Menno Hurenkamp

Vertalen in panels

Eind jaren negentig was het een brandende kwestie: de toekomst van de overheid. Waren ambtenaren verantwoording schuldig aan hun minister? Was de nationale staat geloofwaardig door de globalisering? Media professoren die zich nu op verzoek boos maken over Allah ontploften toen op bestelling in de uitzending wanneer de grote socioloog Max Weber niet geëerd werd. Inmiddels staat de hervorming van de publieke zaak op een lager pitje. Staatkunde betekent tegenwoordig vooral verwarring. Minister Thom de Graaf lijkt zijn kiesstelselhervormingen in het Latijn te hebben geschreven — wie het snapt wordt meewarig aangekeken. Ook nieuw management van de overheid wordt gedoogd, niet bediscussieerd. Vorige week liet het ministerie van Algemene Zaken via een persberichtje weten dat de overheid de zaken in de toekomst anders gaat aanpakken, beter ook.

De kern is dat de overheid minder beleid wil maken en meer wil uitvoeren — geen nieuwe plannen dus, maar vooral de oude afmaken. Daarom worden echte leiders aangesteld op ministeries en krijgen ambtenaren prestatiebeloning. Omdat het allemaal al eens gezegd is doet het wat droevig aan. Een citaat uit de aankondiging. «De vraag welke (sic) probleem het beleid nu eigenlijk oplost moet volgens het kabinet een vanzelfsprekende vraag worden. Dit (sic) kan worden vertaald in zogenaamde burgerhandvesten en burgerpanels waardoor mensen meer inzicht krijgen in welk probleem de overheid oplost en welke afspraken er zijn gemaakt.» Gaat de overheid problemen oplossen terwijl ze dat eerst niet deed? Gaat de overheid vanzelfsprekende vragen vertalen in burgerpanels? Hoe doe je dat? Of gaan panels het beleid vertalen?

Achter dit gebrabbel schuilt een serieuze kwestie. De staat wil de burger een beetje piepelen. Zie de combinatie van meer beleid willen uitvoeren en het verlangen om meer begrip van de burgers te krijgen. Meer doen én meer begrip zijn niet per se strijdig, maar het lijkt er in Nederland wel veel op. De hindermacht is hier nu eenmaal groot en de realisatiemacht klein. Als de overheid méér gaat doen, neemt in principe het verzet automatisch toe. Vandaar dat het ministerie van Algemene Zaken de warme hoop uitdrukt dat «mensen meer inzicht krijgen» met door de overheid zelf ingestelde «burgerpanels». Let wel, het gaat hier om begrip voor, niet om invloed op het beleid. Vroeger kwamen de burgers zelf in actie, als ze dachten dat ze de goede bedoelingen van een aanvliegroute boven een woonwijk niet begrepen. Tegenwoordig acht de staat het beter van tevoren tekst en uitleg te geven, waarbij je niet zeker bent welke angst groter is bij de beleids makers — dat de burger dwars gaat liggen of dat het beleid de burger geen zier meer interesseert.

Wat een contrast met die ándere burger uit het universum van Balkenende. Díe is wars van leiderschap en moet met «vraag sturing» op zijn wenken bediend worden. Die burger zit tot de maagklep gevuld met eigen verantwoordelijkheid, mag zeker niet bij de hand genomen worden bij het regelen van zijn dagelijks brood of de verzorging van zijn oude moeder. Verbindend element tussen deze ogenschijnlijk tegenstrijdige visies op onderdanen is het herstel van hiërarchie: de ene burger moet voorgelicht, de andere op zijn plicht gewezen.