Versjiekte middenstand

Bijna 25 jaar wonen we in dit huis dat bijna honderd is en waar Mata Hari ooit logeerde bij haar getrouwde zus. Op stand, al voel ik me nooit van stand. De regeImaat waarmee ik me erger aan gedrag van buurtgenoten jegens bedienend personeel wortelt in eenvoudige afkomst en opvoeding voI elementair fatsoen. Waar, toegegeven, menig proIetariër zich niet en menig middenklasser zich wel aan houdt. Maar van de sjieken is onbeschoftheid erger. Overigens lijk ik er heel wat gevoeliger voor dan de middenstanders hier, want hofhouding lijkt het kussen van adellijke schoenen verrukkelijk te vinden. Meer dan te verklaren valt uit economisch belang.

Die middenstand hebben we in een kwart eeuw ingrijpend zien veranderen. Koud waren we hier, toen op de sigarenwinkel ,wegens sterfgevalgesloten’ stond. De weduwe en haar zoon tobden nog een jaar, maar toen werd de zaak omgetoverd in een aIs theehuis vermomd project voor ex-verslaafden. Het is dat onze buurt in sjiek isolement als los zand aan elkaar hangt, anders had een groep verontrusten er zeker een stokje voor gestoken. Nooit last van de bonte clientèle minst charismatische en gatalenteerde welzijnswerkers.
Drie huizen verderop gaf een bIoemenwinkel de geest bij gebrek aan begrip voor de tijdgeest: volhardend in bossen anjers, chrysanten en rozen, terwijl een straat verderop de prachtboeketten als broodjes de deur uit vlogen. Er kwam een winkeI voor modieuze kinderkleding. De klassieke melkboer daarnaast stopte en werd opgevolgd door iemand die de maïzena er uit gooide voor kazen aller landen - toen nog betrekkelijk ongebruikelijk. We zijn nu tien pachters en eigenaren verder want zegen lijkt er op de plek niet te rusten. De fotowinkel aan de overkant ging failliet en maakte plaats voor een fysiotherapeutencollectief. De gasfitter maakte plaats voor een zaak in ‘exclusieve’ lampen. De handel in elektrische apparaten maakte pIaats voor een in-Hollandse traiteur van ltaliaans voedsel - goudmijn zo te zien. Het vertrek van de andere melkboer (schatten van mensen die met hun jongste dochter waarschijnlijk drie maal een zestigurige werkweek maakten voor een modaal inkomen) leidde tot vestiging van een ItaIiaans restaurant dat ook alweer loopt als een trein. De drogist, Jiskefet-gejaste droogstoppel, wiens pijpela zo weinig bergruimte bevatte dat hij voor de meeste bestellingen een verre magazijntocht moest ondernemen, tijdens welke kwaadwillenden de halve voorraad en de hele kas hadden kunnen wegslepen, ging van Drees trekken om opgevolgd te worden door een architect. Wij bezaten een prachtig boek met naïeve schilderingen van winkelstraten in een Londense wijk, jaren vijftig. De titel luidde iets als Look Before It’s All Gone. Boek zoek. Net als onze ouderwetse winkels die verweIzijnswerkt maar vooral veryupt zijn. Geen foto heb ik van ze. Het wat louche café om de hoek werd recent verbouwd en trekt nu ge(mantel)pakte carrièrelui, de jongere Geschwister van wat op zomeravonden voor Hoppe staat. Ik loop er met een grote boog omheen.