De Staat van de Afrikaanse diaspora

‘Verspreid, maar wel verenigd’

Afrikanen wereldwijd sluiten zich aan bij de virtuele Staat van de Afrikaanse diaspora. Met als doel elkaar steunen, onderdrukking en discriminatie tegengaan, perspectief bieden. ‘Mensen met potentie met elkaar verbinden, dat creëert magie.’

Parijs. Ieder lid van de Afrikaanse diaspora kan in principe burger worden van de nieuwe virtuele Staat © Michael Zumstein / Agence VU / ANP

Ahmed Larouz draagt een strak donkerblauw pak met een zwart overhemd en een zwarte stropdas. Met zijn kortgeschoren hoofd en leesbril staat de 47-jarige Amsterdammer achter een katheder. ‘Ik ben een Marokkaan die in Marokko is geboren en in Nederland is getogen. Ik ben een Afrikaan. Ik ben lid van de Afrikaanse diaspora’, zegt hij in het Engels met een Amerikaans accent. Applaus klinkt uit de zaal, die met driehonderd mensen overvol is. De stemming is feestelijk.

Het is een vroege oktoberochtend in hartje Parijs. Op het podium houdt Larouz in zowel vloeiend Frans als Engels een bevlogen pleidooi voor het positief ‘branden’ van Afrika, achter hem staan twee banners: ‘African Union’ en ‘The State of the African Disapora’. Vandaag worden de plannen van de Staat van de Afrikaanse diaspora officieel gepresenteerd. Deze ‘virtuele staat’ zonder leger en territorium werd gesticht in 2018 tijdens een top van de Afrikaanse Unie (AU). Haar primaire doel is om Afrika via de diaspora te versterken en de mensen in de diaspora samen te brengen op basis van hun Afrikaanse roots.

Al in 2003 besloot de AU om de diaspora als haar zesde regio te erkennen (de 55 AU-leden zijn over vijf fysieke regio’s ingedeeld). De Afrikaanse diaspora bestaat volgens de AU uit mensen ‘van Afrikaanse afkomst die buiten het continent leven, ongeacht hun staatsburgerschap en nationaliteit en die bereid zijn bij te dragen aan de ontwikkeling van het continent en de opbouw van de Afrikaanse Unie’.

De aanwezigen in het Parijse theater komen uit meer dan 25 landen – van India, Brazilië, Duitsland, Congo tot de Verenigde Staten –, zijn verschillend van huidskleur en spreken andere talen. Ook de kleuren van hun paspoorten lopen uiteen. Ze hebben gemeenschappelijk dat ze zich rekenen tot leden van de Afrikaanse diaspora. Met bijna 350 miljoen mensen is deze diaspora in potentie een van de grootste politieke gemeenschappen ter wereld, op India en China na. Groter dan de VS (323 miljoen inwoners) en Indonesië (258 miljoen). ‘Daarom hebben wij besloten om de energie van de diaspora te mobiliseren om officieel een Staat van de Afrikaanse diaspora op te richten’, staat in het oprichtingsdocument van de nieuwe onconventionele staat.

Ahmed Larouz is de minister van Communicatie. Daarvoor krijgt de sociaal ondernemer geen salaris, hij heeft geen fysiek ministerie en ook geen auto met chauffeur. Zijn reiskosten en verblijf in Parijs heeft hij zelf bekostigd. Dit geldt ook voor zijn twintig collega-ministers (tien mannen, tien vrouwen) die verspreid over de vijf continenten wonen. Wat drijft hen? En hoe geven deze dertigers en veertigers, op het hoogtepunt van hun professionele carrière, invulling aan de pan-Afrikaanse droom? Zijn zij bereid om in de politieke arena te springen en de huidige Afrikaanse leiders op te volgen?

‘We hebben hier vierhonderd jaar opgewacht’, zegt Keturah Amoako grappend als zij de eerste ‘ID-kaart’ van de nieuwe staat van de minister-president Louis-Georges Tin in ontvangst neemt. Amoako is vicepremier en minister van Herstelbetaling. Ze was ook eindverantwoordelijk voor de ontwikkeling van de identiteitskaart voor aspirant-burgers van de Staat van de Afrikaanse diaspora.

