Verstilde dichter

Rineke Dijkstra portretteerde Remco Campert door detail na detail zorgvuldig te arrangeren, teneinde achteloosheid en nonchalance te suggereren.

REMCO CAMPERT (net tachtig geworden) op een voornaam gekruld bankje: is dat een echt portret of toch een wat informele mise-en-scène? We kennen de zorgvuldigheid van Rineke Dijkstra’s werk: geen kunstenaar van vlotte kiekjes. Aan hoe de dichter op de bank zit, wachtend op de camera maar toch wel ontspannen, zien we de bedachtzame regie van de fotograaf. Campert zit daar iets naar voren met zijn gebogen armen op de bovenbenen rustend, het bovenlichaam zo (bijna onmerkbaar) gedraaid en het linkerbeen zo geplaatst dat de ledematen links van schouder tot voet in een rechte lijn liggen. Maar omdat het rechterbeen (met die puntige schoen) iets verder naar achteren en ook naar rechts reikt, heeft Dijkstra daar een zigzagbeweging kunnen arrangeren – met behulp ook van de licht schuine positie van de rechterarm, waarvan trouwens de elleboog, ten opzichte van de andere, iets dieper is doorgezakt en daardoor ook de lijn van de schouder. Op die manier valt de rechterschouder vrijwel samen met de krul van het bankje dat, door de positie van de schouders, aan de andere kant abrupt weer te voorschijn komt.
Natuurlijk komt dit ook omdat Dijkstra de dichter iets uit het centrum heeft geplaatst. Er is dus, bij nader inzien, niets informeels aan het organiseren van deze foto. De suggestieve nonchalance is, zoals altijd in kunst, met instinct en overleg gearrangeerd: van detail naar detail, tot en met zoals de handen losjes gevouwen zijn. Tot en met ook het zo verschillend te voorschijn komen van de manchetten – binnen deze uitgekiende zorgvuldigheid vormen die een ware visuele gebeurtenis. Ten gevolge van deze opbouw, een patroon van afwisselend rechte of schuine contourlijnen die, als het alternerend rijm in een sonnet, deze foto haar rustige levendigheid verschaffen, rust het hoofd van de dichter bijna achteloos op de romp – zo achteloos als de romp op de bank zit. Ook houdt hij zijn hoofd een beetje scheef. Zo is deze foto een suggestieve mise-en-scène van kleine opeenvolgende afwijkingen van posities (recht, schuin, schuiner, rechter) en daarom zit er onrust in de foto. Dit is, om zo te zeggen, nog steeds niet Camperts definitieve gezicht. In dat hoekje op dat elegante bankje zou hij nog best een keer kunnen gaan verzitten, een sigaret opsteken zelfs, en wat gebeurt er dan met het gezicht?
Eerder dit jaar heeft Rineke Dijkstra twee portretfoto’s van Remco Campert gemaakt, voor zijn verjaardag, in opdracht van De Bezige Bij. Onlangs bevestigde zij wat ik instinctief al eerder wist: dat die op het bankje de eerste was omdat ik kon zien dat de tweede foto, Remco ten halve lijve, veel beter is – omdat daar wel die roerloze scherpte bereikt is die, hebben we gezien, de artistieke ambitie van Rineke Dijkstra is. Want hoe maak je in hemelsnaam foto’s na Mondriaan? De onschatbare bijdrage van Mondriaan, zo heeft Kounellis mij in een gesprek ooit uitgelegd, is dat hij de schaduw uit de schilderkunst heeft verwijderd, vandaar zijn eclatante helderheid.
Rineke Dijkstra is als kunstenaar opgegroeid, in Nederland, in een omgeving waarin de helderheid van Mondriaan, fragiel en trefzeker, een nieuw paradigma van schoonheid geworden was. Laat ik haar esthetische positie zo maar samenvatten. Daarom is het tweede portret van Remco Campert, de tweede versie van de opdracht, stiller en dus beter dan het eerste: in een nog kristallijner, schaduwloos licht. Doordat het scenische rekwisiet, het bankje, werd weggelaten kon het beeld verticaal worden. In een horizontale foto moet de brede ruimte gevuld worden – met, zoals we zien, een positionering van het lichaam in de breedte. Daardoor ook kwam het gezicht van de dichter lager te liggen. In het verticale portret ligt de kop nadrukkelijk hoger – groter ook en veel statiger gedragen door het lichaam, als door een sokkel.
De handen rusten op de bovenbenen: net zo veel bovenbeen als nodig is voor die twee stille handen, vingers gesloten en vingers gespreid – met manchet en met horloge, steeds weer en overal in de detaillering zulke differentiatie. De afstand tussen handen en gezicht is maximaal. Dat schept ruimte voor de opwaartse energie van de torso, een voorname gestalte, stil en rijzig als een stèle. De hele figuur is gevat en gefixeerd in een loepzuivere, slanke contourlijn die, lichtjes kronkelend en zonder formele dwang, het geheimzinnig verstilde portret toch een onnavolgbare levendigheid verschaft. Zo, wat afstandelijk, gaat de dichter er nu voor altijd uitzien. Dit schreef hij zelf ooit over kunstmaken: ‘Om het te maken/ zijn er zo veel manieren/ maar het eindigt/ van plan of niet/ op die ene manier/ die alle andere uitsluit…’

Het gedicht van Remco Campert (Vijfletterwoord) begint op bladzijde 713 van zijn zojuist verschenen nieuwe uitgave van Dichter (2009)