Brusseprijs

‘Vertel het de wereld’

Kamp voor jezidi-vrouwen in Khanke, Iraaks-Koerdistan. Ook deze vrouw werd met haar kinderen door IS-strijders als slaaf verkocht, mei 2017 © Brenda Stoter Boscolo

In de zomer van 2014 vernam journaliste Brenda Stoter Boscolo via Twitter en beelden op internet dat in Noord-Irak tienduizenden burgers door een nieuwe aanval van de terreurorganisatie IS op de vlucht waren geslagen. Wanhopig en zonder enige bescherming zaten ze in de val. Toen Stoter Boscolo een van de foto’s nauwkeuriger bekeek, herkende ze de hoofdbedekking die de vrouwen tegen de verzengende hitte voor hun gezicht hadden geslagen. Eenzelfde lila sjaaltje hing aan de kapstok van Stoter Boscolo’s Rotterdamse thuis. Ze kreeg het als aandenken van een jezidi-vrouw toen ze bijna anderhalf jaar eerder met fotografe Marielle van Uitert een reportage maakte over deze religieus-etnische minderheid.

In het door Koerden en Arabieren bevolkte gebied hebben de jezidi’s door de geschiedenis heen een sterke eigen identiteit weten te bewaren met karakteristieke gebruiken en rituelen en een leven dat zich in een gesloten gemeenschap afspeelt. Ze worden door hun omgeving vaak als duivelsaanbidders beschouwd. De vrouw vertelde Stoter Boscolo hoe haar volk mede daarom al eeuwenlang wordt vervolgd. Anno 2014 is IS hun grootste vijand. De vrouw vreesde dat de jezidi’s nieuw geweld van IS boven het hoofd hing. Op het moment dat ze de kleding herkende, besefte Stoter Boscolo dat die angst bewaarheid was geworden.

In een nietsontziende geweldscampagne werden mannelijke jezidi’s vermoord en in massagraven gedumpt. De vrouwen en kinderen werden als oorlogsbuit meegenomen: vrouwen en jonge meisjes werden tot seksslaaf gemaakt en in gedwongen huwelijken misbruikt. Jonge jongens werden in trainingskampen gehersenspoeld en als strijders ingezet.

De onthoofdingen, de martelingen en de verkrachtingen door de strijders van IS kwamen in de internationale media ruim aan bod. Stoter Boscolo constateerde dat de slachtoffers zelf en hun wens van erkenning en gerechtigheid voor wat hun werd aangedaan, heel wat minder journalistieke aandacht kregen. Toen een van hen aan haar vroeg: ‘Waarom schrijf je geen boek over ons?’ was de beslissing snel genomen.

Stoter Boscolo laat liever onbekenden het lot van de jezidi’s vertellen

Wat in 2013 tijdens haar eerste kennismaking met deze minderheid nog bijna een toeristisch uitstapje lijkt, breidt zich uit tot een grondige journalistieke onderzoeksreis. In een periode van enkele jaren interviewt ze tientallen vrouwen, kinderen en mannen die de meedogenloosheid van IS aan den lijve ondervonden. Het typeert Stoter Boscolo, die als freelancer al jaren over het Midden-Oosten bericht, dat ze daarbij haar eigen gang gaat. Ze kiest er bijvoorbeeld voor om het uitgebreide gesprek met Nadia Murad, die wereldwijd het gezicht en de stem van de vervolgde jezidi’s werd nadat ze voor de Veiligheidsraad van de VN openlijk getuigde hoe ze tot seksslaaf werd gemaakt, niet op te nemen in haar boek. Liever laat ze onbekende personen aan het woord om de complexe historie en het tragische lot van de jezidi’s vast te leggen. Het zijn stuk voor stuk aangrijpende getuigenissen. ‘Mijn vrienden zijn nu in de hemel’, zegt Majdal, een jongen met sneakers en een vlot kapsel die als kindsoldaat is opgeleid, de standaardprocedure voor de mannelijke jezidi’s tussen de zeven en vijftien jaar.

‘Iedere moeder houdt van haar kind’, vertelt Nadima, die na een verkrachting een zoontje ter wereld bracht. Ze zag de kleine Adam nooit meer terug nadat haar man zijn belofte verbrak dat ook het kind welkom zou zijn toen Nadima in de gemeenschap terugkeerde.

In een levendige stijl en met veel oog voor detail heeft Stoter Boscolo al deze kleine kronieken opgetekend. Ze zet de geïnterviewden niet neer als eendimensionale slachtoffers, maar toont zowel hun gruwelijke ervaringen en trauma’s als hun overlevingskracht. Jezidi’s bezitten geen heilige boeken en geschreven geschiedenis is er nauwelijks. Stoter Boscolo ging te rade bij uiteenlopende bronnen, zoals regeringsvertegenwoordigers, religieuze leiders, wetenschappers, artsen, smokkelaars en studenten. De verkregen informatie weefde zij in vlot geschreven alinea’s door het boek .

Stoter Boscolo maakte tijdens haar onderzoek vrienden, maar ondanks die persoonlijke betrokkenheid bleef ze kritisch. De schaduwzijden van de gemeenschap ging ze niet uit de weg, zoals het gegeven dat kinderen die door IS-strijders zijn verwekt niet welkom zijn in de gemeenschap, ook al pleiten sommige religieuze leiders ervoor hen op te nemen.

Het boek laat zich ook lezen als een handleiding voor de ethiek van het journalistieke vak. Nergens is Stoter Boscolo uit op effectbejag of het scoren met een snel gemaakt verhaal. Dat is te merken aan haar zorgvuldige taalgebruik. Het woord ‘seksslavinnen’ dat in andere media vaak gebezigd wordt, vermijdt ze. Ze toont respect en empathie. Het welbevinden van de jezidi’s die ze over hun traumatische ervaringen interviewt, laat ze prevaleren boven haar ambitie om als journalist het onderste uit de kan te halen.

Door haar persoonlijke overwegingen en ervaringen in het boek te verwerken maakt ze haar lezers ook deelgenoot van haar werk als freelance journalist. Dat doet ze bijna terloops en zonder de lezer het zicht op het lot van de jezidi’s te ontnemen. ‘Vertel de wereld ons verhaal’, kreeg ze keer op keer te horen. Dat heeft ze kundig en integer gedaan. Ze maakte een even uniek als belangwekkend document.