‘Deze identiteitskaart heeft drie functies’, licht Tin toe, een Parijse academicus afkomstig van Martinique die bekend werd door zijn activisme tegen homofobie en racisme. ‘Allereerst een symbolische functie, hiermee laten we zien dat we bij de wereldwijde gemeenschap van de Afrikaanse diaspora horen. Wij zijn niet alleen in het verleden verbonden, maar ook in het heden en in de toekomst.’ Daarnaast heeft de ID-kaart een politieke functie. ‘Het geeft de burgers de mogelijkheid om op parlementsleden te stemmen.’ In Parijs wordt dan ook het Europese parlement van de Afrikaanse diaspora officieel gelanceerd. Later volgen andere regio’s, waaronder Zuid-, Centraal- en Noord-Amerika. De gekozen parlementariërs zullen in de toekomst de premier kiezen.

Ook heeft de kaart een sociaal-economische functie. Zo presenteert de regering-Tin plannen voor de oprichting van een bank en een Kamer van Koophandel voor de Afrikaanse diaspora. Een internationaal agentschap voor stages wordt ook in het leven geroepen. ‘Want onze jongeren worden over de hele wereld met discriminatie geconfronteerd. Met deze diensten bieden wij ze een nieuw perspectief.’ Ongedocumenteerde Afrikaanse migranten kunnen straks juridische en sociaal-economische voordelen genieten van hun nieuwe burgerschap. Ook wil Tins regering een telemedicine-programma lanceren om artsen van de Afrikaanse diaspora de gelegenheid te geven om medische diensten op het Afrikaanse continent aan te bieden. De aanwezigen in de Parijse zaal hebben soms het gevoel in een spannende sciencefictionfilm terecht te zijn gekomen, waar de huidige internationale jurisdictie irrelevant is.

‘Wij hebben ongekende talenten in de diaspora, verspreid over de hele wereld. Tot nu toe was deze verspreiding een bron van zwakte, maar morgen wordt het een kracht.’ In een interview met de Franse zender TV5Monde verwijst Tin naar China, met Chinatowns over de hele wereld, als een van de landen die de mogelijkheden van haar diaspora goed benut. ‘Verspreid, maar wel verenigd’, is het motto. Met de Staat van de Afrikaanse diaspora hoopt Tin samen met zijn collega-ministers en parlementsleden een ‘avant-garde van het panafrikanisme in de 21ste eeuw’ te creëren. ‘Tot nu toe werd het panafrikanisme vooral door denkers gekenmerkt. Zij hebben het pad gelegd, wij hoeven niet alleen een stap te zetten. Het is panafrikanisme in actie.’

Politiek filosoof en historicus Michael Onyebuchi Eze van de Universiteit van Amsterdam omschrijft panafrikanisme als een gelaagde beweging die in de late negentiende eeuw is ontstaan om ‘een coherent antwoord te bieden op de wereldwijde onderdrukking, uitbuiting en kolonisatie van zwarte mensen’. Daar waar negritude zich beperkte tot het vieren van zwartheid, bood panafrikanisme een samenhangend politiek antwoord, gebaseerd op de eenheid van zwarte mensen over de hele wereld tegen de structurele onderdrukking die zij ondergingen. ‘“Gidi gidi bu ugwu eze”, zeggen ze in het Igbo: eenheid is kracht. Het panafrikanisme heeft een cruciale rol gespeeld in de onafhankelijkheidsbeweging in Afrika en in de Cariben. Men realiseerde zich: als onze ervaringen niet uniek zijn, kunnen we elkaar misschien steunen.’

Eze’s beschrijving van het panafrikanisme doet denken aan een lezing van Julius Nyerere uit 1997 met de veelzeggende titel ‘Without unity, there’s no future for Africa.’ Nyerere stelde: ‘Together, we, the peoples of Africa, will be incomparably stronger internationally than we are now with our multiplicity of unviable states.’ Behalve panafrikanist en onafhankelijkheidsstrijder was hij eerste president van Tanzania, en hij behoorde tot de oprichters van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de AU-voorloper. ‘Unity will not make us rich, but it can make it difficult for Africa and the African peoples to be disregarded and humiliated.’

