PvdA, referendum en ontslagrecht

Versnipperd protest

Bij de keus voor of tegen het referendum over het nieuwe EU-verdrag of de versoepeling van het ontslagrecht speelt bij de PvdA-fractie meer mee dan slechts inhoudelijke argumenten. Hoe groot is de macht van dreigend protest? En is dat nog te organiseren?

Welke hoon, welk protest zou het best te verdragen zijn? De hoon die de pvda ten deel zou vallen bij een nee tegen een referendum over het hervormingsverdrag voor de Europese Unie? Of het maatschappelijke protest als deze regeringsfractie toch akkoord gaat met de versoepeling van het ontslagrecht?

Die afweging is menig pvda-kamerlid afgelopen week door het hoofd geschoten, alle inhoudelijke argumenten voor of tegen een referendum over het nieuwe EU-verdrag ten spijt. De fractieleden wisten dat de kans dat de pvda zowel het referendum als het tegenhouden van de versoepeling van het ontslagrecht binnen zou mogen halen politiek gesproken uiterst gering is. Coalitiepartners cda en ChristenUnie laten niet op twee belangrijke dossiers de verdeelde pvda-fractie vanwege de lieve vrede de toon zetten. Daarmee zou dit kabinet toelaten de gegijzelde te zijn van de onrust binnen de pvda.

cda- en cu-bewindslieden hadden vooraf niet veel vertrouwen in de afloop van het pvda-fractieberaad van afgelopen dinsdag. Ze wierpen twee verdedigingslinies op. Ten eerste is er op de achterhand, al dan niet formeel uitgesproken in de boezem van de Trêveszaal, de noodrem voor het referendum: die houdt in dat het kabinet hoe dan ook zijn handtekening niet zet onder de initiatiefwet die een volksraadpleging over het EU-verdrag mogelijk moet maken, mochten de Tweede en Eerste Kamer die wet aannemen.

Daarnaast was er de vooralsnog onwrikbare houding van cda-minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken als het gaat om het ontslagrecht: waarom zou hij op dat dossier al toegeven als nog onduidelijk is wat de coalitiepartner in de Kamer gaat doen met het referendum? Hij kreeg voor die opstelling de in kritiek verpakte steun van de pvda-staatssecretaris voor Europese Zaken, Frans Timmermans. Die noemde Donner afgelopen weekeinde zo flexibel als een loden deur bij min twintig graden. Waarmee ook Timmermans zei: de keus is aan de pvda-fractie, weet wat je doet.

Bij de vraag ja of nee een referendum moest de pvda-fractie allereerst beslissen of ze nu zelf de hoon over het afwijzen van het referendum over zich heen zou laten komen of deze zou doorschuiven naar het kabinet omdat dat een initiatiefwet kan torpederen. Het was de keus tussen nu fractievoorzitter Jacques Tichelaar de kooltjes uit het vuur laten halen of straks pvda-leider Wouter Bos samen met staatssecretaris Timmermans laten verdedigen waarom ze tegen de wil van de meerderheid van het parlement toch een referendum of een eventuele uitslag ervan tegenhouden. Het was de keus tussen het ontlopen van het verwijt het EU-verdrag door de strot van de kiezer te duwen of het uitleggen van het compromis waarmee de toch al geplaagde leider Wouter Bos heeft ingestemd.

Was deze afweging al ingewikkeld, op de achtergrond speelde ook nog het pvda-congres van volgende week zaterdag mee. Wat zullen de pvda-leden vinden van een nee tegen een referendum? Nu oud-minister Jan Pronk de strijd om het partijvoorzitterschap heeft verloren van Lilianne Ploumen, kan hij niet op de hem bekende polemische wijze tegen de koers van Bos en Tichelaar in gaan. Pronk blijft een gewoon partijlid. De van Cordaid vandaan komende Ploumen is weliswaar ook voorstander van een referendum, maar zij liet maandagavond direct na haar verkiezing weten eerst maar eens naar de overwegingen van de bewindslieden en de fractie te gaan luisteren.

Al deze elementen lagen dus ter afweging op tafel, nog afgezien van de inhoud van het nieuwe verdrag, de vraag of dit verdrag op zichzelf beschouwd een referendum behoeft, principiële gedachten over het dichten van de kloof met de kiezer en de rol van het referendum daarbij en niet in de laatste plaats hoe de Nederlandse positie binnen de EU zou worden als de bevolking weer nee zou zeggen.

Of dit al niet ingewikkeld genoeg was, was er ook nog dat andere dossier: de versoepeling van het ontslagrecht. Wat moest het zwaarst wegen: het referendum of het ontslagrecht? Welk verlies zou het best te dragen zijn? Op een afwijzing van het referendum staat als prijs de felle hoon van andere politieke partijen, snerpende commentaren en gemor in de achterban. sp-leider Jan Marijnissen zal Tichelaar alle hoeken van de Tweede Kamer laten zien, zijn d66-collega Alexander Pechtold zal hem vilein tarten en in de eerstvolgende peilingen zal de pvda nog verder in zetelaantal dalen dan ze toch al deed.

Maar zal de kiezer die twee jaar geleden massaal nee zei tegen de Europese grondwet te porren zijn voor stakingen of grote demonstraties? Zal het onderwerp hem zo aan het hart gaan dat hij een vuist maakt? Wie zal dat dan organiseren? Dat is te meer een vraag omdat dit keer van een kiezer die kan instemmen met het nieuwe EU-verdrag verlangd zou worden de straat op te gaan louter en alleen voor het principe: toen een referendum, dan nu ook.

