Boeken: Electroboy en Het elektrisch lichaam

Verslaafd aan elektroshocks

Er zijn mensen die zonder reden om vier uur ’s nachts tien flessen Heinz-ketchup kopen. Anderen vliegen binnen drie dagen van Zürich naar de Bahama’s alleen maar om het warme en koude weer in evenwicht te brengen. Of lopen rond met twintigduizend dollar in biljetten van honderd in hun schoenen en willen seks met de persoon die zes krukken verderop aan de bar zit, alleen omdat hij of zij daar toevallig zit. Bizar? Dat zeker. Een aparte levensstijl? Dat ook. Maar hebben we hier te maken met figuren die geestelijk ziek zijn? Dat het onderscheid soms moeilijk valt te maken, blijkt uit het relaas van Andy Behrman, schrijver van Electroboy: A Memoir of Mania. Heel lang wist deze voormalige kunsthandelaar niet dat er misschien wel een psychiatrische reden bestond waarom hij dagelijks gedreven werd groots en meeslepend te leven. Pas na zeven psychotherapeuten en psychiaters kwam hij erachter dat hij leed aan manisch-depressiviteit.

De ene na de andere arts stelde een foute diagnose en schreef hem verkeerde medicijnen voor. Vele slapeloze dagen en nachten brengt Behrman snuivend, drinkend en pillenslikkend door als winkeldief, stripper en go-go boy. Uiteindelijk wordt hij voor kunstfraude opgepakt. Pas in de gevangenis diagnosticeert een arts hem als manisch-depressief. Omdat allerlei pillencombinaties hem vervolgens geen steek verder helpen, grijpt hij naar de laatste strohalm: elektroshocktherapie. Negentien keer wordt er tweehonderd volt door zijn lichaam gejaagd. De behandeling bevalt hem zo goed dat Behrman verslaafd raakt aan de stroomstoten, waardoor hij opnieuw met moeite een gewoon leven kan opbouwen.

Electroboy is zo lollig en luchtig opgeschreven dat je vergeet dat het gaat over een serieuze, geestelijke aandoening waar, zoals Behrman in de inleiding schrijft, ‘meer dan twee miljoen Amerikanen aan lijden’. Het boek is niet meer dan een vlotte opsomming van zijn waanzinnige uitstapjes, totdat hij aan het einde een kort verslag geeft van zijn elektroshockbehandelingen. Een nogal verwarrend beeld ontstaat. Is Behrman manisch-depressief en leeft hij er daarom op los? Of is hij een drank- en drugsverslaafde die hierdoor van de ene manische periode in de andere belandt? Wat veroorzaakt wat?

Electroboy past goed in de traditie van zelfbeklaglectuur die de laatste jaren door jonge Amerikaanse schrijvers op de markt is gebracht. Een aantal jaren geleden brak de schrijfster Elizabeth Wurtzel door met Prozac Nation. Het vorig jaar verschenen The Noonday Demon: An Anatomy of Depression van Andrew Solomon behandelt eveneens het thema depressie. Maar, in tegenstelling tot Wurtzel, gaat Solomon in dit lijvige werk uitvoerig in op de geschiedenis, oorzaken en mogelijke behandelingen van deze psychische ziekte.

Bij Electroboy zou je willen dat de auteur iets meer afstand van zichzelf had genomen en bijvoorbeeld de controversiële kanten van de elektroshocktherapie onder de loep had genomen. Want tussen neus en lippen door vermeldt Behrman dat de behandelingen kunnen leiden tot langdurig geheugenverlies en hersenbeschadiging. Met zijn psychisch herstel neemt zijn heimwee naar de gekte van zijn manische periodes toe. ‘Ik vind het maar niks’, schrijft hij aan het eind van zijn boek. ‘Ik mis de vliegtuigen, de trips, het geld, de diners, de alcohol, de drugs en de seks.’

Manisch-depressiviteit is voor Behrman de meest volmaakte bril om door de wereld te kijken: ‘Alles is scherp. De kleuren zijn primair (…) Geluiden zijn kristalhelder en het leven speelt zich af op een reusachtig projectiescherm.’ Maar zonder die bril is zijn leven saai en grauw en kan hij het bestaan nog slechts kleur geven door over zichzelf te schrijven.

Andy Behrman, Het elektrisch lichaam

Uitg. Anthos. 269 blz., € 27,90

Electroboy: A Memoir of Mania

Uitg. Penguin/Viking, 280 blz., € 22,20