Marina Diboma zit op het eerste rij in Parijs, gereserveerd voor leden van het kersverse Europese parlement van de Afrikaanse Diaspora. ‘Alle initiatieven die de solidariteit onder Afrikanen centraal stellen, doen mijn hart sneller kloppen’, zegt ze. ‘Daar ben ik wanhopig naar op zoek. Als ik dat moet vertalen naar onze leiders in Afrika: wanneer zij solidair met elkaar zijn, en vanuit hun krachten elkaar aanvullen, zullen we een veel welvarender continent worden.’

Een paar maanden later spreek ik haar op de elfde verdieping van het Haagse World Trade Center, waar het kantoor van de Netherlands-African Business Council (nabc) zetelt. In het dagelijks leven is Diboma hier werkzaam als deputy managing director en probeert ze een brug te slaan tussen Nederland en Afrika en andersom. Dat doet zij door de private sector in Nederland met lokale partners in Afrika te verbinden. Ze leidt vaak Nederlandse zakenmissies naar Afrika. ‘Want de private sector is de motor voor economische ontwikkeling. Voor Afrika is samenwerking cruciaal. Niet alleen tussen Afrikanen onderling, maar ook met externe partners.’

Haar positie als lid van de Afrikaanse Diaspora heeft een toegevoegde waarde, vindt ze. ‘De twee werelden die ik in mij draag maken het mogelijk dat ik mij zowel in de Nederlandse al de Afrikaanse kant kan verplaatsen. Ik ben een soort relatietherapeut, een neutrale partij die twee werelden verbindt en zaadjes plant voor de toekomst.’

‘De diaspora heeft de neiging het panafrikanisme te kapen’, zegt filosoof Michael Onyebuchi Eze. ‘Ik hoop niet dat dat nu gebeurt’

Diboma heeft zich de afgelopen jaren via African Young Professional Network (AYP Nederland) en Africa 2.0 ingezet voor de verbinding van jonge Afrikaanse leiders. Ze heeft een mentorprogramma opgericht en maakt tijd vrij voor persoonlijke coaching voor Afrikaanse jongeren die haar via LinkedIn benaderen. ‘Tijdens mijn studententijd miste ik een klankbord, mensen om mee te sparren. Zo’n netwerk is cruciaal voor persoonlijke ontwikkeling. Van huis uit wordt er van ons verwacht om ons op onze studie te richten, maar in deze wereld kom je niet verder zonder netwerk. Dankzij Africa 2.0 kan ik in elke Afrikaanse stad wel iemand vinden die ik ken. Het is een soort familie.’

‘Ik wil mensen met potentie met elkaar verbinden. Dat creëert magie’, zegt Kemo Camara. De in Amsterdam wonende Guineese Amerikaan lijkt haast een ideologische tweeling van Diboma. ‘Ik ben gepassioneerd over het samenbrengen van mensen. Het is een sterk geloof. Als ik mensen bij elkaar zie komen, zoals ons groepje van vijf dat vanuit Nederland naar Parijs ging, dan denk ik automatisch: man, stel je voor wat deze mensen samen tot stand kunnen brengen.’

Camara is de oprichter van Omek, een digitaal en fysiek platform dat zich inzet voor de professionele en sociale vooruitgang van jonge mensen binnen de Afrikaanse gemeenschap. Hij woont nog maar een jaar in Nederland, maar heeft al diverse bijeenkomsten georganiseerd waar honderden Afrikaanse young professionals op afkwamen. Nieuwe netwerken werden geboren, mensen vonden hun baan door contacten die ze hier opdeden, sommigen besloten een eigen bedrijf te beginnen.

Op het toekomstige digitale platform van Omek ontmoet je professionals en ondernemers uit de Afrikaanse diaspora. Je vindt er vacatures, evenementen, nieuws, middelen (resources), organisaties en andere initiatieven. Via een puntensysteem komen leiders naar voren die binnen de gemeenschap een betekenisvolle bijdrage leveren. Bijvoorbeeld als mentor voor anderen, of door het steunen van een goed doel.

