Waar moet dat heen?

Verstandsverbijstering op verkiezingsavond

Er zijn meer verschillen dan overeenkomsten tussen de verkiezingen van 1977 en die van vandaag, maar één associatie dringt zich onweerstaanbaar op. Ook een kwart eeuw geleden stonden de verkiezingen in het teken van een gewelddaad. Ook toen overheerste een sfeer van onwezenlijkheid. Verdoofde, verbijsterde kiezers togen ter stembus. En de uitslag was, voor sommigen, verpletterend. Tot zover de parallellen. Een verschil zit, moet je aannemen, in de uitslag. De PvdA boekte in 1977 met 53 zetels, een winst van tien, een historische zege. Ook alle andere partijen van de gevestigde orde behaalden, in mindere mate, verkiezingswinst. Weggevaagd werden de kleine partijen van links en van rechts. Voor PSP, CPN en PPR was dit, achteraf vastgesteld, het begin van het einde.

Op die avond van 25 mei 1977 maakte ik, als hoofdredacteur van De Waarheid, in het CPN-gebouw Felix Meritis aan de Keizersgracht in Amsterdam mee hoe een electoraal vrijwel vernietigde partij (van zeven naar twee zetels) ten prooi viel aan ontreddering en verwarring, uitlopend op doffe berusting bij de kaderleden, complete verstandsverbijstering bij de leiding van de partij. Zo’n ingrijpend, catastrofaal verlies moest wel het gevolg zijn van een rechts complot, luidde de officiële verklaring. Grappig? Evenmin als nu was er toen ook maar iemand voor grappen in de stemming.

Twee dagen voor de verkiezingen, op 23 mei 1977, kwamen alle campagnes met een schok tot stilstand. Het politieke leven verstilde. Jonge Zuid-Molukkers hadden de vijftig passagiers van een trein bij De Punt gegijzeld. Gelijktijdig werden in Bovensmilde 105 kinderen en hun leerkrachten in een basisschool in gijzeling genomen.

Plotseling was het land in de greep van terreur gekomen. Dit was nog eens een gebeurtenis van een andere orde dan de val van het kabinet-Den Uyl over een onbenullig onderwerp als de grondpolitiek. Wat had het nog te betekenen, het gekissebis tussen Den Uyl en Van Agt? Wat stelden de rituele meetings en debatten die doorgingen voor verkiezingsstrijd eigenlijk voor? Nederland stond oog in oog met het drama, de gewapende actie, de dreiging. Het ging nu nog maar om één vraag: overleven al die doodsbange mensen in die trein het, wat gebeurt er in godsnaam met die kinderen in Drente? Daarachter de angst: in wat voor land leven we?

Vijf leden van het demissionaire kabinet vormden een crisisteam. De twee die het woord voerden, premier Den Uyl en minister van Justitie Van Agt, waren de lijstaanvoerders van PvdA en CDA. Zij waren de enige politici die nog het woord richtten tot de aan de televisie gekluisterde bevolking.

Enig verband tussen de verkiezingsuitslag van 1977 en de gijzelingsacties is er mogelijk wel geweest. Vooral Den Uyl straalde het vertrouwen en gezag uit waar een geschokt publiek in bange tijden om vraagt. Maar ook de populaire oppositieleider Wiegel van de VVD boekte flinke winst (van 22 naar 28 zetels) en het is niet echt aannemelijk dat veel kiezers zich binnen 48 uur van hun stuk laten brengen. Factoren die vermoedelijk meer invloed hadden, waren het Den Uyl-effect of de premierbonus (‘Kies de minister-president’) en een verschuiving over de hele linie naar de drie grote partijen. Ter rechterzijde hielden DS’70 en de Boerenpartij elk nog één zetel over, links gingen de PPR van zeven naar drie zetels, de CPN van zeven naar twee en de PSP van twee naar één. Een slachting.

Alleen de CPN weet haar verlies aan de gijzelingsacties. Op gezag van de bejaarde partijleider De Groot werd bovendien opgemerkt dat zij het gevolg waren van een ‘complot van de koloniale reactie’. Nooit vergeet ik de kafkaëske, onwerkelijke bijeenkomst die avond, waar De Groot de hoofdredactie van De Waarheid medeverantwoordelijk stelde voor dit ‘complot’, omdat de krant in een commentaar had opgeroepen de kalmte te bewaren.

Het politieke geweld in Drente heeft de uitslag in 1977 niet wezenlijk beïnvloed. In werkelijkheid had de CPN zichzelf belachelijk gemaakt met de leuze ‘Van Agt eruit, de CPN erin’. Intern werd de partij in beslag genomen door een conflict tussen ‘eurocommunisten’, die zich hadden bekeerd tot een democratisch socialisme, en vertegenwoordigers van de leninistische orthodoxie, die zich fel tegen het kabinet-Den Uyl hadden afgezet en terug wilden naar een pro-sovjetkoers. De nederlaag illustreerde dat noch het één, noch het ander op termijn bestaansrecht had.

Natuurlijk is een vergelijking tussen de nederlaag van de CPN in 1977 en het 25 jaar na dato te verwachten verlies van de PvdA tamelijk bizar. Een in het nauw gedreven grote partij met regeringsverantwoordelijkheid reageert, mag je verwachten, meer bezonnen dan een gemarginaliseerde oppositiepartij. Toch zijn er enkele opmerkelijke associaties met 1977. In het land: ontzetting over een gewelddaad, complotdenken. In de PvdA: verwarring en onzekerheid over de toekomst. Hoe schokbestendig is de PvdA? Ligt ook daar verstandsverbijstering op de loer?

Ik waag een andere voorspelling. Mocht rechts de voorspelde zege boeken en mocht het verlies van de PvdA rampzalige vormen aannemen, dan zal het niet bij een leiderswisseling blijven. Dan komt net als na 1977, maar op grotere schaal, een hergroepering op de agenda te staan. Dan zal de vraag worden gesteld naar de toekomst van de PvdA en andere progressieve partijen. Dan komt een ingrijpende herverkaveling van het politieke landschap aan de orde.