Dat ligt anders bij een versoepeling van het ontslagrecht. Als het kabinet dat doorzet zoals het zich in het regeerakkoord had voorgenomen, is er georganiseerd maatschappelijk verzet te verwachten. Dan zijn het de vakbonden die zullen dreigen met stakingen en het initiatief nemen tot een massale bijeenkomst. Dan zal onder de demonstranten ook de eigen pvda-achterban vertegenwoordigd zijn. Dat verzet zou kunnen uitgroeien tot een protest zoals de bijeenkomst op het Museumplein tegen de ingrepen in het prepensioen door het vorige kabinet. Het was de pvda inclusief Wouter Bos die toen mee demonstreerde. Een protest tegen de versoepeling van het ontslagrecht zou in tegenstelling tot het protest tegen een uitblijven van een referendum wél een vuist kunnen maken, een waarvan de pvda een flink blauw oog kan oplopen.

Toen Tichelaar in februari werd gekozen om Wouter Bos als fractievoorzitter op te volgen zei hij dat er genoeg ruimte naast het regeerakkoord was voor een eigen profiel van zijn fractie. Uit Tichelaars mond klonk dat om twee redenen niet vreemd. Ten eerste was hij bij de onderhandelingen over het regeerakkoord de rechterhand van pvda-leider Bos en zou hij het akkoord van haver tot gort moeten kennen, dus ook de ruimtes tussen de regels. Ten tweede moest Tichelaar, met de hete adem in de nek van de groot geworden sp-fractie, meteen duidelijk maken dat hij niet aan de leiband zou lopen van het kabinet.

Maar tot nu toe verliep Tichelaars zoektocht naar speelruimte voor de fractie niet gesmeerd. Direct nadat dit voorjaar binnen de EU afspraken waren gemaakt over een verdrag dat de afgewezen grondwet moet gaan vervangen, zei de pvda-fractievoorzitter in zijn enthousiasme over wat Nederland in de onderhandelingen had weten binnen te halen: ‘Het resultaat is zo goed dat je niet bang moet zijn het voor te leggen aan de bevolking.’ Niet alleen het cda was niet blij met deze uitspraak. Tichelaar liep daarmee ook zijn eigen pvda-bewindslieden voor de voeten en bemoeilijkte een nee tegen een referendum door zijn eigen fractie. Bovendien kwam hij de afspraak niet na om met een ja of nee tegen een referendum te wachten op het advies van de Raad van State over het nieuwe verdrag.

Bij de Algemene Politieke Beschouwingen zat Tichelaar vorige week echter al nee te schudden toen d66-leider Alexander Pechtold gemakshalve de stem van de pvda-fractie meetelde bij de politieke partijen die vóór een referendum zijn. Het was sarren van Pechtold, maar ook een voorbode van wat Tichelaar wilde dat deze week zou gebeuren: aan zijn adres alle hoon, maar geen referendum. Hij heeft zijn zin gekregen. De meerderheid van de fractie wees dinsdag een referendum af, waardoor de initiatiefwet van de sp al in de Tweede Kamer zal sneuvelen.

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen probeerde Tichelaar opnieuw speelruimte te pakken, dit keer op een heel ander terrein. Tot verbazing van zelfs zijn eigen fractiegenoten beloofde hij het geringe koopkrachtverlies van de middeninkomens in 2008 ongedaan te zullen maken. Het was alsof Tichelaar zich ineens herinnerde dat in de pvda-verkiezingscampagne de hoofdagent, docent en verpleegkundige een grote rol hadden gespeeld, maar bij deze eerste begroting toch vergeten waren. Tichelaar had voor de door hem bepleite koopkrachtreparatie geen vastomlijnd plan en ook geen financiële dekking zoals gebruikelijk is. Hij werd gegrild door zowel vvd als sp en moest uiteindelijk zijn verlies erkennen. Voor een protestmars van hardwerkende Nederlanders die een kwart procentje meer koopkracht willen, hoeft hij echter niet te vrezen.

Het ontslagrecht was het derde punt waarop de pvda-fractievoorzitter tot nu toe speelruimte claimde. Hij liet er vorige week geen misverstand over bestaan dat zijn fractie de versoepeling die het kabinet voorstelt niet zal accepteren. Dit keer klonk het fermer dan bij de twee andere speelruimte zoekende opmerkingen. Tichelaar is niet van plan ook op dit punt in te binden. Hij weet dat hij het verzet vanuit de samenleving aan zijn kant heeft, maar weet tevens dat het cda zelf ook gevoelig is voor maatschappelijke onvrede op dit punt. Bovendien speelt bij de christen-democraten mee dat ze niet ook dit kabinet-Balkenende vroegtijdig willen zien struikelen.

Samen protesteren helpt dus. In een tijd van verdeelde in plaats van gedeelde belangen is een grote protestbeweging op de been brengen ingewikkeld. Een geïndividualiseerde samenleving kent een versnipperd protest. Dat het twee jaar geleden bij de Europese grondwet toch lukte de nee-stem te laten horen, was ironisch genoeg omdat het parlement het protestmoment zelf mogelijk maakte: in het stemhokje.