Camara emigreerde naar de Verenigde Staten omdat hij wilde begrijpen ‘hoe Amerikanen denken, zodat ik in staat ben om met hen te onderhandelen’. Na een succesvolle carrière bij de Bank of America kwam hij erachter dat hij een uitzondering was. De Afrikaanse gemeenschap worstelde met het vinden van een ‘support system’, waardoor alleen de happy few succes behaalde. Hij besloot een community leader te worden, zodat hij anderen kon helpen om succesvol hun studie af te ronden en de weg naar de arbeidsmarkt te vinden. Door de liefde belandde hij in Duitsland, waar hij ontwikkelingseconomie ging studeren, zijn oude passie. Hij schreef een masterscriptie over het benutten van het sociale kapitaal van de Afrikaanse diaspora voor de sociaal-economische ontwikkeling van hun land van afkomst. Zo kwam hij erachter dat zijn observatie in de VS niet op zichzelf stond – ook de Afrikaanse diaspora in Europa had behoefte aan netwerken en een support system (mentorschap, fatsoenlijke banen).

Hij beschouwt het nu als zijn levensmissie om ‘de code te kraken om het potentieel van de Afrikaanse diaspora te ontsluiten’. ‘Wij zijn als leden van de Afrikaanse diaspora op individueel niveau heel succesvol, maar op een collectief niveau bestaan wij niet. Als collectief hebben wij een minimum aan impact. Er is een groot potentieel dat nog niet volledig is benut. Wie erin slaagt om de code te kraken over hoe dit potentieel te benutten heeft goud in handen. Waarom zouden wij dit niet kunnen?’

Bologna, Italië. De Staat van de Afrikaanse diaspora wil een ‘avant-garde van het panafrikanisme in de 21ste eeuw’ creëren © Simone Padovani/Awakening/Getty Images

In 1997 richtte de Amsterdamse ondernemer Ahmed Larouz de stichting Towards A New Start (tans) op, een netwerkorganisatie voor hoogopgeleide Marokkaanse Nederlanders. Hij is mede-initiatiefnemer van 180 Amsterdammers, een grootschalige campagne waarmee de stad Amsterdam zijn diversiteit viert. Daarnaast is hij ook oprichter van Diwan Awards Holland, een prijsgala waarmee de successen van Marokkaanse-Nederlanders worden gevierd, en van Doing Business in Morocco, een platform dat Nederlandse ondernemers en investeerders samenbrengt om zaken te doen in Marokko. Met African Incubators ondersteunt hij tech start-ups in Afrika met relevante netwerken en mentorschappen. De lijst van zijn initiatieven is bijna eindeloos.

Larouz ziet voor zichzelf geen rol in de politiek: ‘Die droom is inmiddels vervlogen.’ Hij was actief bij de Jonge Democraten (de jongeren van D66) en stond in 2006 op de kandidatenlijst van de pvda. Uiteindelijk koos hij voor sociaal ondernemerschap. Zijn motto: ‘Think Global, Act Local’. ‘Net als McDonald’s en Coca-Cola; ze hebben overal ter wereld dezelfde formule, maar passen hun producten aan de lokale context aan. Hetzelfde principe kun je toepassen op sociale vraagstukken.’

In 2008 besloot hij uit het niets om naar de ‘achterstandswijken’ van Chicago te gaan om voor de Democratische presidentskandidaat Barack Obama te canvassen. ‘Ik was onder de indruk van de manier waarop hij diverse groepen bij elkaar wist te brengen. Hij sprak over hoop, een mondiaal thema, superrelevant voor Nederland. Maar ik wilde het zelf voelen, lokaal aanwezig zijn. Zo kon ik lessen vanuit Chicago meenemen en hier in Nederland toepassen.’ De grootste beloning was dat Larouz Obama’s historische overwinningsspeech in Chicago mocht bijwonen.

