Roby Lakatos

Versierder met puntsnor

De Hongaarse zigeunerviolist Roby Lakatos speelt in wezen maar één lied, en dat is altijd prachtig.

Over Roby Lakatos, de Hongaarse zigeunerviolist, had ik vooroordelen. Een: dat zigeunermuziek voor de gemene deler is wat Dixieland is voor de vvd, Avro-vermaak voor lui die verder nergens in geloven. Twee: dat die eeuwig glimlachende Lakatos, met dat gelikte puntsnorretje en die corrupte Stehgeigermaniertjes, een pleaser was. Iets voor bedrijfsfeesten van Harry Mens, net als het Rosenberg Trio.

Tot ik hem live hoorde tijdens de Night of the Proms in Rotterdam Ahoy, zo’n oorverdovend massafeest waar pop en populair-klassiek met een versterkt orkest en een P.A. van het kaliber Rolling Stones aan elkaar worden gekit onder het rancuneuze motto dat ze lekker meer gemeen hebben dan wij eenkennige elites altijd dachten. Lakatos stond er, theoretisch hoogst ontluisterend, als een verdwaalde retroschakel in de met lichtshow en projectieschermen opgetuigde Alle Dertien Goed-machine tussen Kid Creole en Donna Summer. En werd de openbaring van de avond.

Ondanks Karajans miljoenenoplagen, de nieuwjaarsconcerten met Kleiber en Bernsteins West Side Story beklijft het idee dat grote volkskunst een illusie is, maar de grote violist Lakatos benadert het ideaal van een concessieloze muziek voor miljoenen, die buigt zonder te barsten. Een ongelooflijke virtuositeit, een onverbeterlijk legatospel en een ritmische behendigheid die weinig politiek correcte vakbroeders hem nadoen schragen een onbeschaamd sentimentele maar nooit ordinaire jank- en jubelmonoloog die alles geeft wat de viool zo’n wonderbaarlijk instrument maakt. Daar stond hij dan – de buik vooruit, in leren broek en een soort maffiose kamerjas – zonder een spoor van inspanning als een verliefde teddybeer te ijsberen over de bühne, alsof het hem niet uitmaakt waar hij staat. En misschien was het vooral aan de surrealistische entourage van Ahoy te danken dat zijn even virtuoze als intieme boodschap zo hard aankwam. Ik voelde in die zaal een atmosfeer van verbroedering die even vluchtig als intens was. Wat door die duizenden gehoord werd trof mij ook: een spoor van liefde in een liefdeloze wereld. Bedrieglijk wellicht, maar die paar minuten van autosuggestie zijn goud waard. Daar is muziek voor.

Zo kwam het, dat ik zondag in de Groningse Oosterpoort getuige was van het fusion-concert dat Nieuw Sinfonietta en het Roby Lakatos Ensemble deze week in vijf Nederlandse steden spelen onder de Plasterkvriendelijke titel Breder dan klassiek, die in een volgend kunstenplan vast goed is voor een extra grijpstuiver subsidie. Je moest er wat voor over hebben. Een halfvolle Oosterpoort is op een winterse zondagavond het bourgeois equivalent van de Proms, een uithoek waar alleen de sterksten overleven. Anders dan in de Boedapester schnitzelrestaurants waar Lakatos en band het drankvuur horen op te poken is de sfeer morsdood; geen dansvloer en geen goulash, niks te zuipen. Je loopt er gillend weg voor er een noot gespeeld is.

Het programma laat me koud. Of de traditionals nu Deux Gitares, of Otsji Tsjornye heten, Lakatos en zijn jongens zingen in wezen maar één lied en dat is altijd prachtig. Hortend en stotend, zacht lyrisch met een ingebouwde snik, dan wel prestissimo volgas. Als het maar doorjankt tot de tranen komen.

Ze komen niet, en dat is niet de schuld van de gepeperde zigeunerfractie, al lijkt de kleine toon van Lakatos me niet direct berekend op de binnenmaten van dit huis. De allesoverheersende indruk is, ondanks het meer dan knappe samenspel, dat Sinfonietta en het Lakatos Ensemble twee werelden zijn die elkaar niet kunnen vinden: het schaamteloze botst met de onvrijheid van de goede wil. Maar de band speelt ook alleen, en dan gebeurt het, ook dankzij het onvervaarde jongvolk dat de leider aan zijn puntsnor heeft gespiest.

Tijdens de pauze schoot me de herinnering te binnen aan een restaurant in Boekarest, waar tijdens het hoofdgerecht een magere zigeunertroep het podium betrad. Drie mannen: keyboard, cimbalom, viool. Ze beginnen te spelen. Ik hoor die violist en denk na drie seconden: meester! Ik schuif mijn stoel zijn kant op en leg mijn opgedroogde hart aan zijn muziekinfuus. Hij ziet dat ik het zie, loopt spelend naar mijn tafel, maakt zijn nummer af en grijnst: you know I’m good, huh?

Die vent vergeet ik nooit. Hij heeft me doen begrijpen dat we zijn muzikantentype nodig hebben. Het zijn versierders. Dat willen we hier niet meer zijn omdat we op de bühne alles netjes willen doen, in de geest van een tijd, een stijl of een oeuvre. Wat zich niet aan die mores conformeert, dat noemen we effectbejag. Maar muziek ís effectbejag. We moeten weer zigeuners worden. Dat is de les die Roby Lakatos ons leert.

Roby Lakatos – Breder dan klassiek. Amsterdam Sinfonietta met Candida Thompson, Roby Lakatos (viool) en Rick Stotijn (contrabas). Concertzaal Tilburg (10/1) en Concertgebouw Amsterdam (13/1). www.sinfonietta.nl