Nicolai Vavilov in Sells, Arizona. Verenigde Staten, mei 1930 © Homer Leroy Shantz / The University of Arizona Herbarium

Soms begin je zo blanco aan een boek dat het een tijdje duurt voordat je door hebt welk genre je leest. Zo meende ik bij De plantenjager uit Leningrad te maken te hebben met een fictieve geschiedenis. Goed bedacht door Louise O. Fresco: een wetenschapper heeft begin vorige eeuw onder Lenin en Stalin een geheime verzameling zaden, wortels en knollen aangelegd, vergaard tijdens talloze expedities. Alleen van tarwe heeft hij al dertigduizend variëteiten.

Het doel van die agrarische ark van Noach – lang vóór de zadenbank van Spitsbergen – was om gewassen te vinden tegen de massale hongersnoden. Degenen die de geheime kelders in de jaren veertig bewaken, lijden zelf aan vreselijke honger, maar weerstaan de verleiding om van ‘de Collectie’ te eten.

Een wreed-ironisch, wat surrealistisch uitgangspunt, dacht ik, maar al snel bleek dat deze professor Vavilov werkelijk heeft bestaan. Dan moet je even opnieuw scherpstellen. Wat voor boek lezen we nu eigenlijk? Een echte biografie is het duidelijk niet. Een vie romancée dan, waarbij het veelbewogen en ook tragische leven van Nikolaj Vavilov (1887-1943) is bewerkt tot een roman?

Ook dat niet echt. Ja, er zijn soms scènes en dialogen, maar het lijkt niet de bedoeling om werkelijk tot het intieme leven van Vavilov door te dringen. Het helikopterperspectief overheerst. ‘Tijdens die eerste expeditie is hij 29 en bruist hij van energie’; ‘Dankzij de reis naar de Pamir begint hij zich voor te stellen wie hij zal worden’. ‘In eerste instantie lijken de effecten van de revolutionaire gebeurtenissen hem niet echt persoonlijk te raken.’ De vertelstem is die van een documentaire – vrij afstandelijk, feitelijk en ook wat koel, zeker als je de weldadige, weelderigere stijl van Fresco’s eerdere roman De idealisten (2018) verwacht.

Maar dan, na een paar hoofdstukken, is het me duidelijk dat het daar juist om gaat. Dit is niet zozeer de biografie van een persoonlijk leven, als wel van iemands ideeënwereld. Fresco, zelf wetenschapper op het gebied van voedseltechnologie, volgt nauwgezet de wetenschappelijke en intellectuele ontwikkeling van Vavilov, met sterke nadruk op zijn inzichten in de genetica en evolutieleer. ‘Voor hem is het een logisch en baanbrekend inzicht: niet alleen de natuur selecteert in de loop van de tijd. De mens doet hetzelfde, namelijk selecteren uit de aanwezige diversiteit van planten en gewassen, alleen vele malen sneller.’

De stuwende verhaallijn is dan ook geen plot, maar wordt gevormd door Vavilovs zoektocht naar methodes om gewassen te vinden en te manipuleren om honger te bestrijden. Centraal hierin staat zijn intuïtie dat je hiervoor terug moet naar de streken in het Midden-Oosten waar de landbouw is begonnen, en waar je de wilde, nog niet gedomesticeerde variant kunt vinden. Dat vindt hij in de Pamir, een gebergte in Centraal-Azië.

‘Niet alleen de natuur selecteert in de loop van de tijd. De mens doet hetzelfde’

De geestdrift die uit dit boek spreekt, is vooral wetenschappelijk van aard. Aan alles merk je de fascinatie van de auteur voor deze wetenschapper. Louise Fresco werkte zelf bij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, met de bestrijding van hongersnood als een van de hoofdmissies.

Het gaat om doorbraken, tegenslagen, uitdagingen, ontdekkingen en invloeden, en die volg je in dit boek van dichtbij. Je begint te begrijpen waarom Vavilov zich politiek zo afzijdig hield, en ook tijdens de dreigingen na de revolutie van 1917 stug bleef doorwerken. ‘Hij blijft overmoedig, niet uit een gebrek aan angst, maar omdat hij volledig opgaat in zijn nieuwe theorieën en de plannen die daarbij horen.’

Ook onder Lenin volhardt hij, maar als Stalin aan de macht komt, raakt hij totaal in het nauw. Niet alleen leunt hij te veel op de westerse wetenschappen, zoals de mendeliaanse genetica, ook komt hij in de verdrukking door een nieuwe wetenschappelijke ster, Trofim Lysenko, een landbouwkundige die in de smaak valt bij het sovjetregime vanwege zijn pasklare, makkelijke oplossingen. Niets genetica, niets immuniteit kweken met langdurige en ingewikkelde veredelingsprocessen, nee, je hoeft tarwe maar in ijskoud water te leggen en het is aangepast aan het klimaat.

Lysenko, ‘de landbouwkundige op blote voeten’, wordt zo het schrikbeeld van de populistische pseudo-wetenschapper, een soort Willem Engel van de landbouw. Fresco trekt die parallel niet expliciet, maar dit boek is overduidelijk een hartstochtelijk pleidooi voor zorgvuldige wetenschap, voor internationale wetenschap ook, en tegen het gevaar van politici die zich inlaten met feitenvrije charlatans.

De plantenjager uit Leningrad is van zulke wetenschappelijke idealen een verdediging, ook op een vrij letterlijke manier. Elk hoofdstuk begint met een reeks ondervragingen door een nkvd-kolonel (‘Waarom ging u op de knieën voor de kapitalistische wetenschap?’). Vavilov is na zijn arrestatie namelijk urenlang, staand, verhoord, en weigerde antwoorden te geven. De hoofdstukteksten zelf worden op die manier onuitgesproken verklaringen of herinneringen die Vavilov in het verborgene overdenkt.

Vooral tegen het einde wordt het verhaal hiermee aangrijpend. Hij wordt ter dood veroordeeld, maar in plaats van hem de kogel te geven, hongeren ze hem uit. ‘Hij, de onderzoeker, die nooit honger heeft gekend, ervaart nu pas, op het eind van zijn leven, wat honger is.’

Als het fictie was, zou je zeggen dat de cirkel daarmee wat ál te rond is.