Vertaalde literatuur

Jon McGregor
Als niemand over opmerkelijke dingen spreekt
Uit het Engels (2002, If Nobody Speaks of Re markable Things) vertaald door Mea Flothuis. De Arbeiderspers, 233 blz., e 17,95

Het boek bestaat uit een aaneenschakeling van op het eerste gezicht onbetekenende momenten in zomaar een straat, buiten en binnen, in zomaar een Engelse stad. De observaties van een meisje wis selen af met die vanuit een hoger standpunt vanwaar alles overzien en tot in de kleinste details doorzien, gehoord en geroken wordt. Het doet denken aan waarnemingsproeven van Pe rec. Dan zijn er op het laatst een paar mo menten die uitvergroot worden: een (blind ogende) man wordt van een hoogte afgeduwd, maar een elastiek breekt zijn val. Dramatischer is de vertraagde opname van een auto die een jongetje gaat scheppen: de blow-up van een ogenblik, die zijn sporen zal nalaten bij iedereen die machteloos moet toezien. Ooit lag het voor de hand dat een debutant iets nieuws probeerde; nu zeg je in zo�n geval: je moet maar durven (McGregor is van 1976). Het is trouwens maar de vraag of hiervoor een heel boek nodig was: het idee spreekt meer tot de verbeelding dan de in principe eindeloze afwikkeling. �Hij zegt, als niemand over opmerkelijke dingen spreekt, hoe kun je ze dan op merkelijk noemen?� Dertig pa gina�s later wordt de opmerking � inhoudelijk en stilistisch � ontkracht: �En er is een onderbreking in de orde der dingen, een pauze, flauw als het sidderend ge fladder van de verregende vleugels van een mot, iets onverwachts. Iets opmerkelijks.�

Ter�zia Mora
Alle dagen
Uit het Duits (2004, Alle Tage) vertaald door Nelleke van Maaren. De Bezige Bij, 430 blz., e 24,90
Op een zaterdagochtend vinden drie arbeidersvrouwen op een miezerige speelplaats een man ondersteboven aan een klimrek hangen, net niet dood: een dakloze, gemolesteerd door zware, voorheen kleine jongens. Abel Nema is ooit als negentienjarige uit (vermoedelijk) Joegoslavi� naar B. (vermoedelijk Berlijn) gekomen. Hij is tien talen machtig, die hij vooral spreekt om niets te zeggen, nomen sit omen. Hij dwaalt van het ene milieu naar het andere, het ene al excentrieker dan het andere; verdwaalt ook vaak, komt te laat op zijn bruiloft � een schijnhuwelijk met een oudere lerares ter wille van papieren � en ook te laat bij de scheiding. Een lege invulfiguur: �Hij ziet er zo normaal uit, en daarom duurt het een poos voordat je merkt dat hij in werkelijkheid als een magneet alles aantrekt wat merkwaardig, belachelijk en triest is.� Iedereen bemoeit zich met hem, vooral vrouwen zien in de stomme meneer Niemand een dankbaar object voor hun bemoeizorg. Hijzelf doet niets, denkt niets � zelfs zijn hallucinaties zijn echo�s � en wil ook niets. Mora (1971) vertelt in feite alles al in de eerste honderd pagina�s. Die flarden spint ze allemaal nog eens uit om van de verhalen een lappendeken van een roman te maken; verzwaard met veel symboliek (denk bij Abel aan Ab�lard). In de Hongaarse literatuur verschijnen al geruime tijd interessante schrijvers; daar voegen zich nu ook in het Duits schrijvende bij, na Zsuzsa Bankt nu Ter�zia Mora, die tien jaar geleden debuteerde met een verhalenbundel.

Albert S�nchez Pi�ol
Nachtlicht
Uit het Spaans (2005, La pell freda) vertaald door Elly Bov�e. Cossee, 224 blz., e 19,90

Een jonge Ier, teleurgesteld door wat de overwinning van de republikeinen op de Engelsen oplevert � een voortzetting van de dwingelandij � gaat voor een jaar als meteoroloog naar een piepklein eiland van Antarctica. Daar herhaalt zich in zekere zin de geschiedenis die hij ontvluchtte. Hij en de enige andere eilandbewoner, een onberekenbare Oostenrijkse vuurtorenwachter, worden avond aan avond bestormd door monsters uit zee: afzichtelijke reuzenkikvorsen met vliezen tussen de vingers. Die oorlog en de rivaliteit tussen de twee mannen � met als inzet een vrouwelijk monster dat voor de liefde goed schijnt toegerust � nemen een vol jaar in beslag. Een Crusoe-variant die enige tijd verrassend en prikkelend is, totdat het verhaal meer en meer in een moraliteit verandert. De ommekeer vindt plaats als het weermannetje be seft dat de zeemonsters � goedbeschouwd � hun territorium (?) tegen indringers verdedigen. Nu ontpoppen zij, de twee stukken menselijk wrakhout, zich als de eigenlijke monsters. En zie dan eens op het eind al die kleine zeemonstertjes, zo aandoenlijk; de uit zee opgehaalde bedgenote was van dichtbij ook een sierlijke nimfette. De roman bezwijkt onder de goede bedoelingen. Onduidelijk hoe hij gered had kunnen worden; in elk geval niet door aan het eind een nieuwe meteoroloog aan land te zetten en de vorige de rol van de door zeemonsters uit zijn lijden geholpen vuurtorenwachter in te laten nemen. De geschiedenis herhaalt zich. Het boek, de eerste roman van Pi�ol (1965), schijnt al jaren een wereldwijd succes te zijn.