Drie maanden na de lancering in Parijs spreek ik Larouz in een Amsterdamse kroeg achter de Dam. In de tussentijd heeft hij de Diwan Awards georganiseerd, een zakenreis naar Marokko gemaakt en als jurylid de Google Impact Challenge uitgereikt, een prijs van tien miljoen dollar voor lokale initiatieven die hun buurt positief veranderen. ‘De Afrikaanse diaspora is heel divers. Wat iemand uit Chicago drijft om terug naar Ghana te gaan verschilt van wat iemand uit Nederland drijft om naar Ethiopië terug te gaan’, benadrukt hij. ‘We hebben een verschillende geschiedenis. Sommigen besteden veel aandacht aan het slavernijverleden, roofkunst en herstelbetalingen. Ik heb als Marokkaan geen emotionele band met het slavernijverleden. Toch begrijp ik de aandacht die besteed wordt aan die geschiedenis en de immateriële agenda.’

Wat de Afrikaanse diaspora bindt, is de wil om een gezamenlijke, welvarende toekomst te bouwen, onderstreept Larouz. ‘Het is een goede zaak om onze kinderen kennis te laten maken met de geschiedenis, maar net zo belangrijk is welke toekomst wij voor hen willen bouwen. Wat de nieuwe generatie wil is: welvaart, topuniversiteiten, nieuwe datacenters. De film Black Panther inspireert Afrikaanse jongeren, zowel op het continent als in de diaspora. Afrika heeft zoveel te bieden. Het is aan ons om een ander verhaal over Afrika te vertellen, voorbij het negatieve imago van oorlogen, honger en armoede. Afrikaanse kinderen hebben het recht om te dromen.’

De Staat van de Afrikaanse diaspora is uniek, vindt Larouz. ‘Er bestaat nog nergens ter wereld zo’n virtual government, die gebruik wil maken van nieuwe technologie om de diaspora met Afrika te verbinden en Afrika met de diaspora.’ Hij investeert er veel tijd en geld in. ‘We worden volop benaderd door Afrikaanse organisaties, maar niemand betaalt je ticket. Reizen in Afrika is heel duur en we reizen op eigen kosten naar al die plekken. We doen deze investeringen omdat wij geloven in wat wij doen.’ Het levert hem wel het voordeel op dat hij in contact komt met de leiders van nu. ‘Zo hoop ik een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van Afrika.’

Geen van de vijf leden van de Nederlandse delegatie in Parijs heeft politieke ambities in Afrika. Ze denken dat ze in de politiek hun ziel zouden verliezen. Ze behouden liever hun onafhankelijkheid, zo kunnen ze effectiever zijn. ‘Ik ben niet voor de politiek in Kameroen gemaakt’, zegt Diboma, die voor zichzelf meer een rol in de diplomatie ziet, of als expert die mensen in het veld begeleidt. ‘Ik vind het belangrijk om belangen van alle partijen niet uit oog te verliezen. Met een politieke functie gaat dat niet.’

‘Mannen in pak en stropdassen gaan er met de eer vandoor, terwijl wij als activisten dag en nacht al het werk doen’

Wat ook niet helpt om politiek actief te worden op nationaal niveau is dat de Nederlandse delegatie een sterke pan-Afrikaanse identiteit heeft ontwikkeld. Ze ontkennen niet een band te hebben met hun land van afkomst, maar ze geloven sterk dat om het verschil te maken ze voorbij hun eigen landen moeten kijken. Afrika staat centraal in denken en handelen.

‘De diaspora heeft altijd de neiging om het panafrikanisme te kapen, ik hoop niet dat het met deze beweging gebeurt’, stelt politiek filosoof Michael Onyebuchi Eze, die onder meer het vak African Renaissance doceert. De Staat van de Afrikaanse diaspora moet wat hem betreft een dialoog tussen de diaspora en het continent faciliteren, waarbij men zich laat inspireren door de ontwikkelingen daar. ‘Panafrikanisme is niet essentialistisch, en gaat niet over ras maar over vraagstukken die hedendaagse Afrikanen treffen. In Zimbabwe, Nigeria, Zuid-Afrika en over het hele continent worden Afrikaanse jongeren geconfronteerd met het trauma van moderniteit, neokolonialisme en globalisering. Bij dat soort vraagstukken kan het panafrikanisme het verschil maken.’

