Film

Verschuivende grenzen

Film: Transamerica

De titel dekt de lading volmaakt: Transamerica, zowel een roadmovie waarin een transseksueel en haar zoon een reis maken door Amerika, als een morality play, een reflectie op normen en waarden in een tijd van almaar verschuivende grenzen van seksuele identiteiten. De regisseur is de onbekende Duncan Tucker, de hoofdrolspeler is de bekende Felicity Huffman. Huffman is beroemd door haar rol in de dramaserie Desperate Housewives. Daarin speelt zij een moeder en carrièrevrouw die bang is dat zij haar kinderen verwaarloost en die derhalve het leven met een mix van cynisme en optimisme tegemoet treedt. Boeiend is dat zij in Transamerica min of meer dezelfde rol speelt: zij is Bree, een man die een vrouw is, althans, een «vrouw» die op het punt staat de «finale» operatie te ondergaan als zij bericht krijgt dat zij een tienerzoon heeft, Toby (Kevin Zeegers), die in New York in de gevangenis zit. Op aanraden van haar psychiater zoekt zij de jongen op, en zonder te vertellen dat zij zijn «vader» is, onderneemt zij samen met hem een reis van New York naar Los Angeles.

De reis neemt moeder/vader en zoon naar het conservatieve Texas, waar Bree opgroeide. Daar ontmoet Toby zijn grootouders. Opeens is Bree een toonbeeld van normaliteit. Want Oma en Opa blijken groteske mensen, white trash die wonen in een duur huis met marmeren vloeren, afschuwelijke beeldjes van gips, dikke tapijten en roze bankstellen. Met een poedel in haar armen en Jezus op haar lippen pleit Bree’s geblondeerde moeder ervoor dat haar «zoon» terugkeert. Het is duidelijk waarom Bree was gevlucht uit deze nachtmerrie-omgeving. Effectief is de wijze waarop de regisseur de schijnheiligheid van christelijke normen en waarden ondermijnt; doorgaans is country & western-muziek met gospelteksten op de geluidsband hoorbaar. Dit is het land van God, suggereert Transamerica, maar van verlossing en vergeving is geen sprake. Haat, onverschilligheid en onverdraagzaamheid vieren hoogtij.

Na de romantische western Brokeback Mountain en nu met Transamerica lijkt de tijd definitief voorbij dat traditionele mannelijke en vrouwelijke iconen de ultieme voorbeelden van seksuele identiteit in Hollywood zijn. James Dean was een toonbeeld van mannelijke seksuele cool, maar zoals Germaine Greer recent schrijft: het is nu duidelijk dat die jongen «queer as a coot» was. En Sharon Stone heeft in Basic Instinct van Paul Verhoeven aangetoond dat de dreiging van de moderne femme fatale juist in haar dubbelzinnige seksualiteit zit, in de soepele wijze waarop haar personage Catherine Trammell de geslachtsgrenzen oversteekt, van lesbisch tot biseksueel tot heteroseksueel. Zij is een vrouw, maar zij gedraagt zich als een man.

En nu Bree: haar grootste vernedering komt als een peuter in een restaurant aan haar vraagt: ben je nu een jongen of een meisje? En haar grootste overwinning komt wanneer een stoere kerel, een Amerikaanse indiaan, op haar verliefd wordt. Zelf zegt zij met veel trots: ik ben een transseksuele vrouw. Maar de film slaagt het best wanneer deze verschuivende grenzen iets vanzelfsprekends zijn. Niet de transseksualiteit van Bree, maar haar menselijkheid komt op de voorgrond. Zij liegt, net als iedereen, zelfs tegen haar eigen zoon.

Zo zit Transamerica vol boeiende, vaak verontrustende scènes. Vlak voordat Bree eindelijk besluit de waarheid aan Toby te vertellen, probeert de mooie jongen, die homoseksueel is, haar ook nog te verleiden. Deze donkere kant van de film is belangrijk, maar niet overheersend. Regisseur Tucker slaagt er telkens in mooie stukjes humor in de vertelling te verwerken. Wanneer Bree op een avond met «haar» indiaan op de veranda zit, stopt hij haar een fles mescaline in de hand. Drink, zegt hij, «it’ll put hair on your chest».

Te zien vanaf 20 april