Tommy Soeharto eindelijk gearresteerd

Verslaafd aan Tommy

In Indonesië heersen sinds afgelopen week euforie en verwarring. Tommy Soeharto, de roemruchte lievelingszoon van de voormalige president, is eindelijk gearresteerd. Is er dan toch gerechtigheid?

Vorige week woensdag rond vier uur ’s middags werd Hutomo Mandala Putra, beter bekend als Tommy Soeharto (39), in Jakarta van zijn bed gelicht. Hij wordt verdacht van de moord op een rechter en een serie bomaanslagen in Jakarta. Een arrestatieteam had de voortvluchtige zoon van de voormalige dictator opgespoord en twee dagen geschaduwd. Na een waarzegger te hebben geconsulteerd om Tommy’s ongeluksdag vast te leggen, sloeg de politie toe. Al ruim een jaar was hij hun te slim afgeweest.

Indonesië is verslaafd aan Tommy. Zijn verwikkelingen bieden het getergde Indonesische volk een dagelijks shot leedvermaak. Het volk houdt van Tommy, omdat het hem zo intens kan haten. Kort voor de val van zijn vader in 1998, terwijl Indonesië crepeerde, arriveerde de jongste zoon van de president in een blauwe Rolls Royce bij een persconferentie om te vertellen hoe goed zijn vader voor het land was geweest.

Tommy staat symbool voor de ongebreidelde corruptie onder het dertigjarige presidentschap van Soeharto. Onderzoek door Time Magazine heeft uitgewezen dat het Soeharto-imperium een vermogen van 45 miljard dollar heeft vergaard. De jongste zoon zou goed zijn voor achthonderd miljoen. Internationale bekendheid verwierf Tommy vooral toen hij in 1993 voor veertig miljoen dollar een meerderheidsbelang kocht in de Italiaanse autofabrikant Lamborghini. Hij is nog altijd eigenaar van een prestigieuze golfbaan vlak bij Londen, en in Nieuw-Zeeland bezit hij jachtgronden.

Onder de vleugels van zijn vader beheerde Tommy — net als zijn vijf broers en zussen — vanaf de jaren tachtig een zakenconglomeraat onder de naam Humpuss. Hij had belangen in ruim negentig bedrijven in industriële sectoren, variërend van olie en gas tot lucht- en scheepvaart. Van zijn vader kreeg hij diverse monopolies toebedeeld, onder meer op de lokale handel in kruidnagelen die worden gebruikt voor de productie van de populaire kretek-sigaret. Tommy’s alleenrecht had rampzalige gevolgen voor de kruidnagelboeren op de oostelijke eilanden.

Terwijl Soeharto het land steeds meer als een familiebedrijf bestuurde, kreeg zijn lievelingszoon de concessie om een «nationale auto» te produceren. Deze Timor werd belastingvrij uit Zuid-Korea geïmporteerd en van een lokale sticker voorzien. De auto bleek onverkoopbaar. Indonesiërs wilden er niet in worden gezien, omdat zij dan als collaborateur te boek zouden staan. Toen de regering in 1998 nog eens een miljard dollar aan subsidies wilde verstrekken aan Tommy’s droomproject, wierp het Internationaal Monetair Fonds een blokkade op. Het land was in de diepe afgrond van de Aziatische valutacrisis gevallen en kon zich de grillen van de Soeharto’s niet langer veroorloven.

Soeharto’s kinderen worden gezien als de nagel aan diens doodskist. «De zes kinderen waren altijd de zwakke plek van de anders zo onverbiddelijke president», zegt een voormalige minister die niet met naam genoemd wil worden. De graaizucht van Tutut, Sigit, Bambang, Titiek, Tommy en Mamiek moest hoe dan ook worden bevredigd. Ministers en vrienden die Soeharto waarschuwden voor de economische gevolgen en de onvrede onder het volk vielen onmiddellijk in ongenade. «Uiteindelijk stemde iedereen maar in met de wensen van de kinderen.»

In september vorig jaar werd Tommy veroordeeld tot achttien maanden cel en een boete van dertig miljard roepia (drie miljoen dollar). Hij was schuldig bevonden aan grondzwendel waarbij de staat ruim tien miljoen dollar had verloren. In 1995 — toen zijn vader nog stevig in het zadel zat — had zijn bedrijf een stuk moeras weten te ruilen voor waardevol land van het staatsbedrijf voor de distributie van levensmiddelen. In november vorig jaar verwierp toenmalig president Abdurrahman Wahid zijn verzoek om clementie. Daarop verdween Tommy spoorloos.

De politie leek alles in het werk te stellen om de voortvluchtige Tommy te vangen. Honderden huizen werden doorzocht, tientallen mensen verhoord. Twee dagen lang boorden agenten door de muren van de bunker onder een woning van Soeharto. Ze vonden een verlaten ruimte. «Er is zelfs onder het bed van zijn vader gekeken», schreef een lokaal weekblad sarcastisch.

Vanuit helikopters werden foto’s over de hoofdstad uitgestrooid van een bebaarde Tommy die inmiddels onder de naam Ibrahim door het leven zou gaan. Een beloning van vijfhonderd miljoen roepia (vijftigduizend dollar) werd in het vooruitzicht gesteld aan de tipgever die doorslaggevende informatie kon verstrekken. Maar Tommy liet zich niet vangen.