Leonardo Sciascia
De Raad van Egypte
Uit het Italiaans (1963, Il Consiglio d�Egitto) vertaald door Frans Denissen en Tom de Keyzer. Serena Libri, 226 blz., e 18,90

Leonardo Sciascia heeft behalve politieke speurdersromans, waarvan de meeste, al of niet eerder vertaald, bij Serena verschenen zijn, ook historische romans geschreven, zoals deze over Sicili� ten tijde van de Verlichting. Er zijn twee op het eerste gezicht gescheiden hoofdpersonen in het spel: een uit Malta afkomstige priester, Giuseppe Vella, van wie verondersteld wordt dat hij het Arabisch beheerst en die als vertaler furore maakt, en een verlichte jurist, Di Blasi, die vanuit Palermo een revolutie wil ontketenen. Beiden opereren vanuit verschillende idee�n, maar uiteindelijk raken ze elkaar nauw, zij het dat de gekozen middelen dia metraal tegenover elkaar staan. De bezittende klasse knijpt �m omdat uit de oude Arabische kroniek die de priester vertaalt blijkt dat hun aanspraken en privileges op niets berusten. Iedereen probeert de vertaler te paaien om hem tot gunstige veranderingen in de tekst te bewegen. Eerst is het vervalsen het wapen van de priester, daarna de onthulling dat het een vervalsing is � ondertussen bewijst hij vooral de superioriteit van de verbeelding boven de (altijd corrupte) geschiedschrijving: je kunt de geschiedenis beter verzinnen dan vervalsen. De jurist, die voor gewelddadige middelen kiest, verliest en wordt gemarteld. Het boek gaf in de jaren zestig alle aanleiding tot interpretaties naar het politieke heden, maar Sciascia zelf gaf, op een uitval tegen martelen na, aan die verleiding niet toe. Geen maffia, wel de voorgeschiedenis.

Daniel Pennac
De dictator en de hangmat
Uit het Frans (2003, Le dictateur et le hamac) vertaald door Truus Boot. Meulenhoff, 320 blz., e 18,50

Met de eerste veertig pagina�s was het ook al mooi geweest, wat de dictator aangaat; maar de hangmat en daarin de schrijver zouden buiten beeld gebleven zijn. De jonge Pereira ruimt de zittende dictator uit de weg en wordt als opvolger geaccepteerd omdat hij de les van zijn vader, een brave grootgrondbezitter, in praktijk brengt: �Aan een man die luistert, worden geen vragen gesteld� � een luisterende dictator is een revolutionair. De nieuwe lijdt aan pleinvrees, nadat een waarzegster hem voorspeld heeft dat hij op een plein gelyncht zal worden. Pereira vindt een dubbelganger en neemt de benen; vanuit Europa blijft hij zijn directieven sturen. De dubbelganger neemt op zijn beurt een dubbelganger, en deze vervolgens weer een derde, enzovoort � niemand die het lijkt te merken (maar niet heus: dat is de filosofische clou). Pereira ontkomt uiteindelijk niet aan zijn lot, omdat de roman dat wil. Die wordt vanuit de hangmat bestuurd door Pennac, die vertelt hoe hij bij toeval in Brazili� terechtgekomen is, met als voornaamste motief dat hij van het land niets wist. Als een vaardig poppenspeler � dictator vanuit de hangmat � houdt hij zijn personages aan het lijntje, onder wie Chaplin, Rudolph Valentino en vele vrienden en bekenden. Een boek over dubbelgangers en tweelingen, en onder veel meer een even geestige als intelligente hommage aan The Great Dictator, van wie Hitler het snorretje had nageaapt. Een beetje schmieren hoort bij dit genre; zelfs een melige Pennac is nog te genieten.