De deelnemers aan Parijs zouden volgens hem de natiestaat en nationale politiek in Afrika niet vaarwel moeten zeggen, ook al hebben de natiestaten in Afrika een legitimiteitsprobleem omdat ze in de eerste instantie opgericht zijn om het economische kapitaal van het westen te dienen. Daarnaast hebben verschillende natiestaten in Afrika zich schuldig gemaakt aan misdaden tegen de mensheid. ‘Maar dat de natiestaten in Afrika een geografische fraude zijn, betekent niet dat je ze niet kunt hervormen. Om de natiestaat opnieuw in te richten is actieve politieke betrokkenheid op nationaal niveau onontbeerlijk. Je kunt structuren en het systeem niet veranderen zonder de betrokkenheid van de juiste politieke instanties.’

Eze haalt het idee van civic nationalism aan, gebaseerd op liberale waarden van gelijkheid, vrijheid en individuele rechten. ‘Je moet de staat in Afrika dan niet als een middel zien, maar als een doel op zich.’ Om het leven van miljoenen Afrikanen te verbeteren is een sterk functionerende staat die de rechten van zijn burgers waarborgt nu eenmaal onvermijdelijk.

Om half twaalf betreedt een opvallende groep van vijf mannen, keurig in pak en stropdas, het Parijse podium. Geen enkele vrouw. Het is een delegatie uit Kinshasa die namens de Congolese regering de nieuwe staat officieel erkent. Daarmee sluit Congo zich aan bij Mauritanië en Jamaica, binnenkort volgt Togo. De woordvoerder stelt dat zijn regering zich bewust is van het feit dat de diaspora bijdraagt aan de ontwikkeling van het land. Helemaal omdat Congo een kind van de diaspora als president heeft.

‘Het is een eer voor ons dat een groot land in het hart van Afrika ons steunt’, antwoordt Tin, de premier van de Staat van de Afrikaanse diaspora. Naast de officiële erkenning krijgt de nieuwe staat het mandaat van het Congolese ministerie van Kunst en Cultuur om in diens naam te spreken over de restituties van geroofd erfgoed. Alleen al in België bevinden zich zo’n 185.000 geroofde kunstwerken uit Congo. De regering van Tin heeft via haar netwerk zowel in België als Frankrijk bijgedragen aan een levendig debat over de repatriëring van dit geroofde erfgoed. Met het nieuwe mandaat van vijf jaar, dat mogelijk verlengd kan worden, heeft de nieuwe Staat van de Afrikaanse diaspora een serieuze politieke opdracht.

‘Dit is een pure staatsgreep, een koloniale daad die niet verward mag worden met inspanningen die zijn geleverd in naam van het panafrikanisme.’ Terwijl Tin in het openbare gedeelte van de conferentie de vragen van journalisten beantwoordt, betreedt een groepje van vier twintigers ongevraagd het podium. Hun doel? De net opgerichte staat ontmaskeren. Het viertal spreekt namens vier Afro-Parijse activistische groepen die de nieuwe staat als een opportunistisch elitair project beschouwen, opgezet door mensen die het verlangen naar eenheid onder de Afrikaanse diaspora voor hun eigen ambities gebruiken.

De spanningen lopen hoog op in de zaal, terwijl Tin de beveiliging niet wil inschakelen om de vier twintigers van het podium te halen. ‘De publieke opinie van Afrikanen en Afro-afstammelingen, waar dan ook in de wereld’, vervolgt het viertal, ‘moet weten dat deze “Staat van de Afrikaanse diaspora”, vandaag hier in Parijs gelanceerd, op geen enkele manier de waarden en de echte belangen vertegenwoordigt van de Afrikaanse diaspora, een sociale groep die van oudsher de oorsprong is van het panafrikanisme.’ Een groepje activisten in de zaal moedigt de jongeren aan. Hier en daar vloeien tranen.

