Ger Verrips, Biografie van Karel van het Reve

Vertegenwoordiger van de beschaving

Ger Verrips Denkbeelden uit een dubbelleven: Biografie van Karel van het Reve
De Arbeiderspers, 468 blz., € 32,-

Karel van het Reve schreef ooit dat als hem gevraagd zou worden waarop hij zich liet voorstaan hij zou antwoorden dat hij trots was op het feit dat hij bepaalde schrijvers zelf ontdekt had. Hij voegde eraan toe dat het hiervoor wel nodig is dat je heel weinig van literatuur weet, maar dat het niettemin bijzondere voldoening schenkt als je zelfstandig tot de ontdekking komt dat bepaald proza van uitzonderlijke klasse is.
Jarenlang was ik er best trots op dat ik zelf Karel van het Reve had «ontdekt». Eind jaren zeventig wist ik slechts dat hij «de broer van» was, en verder werd er in de kringen waarin ik verkeerde hooguit negatief over hem gesproken. Hij zou al net zo rechts zijn als Gerard, een anticommunistische provocateur. Toevallig zag ik in de bibliotheek zijn bundel Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes liggen, en geïntrigeerd door die titel nam ik het boek mee naar huis.
Enthousiast over de aanstekelijke nurksheid, de tegendraadse opvattingen en de quasi-achteloze maar uiterst geraffineerde stijl maakte ik de volgende dag enkele medestudenten deelgenoot van mijn ontdekking. De reactie was ontmoedigend: «Ach, dan kun je ook net zo goed De Telegraaf lezen.» Gezien het feit dat hij in tal van bladen schreef, zijn stukken regelmatig werden gebundeld en hij bovendien de P.C. Hooftprijs kreeg, moet Karel van het Reve meer lezers hebben gehad — ik kwam ze echter nooit tegen. Ook bij openbare optredens leken er meer mensen te zijn die een afkeer van hem hadden dan dat er bewonderaars waren. Een signeersessie bij de Amsterdamse boekhandel Athenaeum trok in 1982 niet meer dan zeven belangstellenden.
Na de val van de Muur en de algehele teloorgang van het progressieve wereldbeeld en dito levensgevoel is dat anders geworden. De laatste jaren voor zijn dood, in 1999, mocht Van het Reve het nog meemaken dat hij in brede kring werd gewaardeerd als een belangrijk essayist en onafhankelijk denker. Het beeld was zo radicaal omgeslagen dat het niet anders kan dat van tijd tot tijd iemand opstaat om te beweren dat Van het Reve mateloos werd overschat, dat zijn humor vrij kinderachtig was, dat hij van veel onderwerpen waarover hij schreef helemaal niets wist en moedwillig de zaak verdraaide, dat hij een vervelende, gelijkhebberige en rancuneuze man was. In De Groene Amsterdammer van 10 januari werd deze visie met verve uitgedragen door Kees ’t Hart.
Na lezing van dat artikel begon ik me af te vragen of ik het allemaal zo verkeerd had gezien, of ik misschien ook zo’n kinderachtig en vervelend jongetje was, dat slechts behagen schept in «het speelgoed van anderen kapot te trappen om vervolgens te zeggen dat het toch al beroerd speelgoed was». Daarom begon ik steeds nieuwsgieriger te worden naar de aangekondigde biografie van Van het Reve.

Het leven en het werk van Karel van het Reve (1921-1999) zijn niet te begrijpen zonder besef van de rol die het communisme tussen 1917 en 1989 heeft gespeeld. Zijn vader was een bekende communistische journalist die daarnaast boeken schreef en vertaalde, wat op zijn beide zoons aanvankelijk een zeer gewichtige indruk maakte. Karel en Gerard werden opgevoed als brave en gelovige bolsjewieken, waardoor ze de buitenwereld als vijandig gingen zien en allebei al vroeg het gevoel hadden buitenstaanders te zijn. Echte twijfels aan de juistheid van de communistische ideologie kreeg Karel pas vrij laat, maar gedurende de puberteit kwam hij wel steeds meer in botsing met het als verstikkend en cultuurloos ervaren milieu. Hij was een enthousiast lid van de door Ied Last geleide agitpropgroep De Vrolijke Brigade, niet in de laatste plaats omdat hij verliefd was op de enkele jaren jongere Femke Last. De familie Last kwam in aanvaring met de partij omdat vader Jef weigerde zijn vriend André Gide aan te vallen nadat die zijn kritische Retour de l’URSS had gepubliceerd. Karel kreeg conflicten met zijn vader omdat hij zijn contact met de familie Last niet wilde verbreken.
Van kritiek op het communisme was geen sprake, en tegenover anderen verdedigde Karel de Moskouse showprocessen en het Molotov-Ribbentroppact. Wel begon de beschouwend en studieus ingestelde Karel steeds meer vraagtekens te zetten bij allerlei stellige beweringen en vanzelfsprekend heden. In zijn brieven en in de autobiografie die hij tijdens de hongerwinter schreef, hanteerde hij redeneringen en een toon die al sterk doen denken aan zijn latere werk.
Tijdens de oorlog was hij samen met zijn latere vrouw Jozien actief bij de hulp aan joodse onderduikers. Verder las hij en studeerde hij veel. Voor de oorlog had hij korte tijd sociografie gestudeerd, wat hem een levenslange afkeer van de sociale wetenschappen bezorgde, maar al spoedig stortte hij zich op de studie van het Russisch. Terwijl Gerard en zijn vader, die in 1938 in conflict met de partij was gekomen, na de oorlog bij Het Parool gingen werken, probeerde Karel bij de CPN aan de slag te komen. Hij schreef voor De Waarheid, adviseerde partijuitgeverij Pegasus en vertaalde ondertitels voor sovjetfilms. Hoewel zijn artikelen over cultuur in de Sovjet-Unie geen kritiekloze propagandateksten waren, konden zijn bijdragen niet worden beschouwd als anticommunistisch. Voor scherpslijpers als Theun de Vries en Ger Harmsen waren ze echter aanleiding om fel van leer te trekken tegen deze telg uit een politiek verdacht nest.
Geleidelijk viel Van het Reve van zijn geloof. Het was niet alleen de met eigen ogen waargenomen kloof tussen realiteit en propaganda die hierbij een rol speelde, maar ook de redelijke en tolerante houding die hij aantrof bij niet-communisten. «Marxistische literatuur is altijd scheldend en onredelijk. Zelfs als je het er mee eens bent blijft er een vieze smaak achter.» Hij ontdekte diverse boeken van tegenstanders van het communisme, waarin het sovjetstandpunt zo eerlijk en gunstig mogelijk werd uiteengezet, om vervolgens met argumenten te worden bestreden. Zelf droeg hij hieraan bij door in zijn dissertatie te analyseren hoe het sovjetregime de klassieke Russische literatuur annexeerde. Op emotioneel niveau speelde ook het weer oplevende antisemitisme in de Sovjet-Unie een niet onaanzienlijke rol bij de breuk met «het geloof der kameraden».