Gianni Riotta
Alborada: Vuurwerk in de ochtend
Uit het Italiaans (2002, Alborada) vertaald door Henny Vlot. Atlas, 251 blz., e 19,90

April 1944: als zijn geliefde hem per brief bericht dat zij op hun Zuid- Italiaanse tonijneiland gaat trouwen met hun beider wiskundeleraar heeft de jonge Italiaanse soldaat maar ��n ding in zijn hoofd: het huwelijk voorkomen. Daarvoor moet hij eerst wel zien te ontsnappen uit het krijgsgevangenenkamp midden in de Verenigde Staten. De lange reis dwars door Amerika naar New York wordt een grillige tocht van veertig dagen, die de Italiaan alleen overleeft dankzij de steun van een Amerikaanse luitenant die hem al meteen buiten het kamp helpt. De onbekende is onbaatzuchtig; hij wordt opgejaagd omdat men hem aanziet voor een Duitse duikbootkapitein. Hij blijkt een Italiaan, zij het een met de nazi�s collaborerende fascist, met eveneens ��n doel: Musso lini vermoorden. In Amerika zaten op dat moment een half miljoen Duitse officieren en soldaten in kampen, voornamelijk in Afrika gevangen, �n vijftigduizend Italiaanse POW�s. Het is maar dat de lezer het weet. Net als de eerste roman van Riotta, Prins van de wolken, een intrigerend boek, misschien vooral vanwege de historische feiten. Dan moet je op de koop toe nemen dat het verhaal soms stijf staat van de hoog dravende ge sprekken. En Riotta krijgt de achtervolging van de geheimzinnige Duits-Italiaans-Amerikaanse luitenant en de terugreis van de argeloze hoofdpersoon nauwelijks gerijmd. Maar de reis door Amerika�s binnenlanden is wel een bizar verhaal. De titel slaat op een populair gebruik op het geboorte-eiland van de hoofdpersoon, maar dekt de lading verder helemaal niet.

Jean-Christophe Grang�
Voorbij de zwarte lijn
Uit het Frans (2004, La ligne noir) vertaald door Th�o Buckinx. De Geus, 511 blz., e 22, 50

Wie ��n moord pleegt is een onnozele hals; de seriemoordenaar heeft een ziek, maar vaak geniaal brein � zo is de mode. Een journalist, de voze glamourwereld van de schandaaljournalistiek beu, gaat op jacht naar de essentie van het kwaad. Die zoekt hij in het hart of het hoofd van een Franse diepzee duiker die in Maleisi� ge�xecuteerd gaat worden voor een serie bizarre moorden op vrouwen. Om toegang tot het si nistere genie te krijgen neemt de held de identiteit aan van een bloedmooie filosofiestudente. Op beetje bij beetje verstrekte indicaties van de moordenaar � in brieven en e-mails � volgt hij het bloedige spoor dat de booswicht door diverse Aziatische landen getrokken heeft: de lijn even zwart als het gestolde bloed in de sneden in de vrouwenlichamen. De spanning wordt om te snijden wanneer de moordenaar vlak voor de terechtstelling ontsnapt en in Parijs opduikt om wraak te nemen op de journalist, die een bestseller over de moordenaar heeft geschreven, en diens alias die in het echt een wereldberoemd fotomodel is geworden. Wat bewoog de journalist? De zelfmoord van een school kameraad en de wrede moord op zijn verloofde. En wie denkt de lezer � al na het eerste hoofdstuk � dat daarachter stak? Juist, niet zo moeilijk in een boek dat aan elkaar hangt van effecten uit de tweede en derde hand. Dieptepsychologie: zoek de moeder van de dader. Nog diepzinniger: Het Kwaad, met hoofdletters!

Helmut Krausser
Pijn
Uit het Duits (2001, Schmerznovelle) vertaald door Gerrit Bussink. De Geus, 125 blz., e 16,90

Krausser (1964) poseert graag geleund tegen de zelfkant van de maatschappij, �het volle leven�; geen flap zonder de vermelding dat hij in een punkband speelde, gokte en clochard was. Hij schrijft dikke romans, zoals het vorig jaar vertaalde Thanatos (1995), een mytho sofische brij met als ingredi�nten: tekstvervalsing, moord en erger. De nu vertaalde novelle is van recenter datum en dunner, maar van hetzelfde laken een pak. Een psychotherapeut logeert bij zijn promotor, voornamelijk vanwege de vrouw des huizes, hem door de gastheer geoffreerd. Die brengt hem ook in contact met een gewezen actrice die voor de bezoeker een obsessie wordt. Maar wie is er nou gek? Hij, de arts die vooral belust is op pijn doen, of zij, die de rol van de dooie echtgenoot erbij doet? Vernietigingsdrang, amour fou, depersonalisatie, liederlijke taal: woorden, woorden, woorden. Het hele handboek SM wordt geciteerd, alles benoemd, niets getoond: �Maar hoe meer Johanna me aantrok � tot ver voorbij iedere medische dimensie � hoe sterker in mijn binnenste mijn woede groeide. Mijn vernietigingsdrang.� Op die andere dimensie trakteert Krausser de lezer nog diezelfde pagina, een levensles: �Als het lichaam een testballon wordt en de orkaan nog geen oog heeft. Met het klimmen der jaren komen ervaring en reflectie oneindig dicht bij elkaar te liggen, tot ze praktisch gelijktijdig het lichaam sturen. Het hoogste gebod van dit koppel is: onoverzichtelijke risico�s voor het lichaam vermijden.