Ondertussen stapelden de verdenkingen zich op. Ging het eerste alleen corruptie, al snel werd de man beschuldigd van allerhande moord en doodslag. Verschillende bomaanslagen die de afgelopen twee jaar in Jakarta zijn gepleegd, worden op zijn naam geschreven. Hij zou de aanstichter zijn van het geweld op de Molukken en wordt in verband gebracht met terroristische aanslagen in het Noord-Sumatraanse Atjeh. Elke keer dat het geweld ergens in Indonesië escaleert, wordt de naam van Tommy genoemd. En sinds enkele maanden wordt hij ook verdacht van de moord op een van de drie rechters die hem een jaar geleden veroordeelden. Tommy is uitgegroeid tot staatsvijand nummer één.

Het gemak waarmee de autoriteiten vrijwel alle terreur op Tommy afschuiven, is volgens sommige waarnemers echter verdacht. Het camoufleert misschien wel een veel schokkender werkelijkheid. «Er zijn groepen in Indonesië die belang hebben bij het creëren van chaos», zegt een onderzoeker van een denktank in Jakarta die anoniem wil blijven. «Angst onder het volk verzekert hun voortbestaan», legt hij uit. «Los van de vraag of Tommy ook echt betrokken is geweest bij de vele aanslagen, is hij de ideale kandidaat om als boeman te fungeren.»

«De familie Soeharto wordt zo gehaat dat zij zonder probleem als zondebok kan worden gebruikt», beaamt George Aditjondro, Indonesisch professor sociologie van corruptie aan de Universiteit van Newcastle in Australië. «Maar achter de beschuldigingen schuilen wellicht enkele facties binnen het leger», zegt hij.

Tot voor kort geloofde vrijwel niemand nog dat het de politie ernst was. Tommy werd regelmatig in Jakarta gesignaleerd. Voorgenomen huiszoekingen lekten herhaaldelijk uit naar de lokale media. De knullige uitvoering van het onderzoek gaf aanleiding tot de nodige complottheorieën. «De politie wilde Tommy helemaal niet vangen, want ze zouden met hem geen raad weten», zegt de denktankonderzoeker. «Het gevaar is groot dat Tommy uit de school klapt en vertelt wie hij met succes heeft weten om te kopen.»

Vorige maand kreeg de soap rond Tommy een wending. Een nieuw panel van het Hooggerechtshof herriep het vonnis van een jaar eerder en sprak hem vrij van grondzwendel. Er zouden nieuwe bewijzen zijn waaruit bleek dat Tommy als commissaris van de betrokken onderneming niet verantwoordelijk mocht worden gehouden voor de dagelijkse bedrijfsvoering en dus ook niet voor de grondzwendel. «Dat was een dodelijke uitspraak voor onze strijd tegen corruptie», oordeelt Aditjondro. «Het zou betekenen dat alle grootaandeelhouders en commissarissen van de grote conglomeraten per definitie vrijuit gaan omdat ze zich niet met de dagelijkse gang van zaken zouden bemoeien. Op basis daarvan kan ook de gedetineerde zakenman en voormalige golfpartner van Soeharto, Bobby Hassan, weer op vrije voeten komen», aldus de erkende autoriteit op het gebied van «kkn» (korupsi, kolusie en nepotisme) in Indonesië.

«Het Hooggerechtshof is als een rotte vis», zegt Sahetapy, parlementariër en juridisch expert van de Indonesische Commissie voor de Grondwet. «Het is algemeen bekend dat de rechters omkoopbaar zijn», beaamt ook Aditjondro. Maar het vermoeden bestaat dat Tommy’s vrijspraak niet alleen was afgekocht, maar ook met behulp van intimidatie werd afgedwongen. «De moordaanslag op Syafiuddin Kartasasmita, een van de rechters die hem eerder hadden veroordeeld, was een huiveringwekkende boodschap aan heel Indonesië», aldus Aditjondro.

Tijdens de ochtendspits van 26 juli reed Syafiuddin naar zijn werk in noord-Jakarta. Twee mannen op een motor haalden zijn auto in en schoten de voorruit aan diggelen. De auto raakte van de weg, een van de mannen stapte op het voertuig af en schoot de rechter in hoofd en hart. Eenmaal opgepakt verklaarden de daders tegenover de politie dat ze voor tienduizend dollar door Tommy waren ingehuurd. Die had wraak willen nemen op de rechter die van hem een voortvluchtige had gemaakt. Hij was vooral woedend geweest omdat Syafiuddin wel tweehonderdduizend dollar aan smeergeld had aangenomen, maar hem niet had vrijgesproken. Een aantijging die de achtergebleven weduwe bestrijdt.

Met de vangst van Tommy wast Indonesië zijn handen in onschuld: regering en politie felici teren zichzelf voor het oog van de wereld. Maar waarnemers zijn er niet gerust op dat de los geslagen zoon achter slot en grendel verdwijnt. De lokale pers doet wilde speculaties over een akkoordje tussen de Soeharto’s en justitie. Door de uitgebreide corruptie is er van een rechtsorde geen sprake meer. Hoe kan het anders dat hoofdrechercheur Sofyan Yakob zijn prijsgevangene met een warme omhelzing verwelkomde voor het hoofdkantoor van de politie? Tommy’s minzame lach naar het toegesnelde publiek verraadde volgens velen dat hij de afloop van zijn arres tatie al kent.