De Black Panther-activisten van de Ligue de défense noire africaine (Alliantie voor de verdediging van zwart Afrika) doen op Facebook live verslag, terwijl het publiek ontsteld de conferentiezaal verlaat. ‘Laten we eerst het anti-zwart racisme in Noord-Afrikaanse landen aanpakken, dan pas kunnen we spreken over eenheid’, zegt Egountchi Behanzin, woordvoerder van de activisten. Hij vindt dat de minister-president Louis-George Tin geen legitimiteit heeft en hij verzet zich tegen het feit dat ‘Arabieren en Noord-Afrikanen’ een prominente rol spelen in de opgerichte staat. Als voorbeeld noemt hij de populaire Marokkaans-Franse humorist en mediapersoonlijkheid Yassine Belattar, die lid is van het kersverse parlement.

De activisten staan in principe wel achter de oprichting van de nieuwe staat, zo blijkt, maar vinden het kwalijk dat ze niet geconsulteerd zijn. ‘Mensen in pak en stropdassen gaan er met de eer vandoor, terwijl wij als activisten dag en nacht al het werk doen’, zegt een Senegalees die met zijn stichting ongedocumenteerde migranten helpt.

‘Dit heb je altijd’, reageert Ludgero Gomes Teixeira. Hij is oprichter van African Diaspora Youth Network in Europe (adyne) en is lid van het Europese parlement van de Afrikaanse diaspora geworden omdat hij in het gepresenteerde plan van Tin en zijn team geloofde. ‘Overal komen dit soort activisten bijeenkomsten van andere mensen verstoren en spreektijd eisen. Het is heel frustrerend. Ik zeg altijd: als je ergens tegen bent, waarom organiseer je je eigen bijeenkomst dan niet? Dan ben je vrij om te doen wat je wilt en te spreken wanneer je wilt.’

Bij de uitgang uiten meer mensen hun woede over de activisten. Een Congolese man, keurig in pak en met hoed, drukt zijn frustratie beeldend uit. ‘Rij jij weleens in een auto? Was jij betrokken bij de uitvinding van een auto?’ vraagt hij aan een verslaggever. ‘Betekent het feit dat jij niet betrokken was bij de uitvinding van de auto dat je daar geen gebruik van mag maken? No!’ Hij benadrukt dat er al lang de behoefte in de diaspora heerst om krachten te bundelen. ‘Wat vandaag is opgericht, is weliswaar door een kleine groep mensen begonnen, maar het is in het belang van de hele Afrikaanse diaspora. Waarom vinden jullie democratie zo belangrijk? Waarom moet iedereen op alle punten worden betrokken?’

Diambi Kabatu is gekleed in kleurrijk Afrikaans gewaad, heeft een ivoren ketting om haar nek en draagt een koninklijke hoed. In haar linkerhand heeft ze haar koninklijke stok. ‘Ik ben een traditionele koningin van de Batwa Lunti in de Kasaï, Congo’, vertelt de minister van Buitenlandse Zaken van de nieuw opgerichte staat. Het geluid van de jonge woedende activisten is nog op de achtergrond te horen. ‘Er is behoefte aan cohesie onder Afrikanen. Er is behoefte om samen te werken en gezamenlijke uitdagingen aan te gaan. Daarom doe ik wat ik doe. Ik investeer mijn tijd en geld in dit initiatief omdat ik in de kracht van samenwerking geloof.’

Ieder lid van de Afrikaanse diaspora kan in principe burger worden van de nieuwe staat, benadrukt Kabatu. ‘Het gaat om een coalitie van “willing participants”. Niemand wordt gedwongen om lid te worden en een eigen Frans paspoort in te leveren. En wie het er niet mee eens is, kan altijd een eigen vereniging oprichten.’ Het gedrag van de jonge, boze activisten verklaart zij als een illustratie van posttraumatische stress en intergenerationeel trauma binnen de Afrikaanse diaspora.

‘Doordat Afrikanen over de hele wereld constant zijn verslagen, hebben ze de vaardigheid ontwikkeld om zichzelf opnieuw uit te uitvinden’, zegt ze. ‘Ze hebben nieuwe talen gecreëerd, zoals het Creools. Afrikanen in de diaspora hebben ook nieuwe culturen tot stand gebracht. Maar de tijd is aangebroken om te beseffen dat Afrikanen over de hele wereld zich met elkaar kunnen verbinden. Dit initiatief voor de Staat van de Afrikaanse diaspora draagt bij aan dat doel.’