Een groot deel van Verrips’ biografie is gewijd aan het jaar (1967-68) dat Karel van het Reve in Moskou doorbracht als correspondent van Het Parool. Nadat hij aanvankelijk optimistisch was geweest over de toegenomen openheid van het regime werd hij al snel geconfronteerd met de toenemende repressie. Hij kwam in contact met dissidenten, en zijn grootste wapenfeit is zonder meer dat hij het befaamde Sacharov-memorandum in het Westen heeft gepubliceerd. Na zijn terugkeer richtte hij met enkele anderen de Alexander Herzen Stichting op, die zich inzette om het werk van dissidenten te publiceren. De eerste titel was Amalriks befaamde Haalt de Sovjet-Unie 1984? Deze uitgaven verschenen zowel in het Russisch als in de belangrijkste westerse talen, en speelden een rol bij de toenemende belangstelling voor de mensenrechtenbeweging achter het IJzeren Gordijn.
Van het Reves militante anticommunisme, in een periode waarin dat beslist niet in de mode was, maakte hem in linkse kringen behoorlijk verdacht. Daar kwam nog bij dat hij zich vanaf de jaren zeventig steeds meer ontwikkelde tot een gevreesde polemist, die overal een mening over had en die tal van in progressieve kringen gekoesterde heilige huisjes omver schopte. Tot halver wege de jaren tachtig droeg zoiets niet bij aan iemands populariteit.

Ger Verrips heeft Van het Reve in deze biografie beslist niet op een voetstuk geplaatst. Hij laat zien dat Van het Reve in sommige opzichten vrij bekrompen of pedant kon zijn. Zo beschrijft hij de nogal lullige reactie van de inmiddels hoogleraar geworden Van het Reve op een actie van een aantal schrijvers die begin jaren zestig aandacht vroegen voor hun moeizame materiële positie, en waarbij hij erg denigrerend over «Gerardje» schreef. Ook wijst Verrips op de onmacht van Karel om later op een volwassen en respectvolle wijze met zijn jongere broer om te gaan.
Maar is dit nu reden om Van het Reve af te schrijven als een nare en overschatte man? Tegenover enkele karakterologische hebbelijkheden staat dat hij zich niet alleen tijdens de oorlog fatsoenlijk heeft gedragen, maar dat hij ook in de strijd tegen die andere totalitaire dictatuur zijn nek heeft uitgestoken. Als Nederlandse polemist heeft hij er mede voor gezorgd dat het publieke debat niet helemaal werd overschreeuwd door modieuze types die achter de ene na de andere intellectuele en ideologische rage aan liepen. In het voorwoord bij zijn proefschrift uit 1954 schreef hij dat sommige mensen in het Westen er net als de regimes in het Oostblok vanuit gaan dat de tegenpartij voor honderd procent ongelijk heeft, dat er helemaal niets van deugt. Hij waarschuwde voor deze houding, die tegenwoordig ter rechterzijde weer dominant is, en stelde dat «(…) het geen politieke of wereldbeschouwelijke grenzen [zijn], maar moeilijk definieerbare zaken als gevoel voor proporties, smaak, fatsoen, redelijkheid, een zekere persoonlijke halsstarrigheid ook, die de beschaving van de barbarij scheiden». Karel van het Reve was een geprononceerde vertegenwoordiger van die beschaving, en dat wekt bij sommigen altijd irritaties op.

Denkbeelden uit een dubbelleven verschijnt 11 mei