FILM

Versteend leven

Water Children

Waterkinderen zijn dode kinderen in de onderwereld die de mythologische Sanzurivier niet kunnen oversteken, omdat ze in leven nog te weinig goede daden hebben verricht. Elke dag moeten ze, eeuwig gevangen op de oever, steentjes op elkaar stapelen als bidplaats voor hun ouders in de echte wereld. Maar ’s avonds komen demonen die standbeeldjes vernietigen. Over de waterkinderen ontfermt zich de heilige Jizo Bosatu die hen onder zijn mantel verstopt en mantra’s ten gehore brengt. Zo vinden niet alleen de waterkinderen troost, maar ook hun ouders.

In Boeddha’s en Kami: De ontwikkeling van de Japanse religie stelt H. van der Veere dat het fenomeen van de verering en aanroeping van de heilige Jizo Bosatu pas vanaf de jaren zeventig voeten in de aarde heeft gekregen. Ouders die een kind hebben verloren kunnen stenen beeldjes bij tempels plaatsen waar men vervolgens de mizuko kuyo verzorgt, oftewel de ceremonie voor de ‘waterkinderen’.

Dit boeiende visuele en narratieve ritueel vormt de rode draad in de documentaire Water Children waarin regisseur Aliona van der Horst, die eerder het bekroonde Boris Ryzhy (2009) maakte, de Nederlands-Japanse avant-gardepianiste Tomoko Mukaiyama volgt tijdens het maken van een beeldend kunstwerk over het thema vruchtbaarheid: in een enorme ruimte in het dorpje Sanga Mura heeft Tomoko duizenden witte jurken opgehangen, sommige ervan bevlekt met menstruatiebloed van de pianiste zelf. Bezoekers van het kunstwerk, veelal vrouwelijke dorpelingen, dwalen tussen de jurken rond en gaan zelfs op de vloer zitten om het effect ervan volledig te kunnen ervaren. Ze fluisteren tegen elkaar. Over wat het allemaal betekent. Maar misschien is dit maar een indruk die wordt gewekt door de beelden en weten ze precies wat de betekenis van de besmeurde jurken is. Tomoko: 'Het werk gaat niet over de menstruatie, maar over het “maandbloed”, over het leven zelf.’

Afgewisseld met deze scènes laat Van der Horst vrouwen aan het woord die óf kinderen hebben verloren óf over hun ervaring van seksualiteit en vruchtbaarheid vertellen. Maar gaandeweg blijkt dat de film vooral ook een persoonlijke betekenis voor de regisseur heeft. Mooi is hoe Van der Horst, zelf kinderloos, haar eigen perspectief op de achtergrond probeert te houden, maar uiteindelijk toch ervoor kiest háár verhaal te vertellen. In gesprek met Tomoko zegt ze: 'Misschien dacht ik dat ik zelf zwanger zou kunnen worden door deze film te maken.’ Zwanger worden heeft ze inmiddels opgegeven.

Hier sijpelt de motivering van de maker door - en dat moment is eerlijk en prachtig. Haar innerlijke stem laat ze subtiel horen door sporadisch een stijlbreuk te plegen; soms wisselt ze de vertelstijl in de derde persoon af met de blik van een ik-figuur. De beelden van dit 'personage’, die wij vanuit haar ogen te zien krijgen, zijn ogenschijnlijk op super-8 gedraaid en vertonen warme, verzadigde kleuren. Juist deze beelden geven vorm aan scènes die zich tijdens een ceremonie voor 'waterkinderen’ lijken af te spelen. Ze hebben een intieme kwaliteit, een intensiteit die je niet makkelijk loslaat: van heel dichtbij gefilmde, strakke gezichtjes gevormd uit steen, die niet leven of dood afbeelden, maar juist versteend leven, eeuwig gevangen op de oever in de onderwereld waar geen soelaas mogelijk is, behalve die van de heilige Jizo.

Beide 'hoofdpersonen’ suggereren in Water Children dat ze door kunst, misschien in kunst, troost vinden. Behalve in haar kunstwerk met de witte jurken lijkt Tomoko dat ook te vinden in de piano. In de film speelt ze de Goldbergvariaties van Johann Sebastian Bach.

Juist dit samenspel tussen beeld en geluid maakt Water Children tot een onvergetelijk, claustrofobisch werk dat in het uitbeelden van vergezichten vol diepe, groene bossen of van close-ups die overlopen van glimmende waterdruppels op lange, scherpe grashalmen bij vlagen even zinnelijk is als Werner Herzogs vroege films, of ál de films van Terence Malick, vooral het nieuwe Tree of Life. Al deze werken speuren op visuele, poëtische wijze naar de betekenis van universele motieven rond leven en dood, geboorte en afsterving. Het kijken ernaar representeert op zichzelf een rituele gebeurtenis, bijna als een soort rouwen. Of als een uitgerekt moment van het sublieme.

Te zien vanaf 14 juli