilderachtig en wonderlijk kleurrijk.

Dat viel erg op toen het eens dicht in de buurt kwam te hangen van een heel ander en pas verworven schilderij uit 1977: Elke van Georg Baselitz. Gewoonlijk werd zo’n robuust figuratief schilderij toen als onverzoenlijk tegengesteld beschouwd aan een monochrome Charlton. Maar indertijd was ik juist in die Baselitz geïnteresseerd, in Elke, omdat er in de opbouw van de figuur (het hoekige patroon ervan) ook een zeker bewustzijn van abstracte vormgeving een rol speelde – al was het maar in de onderdrukking ervan. In Eindhoven ben ik toen begonnen zulke heel verschillende dingen bij elkaar te hangen om te zien hoe dat eruit zou zien. Hoe verschillend kunnen dingen zijn die in dezelfde tijd gemaakt zijn? En ook: de uitvinding van de abstractie rond 1915 was zo onweerstaanbaar als, begin vijftiende eeuw, die van het perspectief. Aan de gevolgen daarvan kan geen enkele kunstenaar zich helemaal onttrekken. Dat zag ik in Elke. Ik zag bijvoorbeeld hoe de houding van de figuur met een zachte symmetrie voorzichtig in de proporties van het doek paste. Tegelijkertijd is het schilderij ook een beheerst ensemble van donkergrijs en zilvergrijs – vastgehouden door stevige passages helder blauw en stralend geel. De zorgvuldigheid van die kleuren (die dus niet naturalistisch zijn) zag je nog beter toen het doek naast het schilderij van Charlton hing – en ook zag je toen hoe kleurig daarin het grijs is. Alle grijzen bij Charlton zijn door bijmenging van een andere kleur steeds anders van toon. Hier heeft het een zweem van oker, lijkt me.


Beeld: (1) Alan Charlton, Untitled (painting with a central vertical division nr 6), 1974-1975. 223 x 223 cm (Collectie Van Abbemuseum) ;(2) Georg Baselitz, Akt Elke, 1977. Olieverf op doek, 252,5 x 202,2 cm (Peter Cox / Collectie Van Abbemuseum)